Viraal

Ik was nog nooit viraal gegaan op Twitter. Dat is niet zo gek; ik bevind me in een vredige uithoek van het sociale medium, waar beschaafd wordt gediscussieerd over muziek, films en afgelegen eilandjes in de Pacific. Nogal niche.

Maar ik heb enkele bescheiden succesjes gehad. Een tweet met een stripje van Dirkjan werd een paar honderd keer geliket en enkele tientallen malen geretweet. Maar ja. Dat is pronken met andermans veren. Afgelopen zomer maakte ik foto’s bij Stitswerd, in het bezit van de unieke postcode 9999 ZZ en postte die op Twitter. Ook dat bericht leverde een bescheiden rimpeling in een oceaan van tweets op. Ik was best tevreden, maar ik droomde ervan een keertje écht viraal te gaan op Twitter. Dat de parameters van het sociale medium op hol slaan. Zoiets.

Even voor de mensen die nog niet weten hoe Twitter werkt (hallo boomers): je post ultrakorte berichten, eventueel met foto of video op je tijdlijn. Daarnaast volg je mensen die eenzelfde interesse hebben. Zij hoeven jou niet terug te volgen, dit in tegenstelling tot Facebook. Zo stel je een tijdlijn samen met zaken die jij interessant vindt. Als iemand jouw bericht in z’n tijdlijn ziet, dan kan ie het liken. Als ie het heel leuk vindt, kan ie het ook retweeten. Dan lezen de volgers van die persoon het in hun tijdlijn. En als die het leuk vinden en weer retweeten, kijk, dán heb je een sneeuwbaleffect.

Ik maakte me weer es boos over het inconsequente coronabeleid van de regering. Of nee, het is wél consequent: cultuur is voor Mark Rutte een linkse hobby. Subsidieslurpers. De economie, die is heilig. Hugo de Jonge is net zo erg, die vindt dat we een dvd’tje op kunnen zetten als we niet naar een concertzaal, theater of bioscoop mogen (over Ernst Kuipers zeg ik nog niks, want ik moet ‘m een kans geven). Ze verschuilen zich achter het OMT, maar het OMT zegt niet of de IKEA of het Rijksmuseum open mag, dat is een keuze van de politiek. Om Gorki te citeren: ‘De middenstand regeert het land, beter dan ooit tevoren.’

Dáárom postte ik vrijdagochtend een achteloze opmerking op Twitter, zoals ik wel vaker doe: ‘Het gekke met omicron is dat het in de IKEA minder besmettelijk is dan in het Rijksmuseum.’ Aanvankelijk gebeurde er niet veel. Een paar likes van m’n volgers. Ze kennen me inmiddels.

Ik ging rustig boodschappen doen en quizvragen bedenken voor The Global Online Quiz. Later die ochtend keek ik op Twitter. M’n tweet was ruim honderd keer geliket en een stuk of twintig keer geretweet. Er hadden wat mensen gereageerd. Grappig. Als het zo doorging, zou ie misschien 300 likes halen. Dan zou het m’n meest gelikete tweet ooit worden.

Aan het begin van de middag stond de teller op 520. Ik maakte een screenshot en stuurde het naar wat vrienden. Ik ga viraal, lachte ik. Toepasselijk ook, met een tweet over corona. Een half uur later zat ik boven de 1000. Een uur later boven de 2000. Als een sneeuwbal eenmaal aan het rollen is, komt ie moeilijk meer tot stilstand. 3000? Yep. 4000? Ja, ook. 5000? Dat haalde ik tegen middernacht. Ik postte een screenshot op Facebook met als toelichting: Dat liep een beetje uit de hand. Van de weeromstuit kreeg ik nog meer likes en retweets van mensen die me op Facebook én Twitter volgen en de tweet hadden gemist. Joop.nl riep m’n ene zinnetje uit tot Tweet van de Dag, ook daar scoorde ik een paar honderd likes.

Zaterdagochtend tikte ik 6000 likes aan. Ik kreeg een bericht van Twitter dat 149.975 mensen m’n tweet hadden gezien. Of ik een professioneel account wilde overwegen? Vrienden wezen me erop dat m’n tweet door het account Politieke Jongeren was gedeeld op Instagram: 25.000 likes. M’n tweet moet in honderden Instagram Stories zijn opgedoken, maar daar heb ik geen cijfers van. Het aantal likes op Twitter bleef oplopen. ‘s Middags overschreed ik de grens van 7000. Ik had honderden reacties. Ik las ze niet eens meer.

In de sportschool werd ik door een mij onbekende vrouw aangesproken: ‘Jij was het eerste gezicht dat ik zag toen ik vanochtend wakker werd.’ (Dat ik dat ooit nog van een vrouw zou horen.) Via Instagram ontving ik een compliment van een curator van het Rijksmuseum. Brainpower, toch Nederlandse hiphoproyalty, deelde m’n tweet in z’n stories. Vrienden van me ontvingen appjes: ‘Is dit niet die vriend van je?’ Ik kreeg een vriendschapsverzoek via LinkedIn van iemand die m’n tweet had gezien. De teller op Twitter liep door. Af en toe kreeg ik een melding dat m’n tweet was geretweet door een account met veel volgers. Vlak daarna liep het aantal likes net even wat sneller op.

Zouden ze in de ministerraad m’n tweet hebben gezien? Het is algemeen bekend dat Rutte z’n beleid afstemt op het draagvlak onder de bevolking. Nouja, meer onder z’n eigen VVD-achterban. Regeringsbeleid op basis van de vox populi, tot u gebracht met behulp van Facebook, Twitter en Instagram.

Ik keek naar de mensen die m’n tweet hadden geliked of geretweet en zag dat ik van twee walletjes snoepte. Aan de ene kant mensen die corona één groot complot vinden, wauwelen over het WEF en de Great Reset (wat dat ook moge zijn) en ‘QR-weigeraar’ in hun naam hebben staan, aan de andere kant cultuurvorsers die het onverkoopbaar vinden dat de meubelboulevard wel open mag, maar een museum niet. De ene doorstroomlocatie is de andere niet. Ik scrollde door de reacties (243 stuks). Daarin kwam één grap vaak terug: ‘Bij IKEA moet je het zelf in elkaar zetten.’ Ook leuk: ‘In het Rijksmuseum blijft alles hangen.’ Anderen merkten op dat omicron ook helemaal niet besmettelijk schijnt te zijn in vliegtuigen. En al waren veruit de meeste reacties positief, er zaten ook een paar wappies bij die me ‘woke’ vinden, of een ‘grachtengordeldeuger.’ Ze moesten eens weten.

Inmiddels is het zondagmiddag en de sneeuwbal lijkt tot stilstand te zijn gekomen. De teller staat op net geen 8000 likes. Daar kunnen de komende dagen nog een paar bij komen. 323.000 mensen hebben m’n bericht op Twitter gezien. Ook heb ik er zo’n honderd nieuwe volgers bij. Die ga ik de komende tijd teleurstellen als ik niet over corona of cultuur, maar over de voortgang van m’n ollies twitter.

Viraal gaan is leuk. Maar ook bizar.

Posted in Media, Politiek | Tagged , | 2 Comments

Song Top 20 2021

Was er iets positiefs te melden over 2021? Weinig. De pandemie leek voorbij en kwam weer terug. Ik bleef in de zomer maar weer een jaartje in Nederland. M’n favoriete skatepark bleef langer dicht dan verwacht. Het was net weer een paar maanden open, nu is het weer dicht. Het is trouwens geen skatepark meer, maar een bmx-park. Ik kan nog steeds niet olliën. Pubquizzen is weer verplaatst naar online. Van m’n voornemen gitaar te leren spelen is niks terechtgekomen. Als dat allemaal niet erg genoeg is, ik werd dit jaar 40 en vierde m’n tweede verjaardag op rij in lockdown. 2020 was kut, 2021 was nog kutter. Dat belooft veel goeds voor 2022.

Toch, als alles goed gaat (met de nadruk op áls), wordt 2022 het jaar waarin ik eindelijk weer wat live concerten ga bezoeken. Op het moment heb ik The War On Drugs, Inhaler, Sam Fender en Lorde op de planning staan. Corona volente, zeg ik er dan bij, want Fender zou ik begin november al live zien. Dat concert werd uitgesteld naar 12 december en werd vervolgens helemaal afgelast. Courtney Barnett had in 2021 de single Write a List of Things to Look Forward To en dat is verdomd lastig als het constant onzeker is of de dingen waar je naar uitkijkt wel echt doorgaan.

Was 2021 een goed jaar voor de popmuziek? Het uitgaansleven lag grotendeels op z’n gat, dus de meeste hits komen nog steeds tot ons via sociale media, TikTok voorop. Toch stond er verrassend veel dance in de Top 40. Het zal door de thuisfeestjes komen. De sterren die de laatste jaren de hitlijsten kleurden (Ed Sheeran, Dua Lipa, Adele, David Guetta) gingen daar rustig mee door. Maar zoek verder en je vindt pareltjes. Een comebacksingle van Stromae. Een eightiespastiche van John Mayer. Een re-release van Taylor Swift die alsnog de Nederlandse hitlijsten haalt. En dan was er ook nog Italiaanse glamrock. Veel gekker wordt het niet.

Je kunt alles weer beluisteren op Spotify.

Mocht je je neus ophalen voor ordinaire popmuziek, dan heb ik ook nog de 21 van 2021 gemaakt: mijn favoriete songs van het afgelopen jaar; met een paar hits, maar ook spul van The War On Drugs, Sam Fender, Inhaler, Courtney Barnett en Gang Of Youths. Heel fijn, al zeg ik het zelf.

20. Riton x Nightcrawlers ft. Mufasa & Hypeman – Friday (Dopamine Re-Edit)

Push The Feeling On was in 1995 een top-40-hit. Ik kan het weten, want ik volgde de hitlijsten op de voet en de videoclip stond op high rotation op MTV. Van de Nightcrawlers werd na die ene hit weinig meer vernomen maar in 2021 stond, met dank aan – hoe kan het ook anders – TikTok, een nieuwe versie van de hit in de Top 40. Al heet ie nu Friday en hebben Riton, Mufasa en Hypeman zich met de remix bemoeid. Je wordt oud als de hits uit je jeugd worden gerecycled.

19. Nathan Evans – Wellerman (220 Kid x Billen Ted remix)

‘It’s the economy stupid,’ zei Bill Clinton tijdens z’n verkiezingscampagne van 1992 tegen George Bush. Hij won. Indachtig dat succes is de vuistregel tegenwoordig ‘it’s TIkTok stupid’. Op dat platform worden de successen gescoord, zie de Schotse zanger Nathan Evans die Wellerman (een shanty) zong en vervolgens in de 220 Kid x Billen Ted Remix naar de nr. 1 positie van de Top 40 nouja, zeilde. Het succes was kort, net als de speelduur van het liedje: 1 minuut 56. TikTokhits duren niet lang. Mand.

18. Pink & Willow Sage Heart – Cover Me In Sunshine

Wie begin deze eeuw had gezegd dat van de drie grote popzangeressen van dat moment anno 2021 Pink de meest hits op haar conto zou hebben staan was hard uitgelachen. Want Britney Spears en Christina Aguilera hadden toch veel meer succes? Ruim twintig jaar later lacht Alecia Moore ze recht in hun gezicht uit. Pink scoorde met Cover Me In Sunshine haar 37ste top-40-hit, een zoetsappige ballad met dochter Willow Sage die niet van de radio te krijgen was. In het Engels hebben ze daar een mooi woord voor: staying power.

17. Mart Hoogkamer – Ik Ga Zwemmen

Nederlandstalige feestmuziek tref je zelden in de Top 40 aan, maar in 2021 was het meerdere malen raak: Bon Gepakt, Frans Duits en Ik Ga Zwemmen. Die laatste was de grootste knaller van de drie. Mart Hoogkamer laat in Ik Ga Zwemmen ‘temmen’ rijmen op ‘met me’ en ‘zwemmen’ op ‘Bacardi Lemon’. Drs. P draait zich om in z’n urn, maar dat zal de Leidse zanger worst wezen. Hij scoorde een nr. 1 hit en huilde, om Liberace te parafraseren, heel de weg naar z’n bankapp.

16. Coldplay x BTS – My Universe

Na het wel heel platte A Head Full Of Dreams zou Coldplay het serieuzer gaan aanpakken. Ze maakten het album Everyday Life (met die bloedmooie titelsong) maar raakten weer even snel verslaafd aan de snelle hits met hun album Music of the Spheres. Daarbij werden zelfs Max Martin en K-poprevelatie BTS van stal gehaald. Martin stelt nooit teleur (hij scoorde met My Universe z’n 25ste Amerikaanse nr. 1 hit als songschrijver) en My Universe is prima hapslikwegpop, maar de vraag rijst: wat wil Coldplay nou eigenlijk?

15. Afrojack & David Guetta – Hero

Ach, daar is David Guetta weer. 53 jaar oud inmiddels en nog altijd scoort hij aan de lopende band hits. Hij haalde in 2021 met tien songs minstens de Tipparade, drie daarvan haalden de top-10. Hero, een samenwerking met Afrojack was het succesvolst en bereikte net niet de eerste plaats. Daarmee komt de teller op 54 top-40-hits zonder nr. 1 hit. Guetta zal er geen seconde van wakker liggen. Waarom zou hij? Hij werd in 2021 uitgeroepen tot beste DJ ter wereld. Het zijn duistere tijden.

14. Taylor Swift – All Too Well (Taylor’s Version)

Het gebeurt niet vaak dat een tien jaar oud liedje alsnog een top-40-hit wordt, maar Taylor Swift flikte het in 2021. Ze nam haar album Red opnieuw op (iets met een conflict over de rechten op haar muziek) en dat zorgde er voor dat All Too Well, een afrekening met haar ex Jake Gyllenhaal die algemeen wordt beschouwd als haar beste song, eindelijk de aandacht kreeg die het verdient. Wat ook hielp: de tien minuten durende versie van All Too Well die Swift uitbracht. Mooiste regel: ‘And you call me up again just to break me like a promise’.

13. Ed Sheeran – Afterglow

Ed Sheeran stond eerder deze maand met vier singles tegelijkertijd in de Top 40. En dan zijn er nog mensen die denken dat de Apocalyps niet aanstaande is. Maar in januari bracht Sheeran een klein, breekbaar, met David Hodges van de Amerikaanse band Evanescence geschreven liedje uit. Het staat niet op Sheerans nieuwste album, waar de zanger getuige hits als Bad Habits en Shivers steeds gladdere popmuziek is gaan maken. Sheeran is net als de coronapandemie: bloedirritant en ook in 2021 niet weg te krijgen. Je schijnt ermee te moeten leren leven. Of zoals Stereogum schreef: ‘At first I hoped Ed Sheeran could be contained.’

12. Adele – Easy On Me

Ik had het graag anders gezien, maar ik kan in 2021 niet om Adele heen. Van haar album 30 werden zoveel exemplaren op vinyl geperst dat releases van andere artiesten naar achteren werden geschoven (‘landfill’ schamperen de platenjunks op de subreddit Vinyl, maar de verkoopcijfers liegen niet). Het is een dubbel-lp (vijf van de tracks duren zelfs langer dan zes minuten, en dat in een tijd van vluchtige spotifyhitjes). Easy On Me was de eerste single, die keurig volgens plan op nr. 1 binnenkwam en daar negen weken bleef staan. Het is paint by numbers Adele, zoals we al drie albums van haar gewend zijn. Voorspelbaar, maar waarom zou je een winnende formule veranderen?

11. Justin Wellington ft. Small Jam – Iko Iko (My Bestie)

De globalisering van de popmuziek zette in 2021 verder door. Aan nieuwe nationaliteiten in de Top 40 konden we dit jaar Papoea-Nieuw-Guinea toevoegen. Met dank aan zanger Justin Wellington. Hij scoorde een hit in samenwerking met Small Jam, een band uit de Solomoneilanden (dat in de jaren negentig onbedoeld al een hit leverde toen het kinderliedje Rorogwela werd gesampled in Sweet Lullaby van Deep Forest). Dat die hit, Iko Iko, een al bijna zestig jaar oud liedje uit New Orleans is leerde ik pas toen m’n moeder het hoorde en uitriep: ‘Die heb ik nog op single gehad.’ Ik ken Iko Iko als Nieuw-Zeelandse winkelketen met leuke snuisterijen. Dat wist m’n moeder dan weer niet.

10. Elton John & Dua Lipa – Cold Heart (Pnau Remix)

Elton John had een verrassend goed 2021. Voor een veteraan zijn doorgaans geen plekken in de hitlijsten meer weggelegd, maar met wat hulp van de jongere generatie (Dua Lipa, Ed Sheeran) wist hij een nieuw publiek te bereiken. Misschien wel het knapste aan de Pnau Remix (Pnau is de band van Nick Littlemore, één helft van het geweldige maar onderschatte Australische duo Empire Of The Sun) van Cold Heart is de hoeveelheid songs van Elton John die erin verstopt zit. Ja, Sacrifice en Rocket Man hoort iedereen wel, maar we tellen ook nog Kiss the Bride en Where’s the Shoorah?.

9. The Weeknd – Take My Breath

The Weeknd weet de waarde van een goede samenwerking. De succesvolste singles van z’n album Starboy waren geproduceerd door Daft Punk (Starboy, I Feel It Coming) en de mede door Max Martin geschreven single Blinding Lights stond wereldwijd maandenlang bovenaan de hitlijsten. Take My Breath tapt uit hetzelfde vaatje als die megahit. Het is dan ook een productie van Max Martin. Inmiddels heeft The Weeknd ook die andere Zweden, van de Swedish House Mafia, in het vizier. Hit in kwestie: Moth to a Flame. Ook prettig. Waar het succes van Drake me altijd heeft verbaasd, snap ik donders goed dat The Weeknd succes heeft. Hij heeft een neus voor steengoede songs.

8. Måneskin – Zitti e buoni

Ik zag het niet aankomen. Leuk hoor, die glamrock van Måneskin, maar glam is typisch jaren zeventig en rock is niet in de hitlijsten terug te vinden. En dan zou het jonge songfestivalpubliek een act als Måneskin naar eeuwige roem moeten televoten? Uitgesloten. Ik had het moeten zien aankomen. Heel Europa smachtte naar een fijne rockact. Een dampende band, het liefst live te aanschouwen in een donker krakershol. Dit is wat de wereld miste. De boodschap ‘hou je mond en gedraag je’, wat veel Europeanen al twee jaar braaf doen, deed de rest. En dan blijkt Zitti e buoni ook nog gewoon een heel fijne rocksong te zijn. Rock is springlevend.

7. MEAU – Dat Heb Jij Gedaan

Ik moest wennen aan Dat Heb Jij Gedaan. Ik kon het accent van Meau Hewitt moeilijk plaatsen. Is het Gronings? Zeeuws? Brabants? Ze heeft wel een harde g. En dan dat woordje ‘verzopen’, waarin ze de klemtoon verkeerd legt, waardoor ik wekenlang niet verstond wat ze zong. Over m’n ergernissen heengestapt hoorde ik een klein liedje. Over terugkijken op een stukgelopen relatie, met frustratie over wat je is overkomen (‘nu makkelijk praten had weg moeten gaan’), al schuilt er ook liefde tussen de regels door (‘maar graag had ik nog zoveel anders gedaan’). Over woorden die alles kapot maken. Over weer opkrabbelen. Het is moeilijk balanceren tussen woede en liefde, maar Meau doet het op Dat Heb Jij Gedaan. Ze komt trouwens uit ‘t Gooi.

6. Stromae – Santé

Paul Van Haver was de ultieme publiekslieveling: Belgisch, Franstalig, Rwandese roots, urban, eigenzinnig. Wat wil een hipster nog meer? Maar in 2016 zegde Stromae de muziek vaarwel. Hij had gezondheidsproblemen, werd modeontwerper en ging regisseren. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, in 2021 maakte Stromae z’n comeback met de single Santé. Een bescheiden comeback (het kwam niet verder dan 34ste plaats in de Top 40), want het liedje heeft een dermate tegendraads ritme dat zelfs de benen van Jan Kooijman ervan in de knoop raken. Maar met dat slepende tempo is avontuurlijker dan alle andere hits uit de Top 40 van 2021. Goed dat Stromae terug is.

5. Lil Nas X – Montero (Call Me By Your Name)

Ik was sceptisch. Hoe ga je de wereldhit die Lil Nas X miljardair maakte in godsnaam opvolgen? Niet, dacht ik eerst. Montero Lamar Hill kon tot in lengte van dagen rentenieren van z’n succes. Twee jaar lang bleef het stil. In 2021 was Lil Nas X terug. Met ophef. Op Montero (Call Me By Your Name) windt de rapper er geen doekjes om: hij is out and proud en iedereen mag het horen. Tel daar een videoclip bij op die bolstaat van de verwijzingen naar het satanisme en puriteins Amerika stond op de achterste benen. Daarmee ga je voorbij aan het feit dat Montero (Call Me By Your Name) een uitstekende song is, waarbij de ondertitel verwijst naar de gelijknamige film (en inspiratiebron) uit 2017.

4. Masked Wolf – Astronaut In The Ocean

Het leven leert je omgaan met tegenslagen. Je krijgt eelt op je huid om je te beschermen tegen de boze buitenwereld. Als een astronaut in z’n pak in de vijandige omgeving van de ruimte. Maar wat heb je aan die bescherming als je in de zee terecht komt? Of, meer specifiek, hoe hou je jezelf staande in tijden van een pandemie? Als alle zekerheden in je bestaan wegvallen? De Australische Harry Michael Avridis, de man die schuilgaat achter de naam Masked Wolf schreef Astronaut In The Ocean over z’n angststoornissen en depressies. Houvast vindt hij in z’n geloof. Daarmee heeft z’n song meer zeggingskracht dan alle andere hiphoptracks in de Top 40; dat waren er trouwens niet zo gek veel.

3. Silk Sonic – Leave The Door Open

2021 was geen jaar om vrolijk van te worden. Het was 2020 all over again. En als een echte sequel betaamt: slechter dan het origineel. Wat het jaar nog een beetje redde was deze dampende samenwerking tussen Bruno Mars en Anderson .Paak. Onder de noemer Silk Sonic maakten zij het door seventiesfunk geïnspireerde album An Evening With Silk Sonic waarvan drie singles de Top 40 haalden. Met afstand de beste muziek in de hitlijsten: zwoel, verleidelijk, tot in de puntjes verzorgd, met wat hulp van funkgrootheden Bootsy Collins en Thundercat. Van de singles is Leave The Door Open het allerlekkerst. Het is niet moeilijk raden wat Anderson .Paak en Mars gaan doen als die dame binnen is: ‘And you want me like I want you tonight, baby’.

2. John Mayer – Last Train Home

Een gimmick moet je perfect uitvoeren. De nieuwste plaat van John Mayer moest een yacht rock plaat worden. Denk: Christopher Cross, Steely Dan. Luxueus klinkend, met keurige arrangementen en de beste sessiemuzikanten uit de jaren tachtig; toetsenist Greg Phillinganes werkte samen met Toto, Quincy Jones en Donald Fagen, Don Was produceerde Carly Simon, Bonnie Raitt en Bob Seger. Geen verkeerde referenties. Zelfs het artwork van Sob Rock, zoals het album heet, lijkt afkomstig te zijn uit Miami Vice. Het zit akelig dicht tegen de kitsch aan, of nee, het ís kitsch, maar je moet respect hebben voor het perfectionisme waarmee Mayer te werk is gegaan. Dat is het beste te horen in de single Last Train Home. Tijdloze eightiespop, met een drumintro dat net niet te veel weg heeft van het intro van Tougher Than The Rest van The Boss. Ook geen verkeerde referentie.

1. Olivia Rodrigo – Drivers License

Ik mis dit jaar een echte nr. 1. Zo’n liedje dat het jaar tekent, zoals dat vorig jaar Soldier On van Di-rect was; al kan ik dat liedje nu niet meer horen. Als ik simpelweg naar de cijfers kijk, kan ik niet om Olivia Rodrigo heen. Ze scoorde, ogenschijnlijk uit het niets twee nr. 1 hits. Drivers License kwam op nr. 1 binnen, opvolger Good 4 U deed het net iets minder goed met binnenkomst op nr. 4. Ogenschijnlijk, want Rodrigo is al jaren bekend dankzij haar rollen in Bizaardvark (zo’n Disneyserie die in Nederland in een afgrijselijk slechte nasynchronisatie wordt uitgezonden) en High School Musical. Ze schijnt groot fan van Taylor Swift te zijn, maar groeide op met de alternatieve rockmuziek waar haar ouders naar luisterden: Green Day, Pearl Jam, No Doubt. Die referenties hoor je terug in deze singles. Good 4 U is Avril Lavigne anno 2021, Drivers Licence is een klein liedje, hoe het behalen van je rijbewijs herinneringen aan een vroegere relatie oproept. Typisch Taylor. Meer heb je soms niet nodig.

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Rotjoch

Vuurwerk is een dingetje in mijn buurt. Als de afgestoken hoeveelheid rotjes omgekeerd evenredig is aan het opleidingsniveau van de wijk dan is de gemiddeld hoogst genoten opleiding in Lakerlopen LTS zwakstroom. Het is niet eens dat alleen in de laatste maanden van het jaar vuurwerk wordt afgestoken. Heel het jaar door is de buurt een oorlogsgebied.

Zo steken een paar jochies al sinds oktober vuurwerk af op het veldje voor m’n huis. Hoe ze eraan komen weet ik niet, maar irritant is het wel. Gevaarlijk ook; die gastjes zijn veel te jong om vuurwerk af te steken. Ik weet niet eens of het spul legaal is.

Ik geef de nieuwe buren, een paar deuren verder, graag de schuld. Sinds een paar maanden woont in het studentenhuis een jong stel, al verraadt het grote aantal fietsen voor de deur dat er regelmatig veel meer mensen in het pand aanwezig zijn. Je maakt mij niet wijs dat één van die twee studeert; het stel is zo arm dat ze één hersencel met z’n tweeën moeten delen. Ze staan het grootste deel van de dag op de stoep te paffen, of wandelen mijn huis voorbij. Eerst wist ik niet wat ze dan gingen doen, maar sinds een paar weken weet ik het: ze steken vuurwerk af op de parkeerplaats bij de Praxis. Want waarom ook niet.

Eerlijk is eerlijk, de kans is groter dat het vuurwerk van de vader van één van de jochies is. Een paar jaar terug stak hij op het veldje voor m’n huis voor een vermogen aan siervuurwerk af, met op de achtergrond een spandoek om voorafgaand aan een Champions League wedstrijd Ajax (ja, echt) succes te wensen. Dit werd uiteraard allemaal gefilmd. (Het zoontje wilde ooit tegen me voetballen en vroeg welke ploeg ik was. Ik antwoordde: ‘PSV natuurlijk,’ waarop hij zei: ‘PSV, in de wc, doorspoelen en weg ermee.’ Ik won.)

Hun gedrag werd steeds irritanter, waarop een oude man aan de overkant van de straat ze bestraffend heeft toegesproken. Dat heeft geholpen.

Half november kwamen twee andere jochies uit de buurt naar het veldje gefietst. Ze stapten af en staken vuurwerk af. En dit was zeker geen legaal spul. Ik werd pissig, omdat ik ‘s avonds op het veldje wilde skateboarden en ik geen zin had om daarbij te struikelen over achtergelaten vuurwerkafval. Ik keek op van m’n werklaptop, maakte oogcontact met één van hen en riep boos: ‘Eej, kappen daarmee.’
Het jochie wees lachend op z’n telefoon, alsof ie aan wilde geven dat ie het vuurwerk alleen had afgestoken om te filmen. Ah, dacht ik, dat kan ik ook. Ik pakte mijn mobiele telefoon erbij. Alleen die beweging was voldoende. In een oogwenk betrok z’n gezicht en pakte hij z’n fiets. Z’n vriendje deed hetzelfde. Ik denk niet dat ze eerder zo hard hebben gefietst.

Een paar dagen later was hij terug, in het krat voor op z’n fiets weer een zak met vuurwerk. Hij haalde er wat knalvuurwerk af en stopte het in z’n jaszak. Ik zag het, dus hij deed alsof ie met een vriendje ging voetballen. Af en toe keek hij schielijk mijn kant op, want ik bleef ‘m in de gaten houden. Tot ie was uitgespeeld, toen nam ie wraak. Terwijl z’n vriendje aan de overkant van de straat naar huis liep, haalde hij snel het vuurwerk uit z’n jas, stak het af en gooide het op het veldje. Daarna fietste hij razendsnel weg. Al die tijd keek het rotjoch mij uitdagend aan.

Nu is ie te ver gegaan. Ik heb een melding gedaan bij de wijkagent.

Maar ik heb een nog veel beter plan. De volgende keer dat ie weer komt ‘voetballen,’ loop ik naar buiten en spreek ‘m aan: ‘Heb je vuurwerk meegenomen? Mag ik even in je tas kijken? Want als je weer wat gaat afsteken, bel ik meteen de politie.’
Dan pak ik ter plekke m’n telefoon en bel iemand: een vriend, m’n vader. Ik zie wel.

Ik heb er heel veel zin in. Maar ik heb ‘m al weken niet gezien.

Posted in Eindhoven | Tagged , | Comments Off on Rotjoch

Brief

De gemeente wil skaten bij de Catharinakerk en de Piazza verbieden. Een idioot plan, waar gelukkig ook al een petitie voor in het leven is geroepen (en daar kunnen altijd nog ondertekenaars bij). Als skater kan ik dit niet over m’n kant laten gaan. Want de gemeente heeft de mond vol van urban sports en maakt er goede sier mee tijdens bijvoorbeeld Koningsdag, maar Eindhoven beschikt niet eens over een modern, outdoor skatepark waar de skaters heen kunnen. Nee, Area 51 is geen alternatief. En ook al skate ik amper op beide spots, ik ben solidair met m’n medeskaters en schreef een brief aan de gemeenteraad. Vandaag ontving ik een bevestiging van de griffie dat m’n brief wordt meegenomen in de raadsvergadering van 14 december. Ik hoop dat het effect heeft, maar deel graag m’n bijdrage op m’n eigen blog.

De gemeente is voornemens skaten bij de Catharinakerk en de Piazza te verbieden. Graag wil ik hier op reageren.

Tijdens Koningsdag maakte Eindhoven goede sier met ‘urban sports’. De gemeente zette zichzelf neer als een moderne stad, waarin alle ruimte is voor sporten als bmx, freerunning en skaten. We zijn nog geen jaar verder en het is duidelijk dat dit slechts schijn was.

Ik ben zelf pas drie jaar geleden, op m’n 37ste, begonnen met skateboarden. Voordat Area 51 werd verbouwd skatete ik daar, plus af en toe op het Stadhuisplein. Toen de hal in maart 2020 dichtging wilde ik veel buiten skaten. Ik informeerde bij de gemeente naar een lijst met skatespots. Die was er niet. Ik ging zelf op zoek en vond twintig spots, variërend van een halfpipe of een verdwaalde bank tot grotere parken, zoals Meerhoven en Messiaenpark. Veel plekken zijn verouderd: opengebarsten asfalt, of skateobstakels die wegroesten.

In de winter werd de situatie niet beter. Op veel skatespots stonden plassen water. Het MetaForum op het TU-terrein is een prachtige skatespot: overdekt, met ideaal asfalt. Daar werd ik weggestuurd. De enige alternatieven waren het Strijps Bultje, klein en een hangplek voor zwervers, of de Piazza. Dat bij de Piazza overlast wordt ervaren is overdreven. Mijn ervaring is dat skaters niet rijden waar het druk is en juist rekening houden met anderen. We skaten daar alleen op rustige momenten.

Ik krijg de indruk dat de gemeente denkt: Area 51 is weer open, dan kunnen de skaters daar wel heen. Dat is een misvatting. Area 51 is leuk om het vak onder de knie te krijgen, maar skateboarden is een sport van de straat. Daar hoort het thuis, daar ontmoeten jongeren elkaar, leren hun grenzen verleggen, geven tips, coachen elkaar. Ze nemen zelfs de moeite om mij advies te geven hoe ik een bepaalde trick moet doen. Skaten verbindt, ook tussen generaties.

Area 51 is niet de oplossing. De 7 euro entree per dagdeel is voor mij financieel geen probleem, maar ik ben niet de doelgroep. Voor kinderen en jongeren is dat bedrag een drempel. Het minimumloon van een 15-jarige is 2 euro 94. Dat is ruim twee uur vakkenvullen voor een middagje skaten. Ook is de capaciteit van de skatehal niet onbeperkt. Area 51 laat maximaal 100 bezoekers per dagdeel toe, en dat aantal moet worden verdeeld onder bmx’ers, inlineskaters, stuntstepjes én skateboarders. Slechts een fractie van de Eindhovense skaters kan in Area 51 terecht.

Ik denk dat skaters niet de moeilijkste inwoners van de stad zijn. Het liefste hebben we niks met de overheid te maken: laat ons rijden en dan zijn we tevreden. Al vraag ik me af hoeveel raadsleden de moeite hebben genomen skaters op het Stadhuisplein te vragen wat zij graag willen. Ik heb wel een idee: een goed nieuw outdoor skatepark. Amsterdam heeft Zeeburgereiland, en grote steden als Rotterdam, Den Haag en Utrecht volgen inmiddels dat voorbeeld. Uitgerekend Eindhoven, de stad die zich zo graag profileert als stad van ‘urban sports’, laat het afweten.

Niet alleen is er geen goed modern outdoor park, de gemeente gaat nu zelfs zo ver om skaters van de straat te weren. De straat, júist waar skaten thuis hoort. Skaters willen skaten. We zijn onderdeel van het straatbeeld. Accepteer dat, en geef ons de ruimte.

Posted in Eindhoven, Skateboarden | 1 Comment

Bloedbad

Een paar weken terug was ik geveld door een venijnige verkoudheid. De eerste 24 uur joeg ik er een family pack Finimal doorheen, want de keelpijn was niet te harden. Terwijl ik midden in de nacht in de badkamer pijnstillers innam, viel m’n oog op de balkondeur van m’n achterburen. Die stond open. Daarnaast stond het slaapkamerraam te klapperen. Korte toelichting: de huizenrij van m’n achterburen staat in een scherpe hoek ten opzichte van de rij huizen met mijn stulpje, dus ik kan redelijk goed naar binnen kijken. Dat levert in hete zomers soms ongemakkelijke momenten op.

Maar die deur stond dus open. Om 3.00 uur ‘s nachts. Het is een studentenhuis en de vorige bewoner had de onhebbelijkheid om zelfs hartje winter de balkondeur open te hebben (rare snuiter trouwens, een skater), maar de nieuwe bewoonster deed dit niet meer.

De volgende dag stond de balkondeur nog steeds open. Het was mooi najaarsweer en ik had goed zicht op een slordig, half opgemaakt bed en een openstaande kledingkast. Een schoenendoos lag ondersteboven op de grond. Binnenkijken betekende ook dat jan en alleman binnen zou kunnen lopen. Misschien kwam het door de verkoudheid, maar m’n fantasie sloeg op hol. Ik verwerd tot de hoofdpersoon uit Rear Window. Zou ze ontvoerd zijn? Of misschien wel vermoord? Zou de politie me willen spreken als getuige? Op Twitter grapte ik hoe lang het zou duren voordat ik het lijk zou gaan ruiken.

Er waren ook serieuze suggesties. Moest ik niet de politie bellen? Dat leek me overdreven. Ik kon zelf ook even langsgaan. Dat deed ik, een paar dagen later. Ik belde aan, maar kreeg geen reactie. Ik keek in de kamer naast de voordeur. Die oogde rommelig, alsof ie overhoop was gehaald. Zie je nou wel, dacht ik. Dus tóch. Spannend. En dat allemaal in mijn slaperige buurtje.

Maar toen ik het later die dag opnieuw probeerde had ik meer succes. Een student deed open. Ik legde de situatie uit.
‘Ze zal morgen wel terugkomen,’ sprak hij schouderophalend.
‘Maar de deur staat al dagen open,’ antwoordde ik.
‘Owja?,’ reageerde hij, amper verbaasd.
‘En iedereen kan naar binnenlopen,’ vervolgde ik.
‘Dan moeten ze wel op het dak klimmen,’ zei hij onverschillig.
‘Ik kan zo binnenlopen,’ ging ik verder.
‘Ik kijk wel even,’ zei hij met merkbare tegenzin. ‘Maar ik heb denk ik geen sleutel.’

‘s Avonds was de balkondeur dicht. Het raam stond nog open.

Ik ben toch een beetje teleurgesteld dat er geen bloedbad is aangericht.

Posted in Eindhoven | Tagged , | 1 Comment

Anthrax

Ik kom bijna nooit docenten van m’n middelbare school tegen. Jammer, ik zou het heel leuk vinden om m’n lerares Drama nog eens te zien. Veel jongens waren heimelijk verliefd op haar. Of m’n gymleraar, die er altijd voor heeft gezorgd dat ik met plezier naar z’n les ging; ondanks m’n overgewicht en m’n slechte conditie. Al was het maar om te kunnen zeggen dat het toch nog goed is gekomen.

Wie ik wel tegenkwam was m’n docent Maatschappijleer. Het was in de fietsenkelder van het station en hij leek te schrikken. Ik meende zelfs enige irritatie bij ‘m te zien toen ie me herkende. Dat vond ik vreemd. Het was (en is) een rare snuiter, maar ik heb nooit kwaad over ‘m gesproken, zoals ik nooit heel vervelende dingen over docenten heb gezegd. Dat krijg je als je uit een gezin komt waar vaders voor de klas staat; je weet dat achter een leerkracht ook nog een mens schuilgaat.

Sterker, hij zou trots op me moeten zijn. Jarenlang vertegenwoordigde ik m’n school tijdens de landelijke Krant in de Klas-nieuwsquiz. Daarbij testten jongeren (lees: andere nerds) uit den lande hun kennis van het nieuws. Ik deed graag mee, het was alleen zaak om iemand te vinden die met mij een team wilde vormen. Dat vond hij niet heel belangrijk, wetende dat ik toch 95% van het werk voor m’n rekening zou nemen. Maar, zo verzekerde ik hem, die paar punten die ik niet wist konden wel net het verschil maken.

Toen ik in m’n eindexamenjaar voor de havo zat, wonnen we de landelijke nieuwsquiz. We is in dit geval ik en Neeltje, een alternatief meisje dat wist dat anthrax niet alleen een chemisch wapen is, maar ook de naam van een metalband, wat de samenstellers van de quiz was ontgaan en ons een extra punt opleverde. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat we een lagere score hadden dan het team dat de vwo-afdeling van onze school vertegenwoordigde, maar zij speelden mee in een andere categorie (en werden derde). De volgende dag stonden we op de voorpagina van het lokale sufferdje. Als dank kreeg ik het boek ‘Het Aanzien van 1998’ cadeau. Toch goede publiciteit voor de school.

Die landelijke nieuwsquiz was een uitvloeisel van de Krant in de Klas-nieuwsquiz. Daarbij werd periodiek je kennis van het nieuws getest. Het was de makkelijkste 10 denkbaar; ik las de krant voor m’n plezier.

Nu had m’n docent Maatschappijleer de onhebbelijkheid die nieuwsquiz gezamenlijk af te nemen. Dat wil zeggen: hij bepaalde dat de test op woensdag het vierde uur moest worden gehouden. Of jij dan bij Engels of aardrijkskunde zat maakte niet uit; z’n collega-docent die op dat moment les gaf móest tijd aan hem afstaan om de test af te kunnen nemen. Docenten deden dit met tegenzin. Oké, het mocht, maar die tijd ging wel van hun lesuur af. En dan nog, dit deed je toch niet voor een fuckin’ quiz over het nieuws?

Het gevolg was dat de docent die noodgedwongen de toets moest afnemen niet goed oplette. Hij deelde de toets, bestaande uit twee verschillende versies, gelaten uit. Ik stortte me gretig op alle vragen en had het ding binnen een minuut ingevuld (een keer vroeg een docent verbaasd of ik de test niet maakte, waarop ik antwoordde dat ik ‘m al af had).

Daarna begon het spel. Doorgaans zagen m’n klasgenoten me niet staan, maar op dit soort momenten wisten ze me op waarde te schatten. Ik wisselde een blik uit met de klasgenoot die dat cluster naast me zat. Dan wisselden we van toetsformulier en maakte ik de andere versie. Vervolgens tikte de leerling die vlak achter me zat me op de schouder en gaf z’n formulier door. Die maakte ik ook. Daarop volgde de klasgenoot die schuin achter me zat. Terwijl het rumoer in de klas toenam en de dienstdoende docent een oogje toekneep kreeg ik de toetsen van de leerlingen in de rij voor me aangereikt, die ik ook nog maakte.

Het is me tot op de dag van vandaag een raadsel dat ‘m nooit is opgevallen dat iedereen naast, voor en achter me een 10 haalde en de rest van de klas een 1 of een 2. Dat laatste is niet overdreven; de algemene ontwikkeling van m’n klasgenoten was bar slecht.

Of misschien is ie er na al die jaren toch achter gekomen. Vandaar die geïrriteerde blik.

Posted in Media, Quizzen | Tagged , | 1 Comment

Filmster

Skateboarden is superleuk, maar het laatste wat ik wil is gefilmd worden terwijl ik bezig ben. Foto’s gaan nog, maar als ik bewegend beeld van mezelf zie, valt me vooral op wat niet goed is: stijf, onbeholpen, slungelig. Ik zie een enorme stuntel. Oké, de laatste keer dat ik gefilmd werd is jaren geleden en misschien zijn mijn skatecapriolen het aanzien tegenwoordig best waard, maar dat weet ik niet want nouja, u begrijpt het wel.

Dat ik niet gefilmd wil worden tijdens het skateboarden wist de productiemedewerker van een speelfilm (geregisseerd door Ramón Gieling, met onder andere Johan Heldenbergh, Thekla Reuten en Hannah Hoekstra, toch niet de minsten) die me twee jaar geleden benaderde via Facebook natuurlijk niet. Dom van haar, echte skaters zitten op Instagram, niet op een bejaardenmedium als Facebook. Ik denk dan ook dat ze bij me terecht was gekomen omdat Area 51 een bericht op Facebook had gepost en ik daar op had gereageerd: díe moet ik hebben om als skater in mijn film te figureren.

Ze drong nogal aan, want ze had dat blik skaters de volgende dag nodig, maar ik was resoluut: ze wilde me echt niet in de film hebben. Ook de dagvergoeding die ze me als worst voor hield wist me niet te verleiden. Ik vertelde dat ik nog niet zo lang bezig was en dat ik mezelf simpelweg niet goed genoeg achtte. Ik zag al voor me hoe ik het decor in de vernieling zou rijden, de hoofdrolspeler zou blesseren en de regisseur ziedend achter de productiemedewerker zou aanrennen waar ze die stoethaspel vandaan had gehaald.

Maar ik ben de kwaadste niet; natuurlijk kende ik wel wat skaters. Ik stuurde een paar van hen een berichtje. De eerste die reageerde was m’n vaste skatemaatje. Hij is tegelijk met mij begonnen met skateboarden en heeft wél talent; en zelfvertrouwen.

Een dag later deed hij via Whatsapp verlekkerd verslag van de opnames. Hij stuurde foto’s door van de euh… opvallende outfits die hij aan moest (en die ik niet zal delen) en ik dankte God op m’n blote knietjes dat ik sterk genoeg was geweest om de sirenenzang van de productiemedewerker te weerstaan. M’n skatemaatje was heel blij, want één van de andere skaters zat in de nationale selectie en had ‘m tussen de opnames door tips gegeven. Ook had hij het aanbod gekregen om in een andere scène te figureren.

Daarna bleef het lang stil. Af en toe informeerde ik hoe het zat met die film, die als werktitel Poor Boy had. Geen idee, hij zou bericht krijgen als ie in de bioscopen ging draaien, zo was ‘m verzekerd.

Maar ziehier: een pandemie verder en op het Nederlands Film Festival is Poor Boy te zien. Alleen heet de film nu Sisyphus at Work; de enige reden dat de film niet langs me heen was gegaan was dat ik de namen van de regisseur en de hoofdrolspelers herkende. Ik bekeek de trailer en deelde die met de nieuwe filmster. Ik vind dat ie een IMDB-profiel moet aanmaken.
‘Die scène op 1 minuut 34 herken ik wel,’ appte m’n medeskater.
In die scène is geen skater te zien. In de rest van de trailer evenmin. Zal je zien dat ie alleen in de Director’s Cut zit.

Ik doe steeds minder met Facebook. Ik zit tegenwoordig wel veel op Instagram.

Posted in Skateboarden | Tagged , | 1 Comment

Skatebowl

Een doordeweekse ochtend in het skatepark. De scholen zijn weer begonnen, dus ik heb alle tijd om rustig aan te klooien in de skatebowl. Die is voor mij nog iets te hoog om in te droppen, dus ik rij rustig rond. Dat komt wel. Elders in het parkje probeert een vader, overduidelijk jarenlang geskatet, z’n zoontje te overtuigen ook wat te proberen met een skateboard. Het jochie is meer geïnteresseerd in z’n stuntstepje. Het zal je kind maar wezen.

Dan komt vanuit het niets een jongen van een jaar of 12 op een mountainbike aangesneld. Oversized t-shirt en surfshort, Vans sokken opgetrokken tot de knieën, op z’n rug een tas met skateboard. All preppy. Hij smijt z’n fiets in de struiken, sjort het board van z’n tas, zet het op de rand van bowl, gebaart dat ik aan de kant moet gaan, dropt in en rijdt in een minuut het asfalt uit de bowl. De vader en ik kijken ademloos toe.

Dan gaat z’n telefoon. Z’n moeder. Waarom hij niet op school is.

Posted in Skateboarden | Tagged , | Comments Off on Skatebowl

Surfen

Surfen wilde dan niet echt lukken, liggen in de hangmat ging me prima af.

Het klinkt natuurlijk heel leuk als je zegt dat je ooit hebt leren surfen in Hawaï. Maar het was inmiddels acht jaar geleden en sindsdien was er amper iets mee gebeurd. Jammer, want de paar keer dat ik op die plank stond gaf een enorme kick. Ik had daarom nog wat vage plannen om op surfvakantie in Portugal te gaan, maar dat was afgelopen jaren zowat onmogelijk vanwege corona. Vorig jaar volgde ik een les in Domburg die niet al te voorspoedig verliep. Teleurstellend, vooral omdat ik dacht dat die twee jaar skateboarden me zouden helpen bij het surfen.

Afgelopen weekend ging ik toch op surfvakantie, een lang weekend op Vlieland. Dat gebeurde min of meer toevallig. Ik wilde graag op vakantie naar een Waddeneiland, bij voorkeur Terschelling. Maar accommodatie op dat eiland bleek deze zomer peperduur, dus ik keek voor de aardigheid of Vlieland wel iets betaalbaars had. Dat was het geval, surf sheds, een soort mini-huisjes op camping Stortemelk. Maar ja, als je in een surf shed verblijft is het een beetje gek om niet te gaan surfen, of althans, een poging daartoe te doen. En dus maakte ik er meteen een weekend van. Twee vrienden wilden ook mee, wat het allemaal nog gezelliger maakte.

Na die dramatisch verlopen les in Domburg dacht ik dat m’n succesvolle les in Hawaï een fluke was. Gewoon mazzel dat het me een paar keer was gelukt om op dat board te staan. Vooral dankzij TJ, een uiterst geduldige leraar die vooraf al had bezworen dat hij echt iedereen kon leren surfen. Ja, zelfs mensen die zijn behept met twee linkerbenen, zoals ondergetekende. Al meende ik ook bij TJ een flinke scheut wanhoop te bespeuren toen het de eerste paar uur nog niet echt wilde lukken. ‘You’re doing fine, but you need to relax more,’ verzuchtte hij. Een wijze levensles, en daarna ging het pardoes beter. (Misschien beeld ik het me in, maar ik meen bij elke sportinstructeur die mij iets moet uitleggen enige wanhoop te bespeuren, of het nou de skateleraar of de instructeur uit de sportschool is.)

Het weekend begon met een introductie over surfen, waarbij m’n vriend het niet kon nalaten nog eens te benadrukken dat ik had gesurft in Hawaï. Bedankt, nou kan ik alleen nog maar teleurstellen.

De les ging niet eens zo onbehoorlijk. Dat kwam door de golven, die ons vandaag goedgezind waren, en door de geruststellende mededeling van de instructeur dat ze echt niet van ons verwachtte dat we de eerste les al op de plank zouden kunnen staan. Surfen is de moeilijkste sport om te leren (volgens surfers), of één van de moeilijkste sporten om te leren (volgens skaters). Het bleef daarom bij goed liggen op de plank, de juiste timing van de golven lezen en dan heel hard peddelen met de armen om de snelheid van de golf te vangen. Catching waves. Dat peddelen ging me nog het beste af. Dat krijg je met die jarenlange training in de sportschool (waar ik ondanks de wanhopige blik van de instructeur wel goed heb opgelet).

Op de plank staan zat er de eerste les dus niet in. De instructeur raadde een langere plank aan. Dat vond ik geen slecht idee; in Hawaï surfte ik op een plank van ruim drie meter. Een belachelijke lengte, waarschijnlijk ingegeven door het feit dat ik indertijd nogal mager was, waardoor m’n 1 meter 88 meer als ruim twee meter oogde, maar het had wel gewerkt.

Een dag later ging ik op voor les 2. De golven werkten dit keer niet mee. Het waaide onstuimig en het water klotste alle kanten op. Dat was de wijze les die ik dit weekend leerde: de golven zijn altijd anders. (En je kunt dus altijd de golven de schuld geven als het niet lukt.) Het maakte m’n voornemen om ten minste één keer op de plank te staan wel heel lastig; ook al had ik nu een langere plank en was ik hoger op de plank gaan liggen. Golven lezen was al lastig, ook nog rechtop gaan staan bleek onmogelijk. M’n peddelen is echter onovertroffen.

De eindscore na dit weekend is een gelijkspel. Zo goed als in Hawaï ging het ook nu niet, maar het ging al veel beter dan in Domburg. Misschien komt het nog goed.

Posted in Reizen | Tagged , | Comments Off on Surfen

Vlieland

Ik was op Vlieland om te surfen en omdat het zonde is om alleen naar Vlieland te gaan voor het surfen plakte ik een paar dagen aan het weekend vast zodat ik het eiland kon bekijken. M’n digitale camera ging mee.

Het Waddeneiland, het kleinste van de vijf bewoonde Nederlandse, is prachtig. Het ligt ruim 27 kilometer van Harlingen, die afstand is bijna even groot als de breedte van het Nauw van Calais. Vlieland is een andere wereld. Het is zo klein dat je in minder dan een kwartier van de aanmeerplaats van de ferry aan de zuidkant van het eiland naar het strand aan de noordkant wandelt. Het dorp Oost-Vlieland heeft een gezellige winkelstraat én een oud kerkje, in de haven kijkt Willem de Vlamingh, vermaard zeevaarder uit de Gouden Eeuw en geboren in Oost-Vlieland weg over de Waddenzee. Aan de schuttingen hangen gejutte spullen. Ga ‘s nachts op het strand staan en je ziet in de verte de Brandaris op Terschelling.

Fiets naar het westen van het eiland en je komt in een verrassend heuvelachtig landschap terecht (het hoogste punt van de Nederlandse Waddeneilanden bevindt zich met 45 meter boven zeeniveau op Vlieland) met enkele bossen, rond 1900 aangeplant om verstuiving van het eiland tegen te gaan. Het eiland heeft zelfs een skatespot. Wat wil een mens nog meer?

Posted in Foto's, Reizen | Tagged , , | Comments Off on Vlieland