Avondklok

Even over die avondklok.

Ik ben niet eenzaam. Ik ben geen oudere die in een verzorgingshuis zit en geen bezoek mag ontvangen. Ik ben niet chronisch ziek, bang om besmet te raken. Ook heb ik geen kinderen, dus de last van thuisonderwijs geven draag ik niet. Ik ben vrijgezel, en heb een fijne baan bij de Rijksoverheid. Ik heb een uitgebreid netwerk van vrienden. Vanwege mijn baan bij de overheid word ik geacht het goede voorbeeld te geven en daarom werk ik al sinds maart thuis. Vrienden spreek ik vrijwel niet meer. Sommige heb ik al meer dan een half jaar niet meer gezien. We houden contact per e-mail, of videochatten. Het is voor een goede zaak.

Ik ben deze zomer bewust in Nederland op vakantie gegaan. Ik wilde niet het risico lopen corona op te lopen, eventueel andere mensen te besmetten. Prima. Nederland is mooi genoeg. Dezelfde overheid die nu een avondklok overweegt, vond het in de zomer niet nodig mensen te verbieden naar andere Europese landen te reizen. Veel van deze vakantievierders kwamen besmet met corona terug en verspreidden het virus. Ze hielden zich niet aan de quarantaineregels en de overheid zag hier niet op toe. Een tweede golf als gevolg.

Ik ga amper naar de stad om te winkelen. Ik hou niet van drukte. Als ik al naar de stad ging, koos ik bewust een rustig moment. Ik ging naar de kleinere, zelfstandige winkeltjes aan de rand van het centrum. Winkels die in de lockdown in het voorjaar wel open moesten blijven, omdat het voor hen financieel niet op te brengen was om dicht te gaan. Zij zijn nu alweer weken dicht. Terwijl ze zich aan alle regels hielden; het was er nooit te druk. Als ik naar de supermarkt ga, doe ik dat niet rond etenstijd. Alles voor de goede zaak.

Ik ging een paar keer in de week naar de sportschool. Niet om aan een killerbody te werken, ik ken m’n beperkingen, wel om mentaal gezond te blijven. Om vanwege de stress niet ten onder te gaan aan een burnout, wat de maatschappij geld zou kosten. In mijn sportschool komen veel sporters die willen afvallen, of revalideren van een blessure. Er komen ouderen die fit willen blijven. Niemand mag nog naar de sportschool. Toen de sportschool dichtging, probeerde ik het eerst nog positief te zien. Een mooie kans om het hardlopen weer fanatieker op te pakken. 19 Januari kon ik wel weer verder trainen. Nu wordt dat 9 februari en ik hoor beleidsmakers al fluisteren dat het ‘begin maart’ wordt. Denk eens na over de maatschappelijke kosten die dat met zich meebrengt. De overheid wil niet dat we gezond blijven.

Ik heb een pubquizteam, maar ik kan al maanden niet meer pubquizzen. De laatste keer dat het nog kon, was sowieso lachwekkend. De muziek moest om 21.00 uur uit, de bar mocht geen drinken meer schenken. We moesten anderhalve meter afstand houden, wat lastig overleggen is. Ik ging nog om de sociale contacten te onderhouden, maar pubquizzen was verworden tot een surreële ervaring. Toen een medespeler een keer in huilen uitbarstte, kon niemand haar troosten, want: anderhalve meter.

Ik had in september en oktober met een paar vrienden skateles. De skatehal waar die lessen doorgaans worden gegeven, wordt verbouwd. De lessen vonden dus buiten plaats. Maar buitensporten in teamverband werd verboden en dus werden de lessen gestaakt. Teamverband klinkt wat gek bij skatenboarden, maar soit. Sowieso vreemd, want de kans op besmetting in de buitenlucht is nul. Dat is al maanden bekend. In de tussentijd konden de lessen die indoor werden gegeven, in andere skateparken in het land, wél doorgaan (nouja, tot half december dan). Een kromme redenering.

Het enige sociale contact dat ik nu nog ‘in real life’ heb, is een bezoek aan m’n ouders. Ze wonen een paar straten bij me vandaan. We hebben alle drie al in maart corona gehad, zijn daar zonder kleerscheuren doorheen gekomen, en hebben zo onze eigen bubbel. Een keer in de week komen twee vrienden bij me op bezoek voor een online pubquiz. Eentje heeft niet de mogelijkheid om thuis de online pubquiz te spelen. We houden daarbij uiteraard netjes anderhalve meter afstand. Ik ga nog steeds skateboarden, soms ’s avonds. Meestal in m’n eentje, maar af en toe spreek ik met een vriend af. Meer mag niet: want corona.

Ik wil me niet boos maken. Ik ben m’n uitlaatklep in het sporten al kwijt. Maar toch. De overheid is indirect verantwoordelijk voor deze tweede coronagolf. Er zijn vaccins, maar waar sommige landen al miljoenen inwoners hebben gevaccineerd, wil Hugo de Jonge alles vooral zorgvuldig doen. Er is geen thuiswerkplicht, terwijl veel van m’n vrienden op kantoor moeten werken. In al die gevallen kunnen ze prima thuiswerken, maar het mag niet van de baas. Waarom durft de overheid niet de werkgevers aan te spreken? Waarom overweegt de overheid überhaupt een avondklok terwijl Schiphol nog open is?

Nogmaals, ik denk dat ik het nog relatief goed heb. Maar met een avondklok ontneemt de overheid de laatste sociale contacten die ik nog heb. Diezelfde overheid die, als ik het even plat mag zeggen, al maanden een rotzooi van het coronabeleid heeft gemaakt. Ik acht ze dan ook nu weer uitstekend in staat de verkeerde beslissing te nemen.

Ik kan geen minister meer horen die met een zucht in z’n stem zegt dat hij begrijpt dat het écht écht écht heel zwaar is, maar dat we er ‘even’ doorheen moeten.

Posted in Overig, Politiek | Tagged | Leave a comment

Song Top 20 2020

Ik zal niet zeggen dat 2020 een raar jaar was, want dat kunt u overal al lezen. Wel was 2020 muzikaal gezien het meest exotische jaar ooit. Kijkt u even naar de nr. 1 hits van dit jaar: artiesten uit Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Australië, Canada, Guyana, Kazachstan.

Is dat een gevolg van corona? Dat denk ik niet. Wel is het een gevolg van de wereld die steeds kleiner wordt (met een pandemie als gevolg). Nieuwe muziek hoor je steeds minder bij het uitgaan (dat kon nauwelijks in 2020), maar in apps als TikTok of Instagram. Je kunt uit een sloppenwijk in Zuid-Afrika of een voorstad van Auckland komen en een wereldhit scoren. Radio is steeds minder een machtsfactor. Het holt achter de feiten aan; pas als een plaat een hit is op Spotify of Deezer gaan radiozenders dezelfde muziek draaien.

Afgezien van dat 2020 een exotisch (en vooruit, raar) jaar was, was dit het jaar van de comeback: Shaggy scoorde z’n eerste top-40-hit sinds 2014, terwijl hij in 1992 voor het eerst in de hitlijsten stond, Di-Rect stond voor het eerst sinds 2013 weer in de Top 40 en Alicia Keys scoorde haar eerste hit in acht jaar tijd. En dat zijn dan nog de acts die m’n Song Top 20 hebben gehaald. Wat te denken van Ilse DeLange (eerste top-40-hit sinds 2013) of Black Eyed Peas (eerste hit sinds 2011). Of acts die voor het eerst in jaren de Tipparade haalden: AC/DC met Shot in the Dark (voor het eerst sinds 1995), Rolling Stones met Living in a Ghost Town (voor het eerst sinds 2012) en Todd Rundgren met Flappie (voor het eerst sinds 1972). De oudjes moesten binnenblijven, maar deden het beter dan ooit tevoren.

Ik had een longlist van 24 liedjes, dus ik moest wat nummers schrappen. Suzan & Freek en Snelle stonden apart in de lijst, dus die kon ik nog mooi bundelen in hun duet (triët) De Overkant, maar helaas vielen Level of Concern van Twenty One Pilots en Impossible van Nothing But Thieves toch nog uit de lijst. De laatste track die het niet redde was Symphony van Sheppard, de altijd vrolijke Aussies die het zelfs aandurfden een Millennial Whoop in hun liedje te stoppen. Maar Banners staat erin; dat is een Sheppard rip-off. Nog een geluk dat één van de mooiste liedjes van het jaar, Cardigan van Taylor Swift, op een haar na de Top 40 miste.

Net als vorig jaar kan je de Song Top 20 terugluisteren op Spotify.

20. Banners – Someone To You

Sheppard valt dit jaar dus net buiten de top-20, maar we hebben Banners. Dat is de artiestennaam van de Engelse producer Michael Joseph Nelson. Hij bracht Someone To You al in 2017 uit, maar dankzij gebruik in een reclame voor T-Mobile groeide het dit jaar alsnog uit tot een knijter van een hit. Wat ook hielp was dat het een hype was op TikTok (we komen de app nog vaak tegen). Someone To You is ultracatchy vrolijkheid in drieëenhalve minuut. Escapisme, maar daar is helemaal niks mis mee. Net Sheppard.

19. Goldkimono – To Tomorrow

In de zomer, ja, toen was alles goed. Toen ik chillend op m’n skateboard de skateparkjes van de stad onveilig maakte. Die zorgeloze zwoele zomerzotheid zit in To Tomorrow. Een ijl gitaartje, een licht beatje en een zanger die rapt over dat ie eindeloos kan blijven pushen op z’n skateboard. Achter de naam Goldkimono gaat producer en songschrijver Martijn Konijnenburg schuil die ooit begon in de band Leaf (hit: Wonderwoman), over wie Arjen Lubach suggereerde dat hij ‘m had belazerd bij het schrijven van een wereldhit (Firestone van Kygo).

18. Suzan & Freek & Snelle – De Overkant

Je kunt 2020 (en 2019) best de wraak van het platteland noemen. Of beter, van de Achterhoek. De grootste Nederlandstalige hits van het jaar zijn van Suzan & Freek (toch de Saskia & Serge van nu) en Snelle. Ze scoorden allebei op eigen kracht hits (Suzan & Freek met Deze Is Voor Mij en Weg Van Jou, Snelle met Smoorverliefd, Kleur en In De Schuur), maar deden een triootje op De Overkant. Een ode aan de eigen landstreek ‘waar je fiets gewoon nog open langs de weg kan blijven staan’. Zelfs de grachtengordel (Thomas Acda) neemt tegenwoordig duetten op met Snelle.

17. Nona – Forever Yours

Ineens was ze daar: Nona. Achternaam: van der Wansem. Bouwjaar: 1993. Afkomstig uit Uden. Dat ze Nederlandse is hoor je niet af aan Forever Yours. Dat bedoel ik als compliment. Haar liedje is perfecte radiopop, een tijdloze song waarvan ik eerst vermoedde dat ie uit de jaren negentig afkomstig was en ingezongen door een Amerikaanse soulzangeres. Best knap (je zingt het na één keer horen mee), maar een beetje anoniem; het glijdt het ene oor in en het andere oor uit. Je kunt niet alles hebben.

16. Ariana Grande & Justin Bieber – Stuck with U

Misschien wel het ergste aan die coronacrisis zijn sterren die ook iets goeds willen doen. Artiesten die vanuit hun luxueuze villa in Beverly Hills Imagine zingen of BN’ers die een coronalied schrijven. Alsof de crisis nog niet erg genoeg is. Nee, dan Ariana Grande, die nam tenminste nog de moeite om een nieuw liedje te schrijven. Dat liedje werd Stuck with U en de opbrengst gaat naar het goede doel. Hoe het kan dat Bieber (al jaren gelukkig samen met Hailey Baldwin) in deze song met Grande zit opgescheept vertelt het verhaal helaas niet. Het artwork is van Liana Finck (volg haar op Instagram, ze is geweldig).

15. BTS – Dynamite

Eén van de beste boeken over popmuziek die ik ooit heb gelezen is The Song Machine van John Seabrook. Hij schetst daarin een beeld van de muziekindustrie van de vroege jaren negentig tot halverwege jaren tien. In één van de hoofdstukken legt Seabrook uit hoe K-pop de wereld zal overnemen. Ik lachte dat hoofdstuk weg. Alsof Amerikanen en Europeanen massaal zouden vallen voor overgeproduceerde, aalgladde producties uit Gangnam. Boy, was I wrong. PSY was nog een gimmick, maar acts als Blackpink, G-Dragon en BTS verkopen (zonder noemenswaardige airplay, maar welke jongere luistert nog radio?) stadions uit. En Dynamite is een tijdloos goed funkpopplaatje.

14. Tiësto – The Business

Alle hoogste posities van Tiësto sinds 2001 in de top-10 in chronologische volgorde: 8, 7, 6, 2, 3, 3, 5, 3, 2, 5, 9, 2 en 5. Wat ontbreekt er? Een 1 (en een 4 en een 10). Tot dit jaar, want The Business is de eerste nr. 1 hit voor de Bredase dj die volgende maand z’n 52ste verjaardag viert. Dat Tiësto, een veteraan op het dj-gebied, juist nu z’n eerste nr. 1 hit scoort is niet gek. EDM is mainstream geworden en The Business is voor Tiësto-begrippen meer pop dan trance. Al heet dat dan deep house. Tekstueel kijken we in The Business terug op 2020 (‘back and forth with the bullshit’) en vooruit naar 2021 (‘let’s get back to business’).

13. Jawsh 685 ft. Jason Derülo – Savage Love (Laxed – Siren Beat)

U weet het inmiddels: de wereld is een global village geworden. Of je nu neusfluiter uit Papoea-Nieuw-Guinea bent of ocarinaspeler uit Peru: ook dan kan je een wereldster worden. Een rapper, of beter, zanger (rapper vind ik wat veel eer voor Jason Derülo) kan een beat oppikken van een jongen uit Nieuw-Zeeland (half Samoaans en half tja, Cookeilands geloof ik dat je schrijft) en daar een hit mee scoren (waar Jawsh 685 overigens helemaal niet gelukkig mee was, dus daar is nog wat juridisch getouwtrek aan te pas gekomen). Het leverde wel een fijne mash-up op: poppy Derülo over een beat die is bedoeld als eerbetoon aan de Samoaanse straatcultuur. Goed weetje: 685 is de internationale toegangscode voor Samoa. Mocht je Apia willen bellen.

12. Conkarah ft. Shaggy – Banana

Je kunt veel van TikTok zeggen, maar veel van de hitjes die via de app tot ons zijn gekomen, zijn ultravrolijke songs. Neem Banana, dat godbetert The Banana Boat Song (bekend van Harry Belafonte, 93 jaar oud en still going strong) samplet. Zou die oude Belafonte weten wat voor een schunnigheid Conkarah heeft uitgehaald met z’n klassieker? Weinig subtiele toespelingen op z’n banaan (‘girls from near and far ah request mi banana’) en gepoch dat vrouwen uit Spanje, Zweden, Ghana en Japan geïnteresseerd zijn? Twee vrouwen uit Frankrijk die ‘m zelfs willen delen? Het werd een grote hit (althans, in Nederland) dankzij de remix én met hulp van Shaggy, die bij hetzelfde management als Conkarah zit. De reggaeveteraan wilde dolgraag meedoen toen hij hoorde waar Banana over gaat. De viespeuk.

11. Sofi Tukker & Gorgon City – House Arrest

Eigenlijk lag House Arrest op de plank. Sophie Hawley-Weld schreef het nadat ze bij een concert haar been had gebroken en noodgedwongen thuis moest blijven. Maar zie hier, 2020 brak uit, er was iets met een pandemie, heel veel mensen zaten ineens thuis en een hit was geboren. Promotie vond plaats vanuit de thuisstudio in Miami, en zo kon het gebeuren dat ik tijdens een live stream naar een vreemd uitgedost duo, omringd door planten en palmbomen, zat te kijken. De muziek gaat niet veel verder dan ‘this is house arrest, la da di da di da dum’, maar het klonk nog best gezellig.

10. Dua Lipa – Physical

Ik kan in 2020 niet om Dua Lipa heen. De zangeres liet niet afschrikken door corona en bracht tijdens de eerste coronagolf haar nieuwe album Future Nostalgia uit, omdat mensen juist in deze tijd behoefte hebben aan afleiding. Ze kreeg gelijk want ze was niet uit de hitlijsten weg te slaan. Lipa stond dit jaar met zeven verschillende songs in de Top 40, al kwam de oudste daarvan, Don’t Start Now, eind 2019 uit. Daarmee kannibaliseerde ze haar eigen succes; waar de eerste singles nog braaf de top-10 haalden (naast Don’t Start Now verder nog Physical en Break My Heart), bleef de rest daar ver onder steken. Overkill? Misschien. Muzikaal was Future Nostalgia niet haar sterkste plaat (er gaat niks boven Be The One en New Rules), maar Physical blijft lekker, dankzij overduidelijke knipoog naar Olivia ‘let’s get physical’ Newton John.

9. Billie Eilish – No Time To Die

Arme Billie. Arme ik ook, en arme Esmee, m’n oudste nichtje. Ik zou met haar naar het concert van Billie Eilish in de Ziggo Dome gaan, juli dit jaar. Dat concert werd eerst uitgesteld, eerder deze maand ging er definitief een streep door: afgelast. No Time To Die was begin dit jaar al een hit, in het blijde vooruitzicht dat de release van de nieuwe film van James Bond aanstaande was. Die release is al zo vaak naar achter geschoven dat tegen de tijd dat No Time To Die in de bioscoop draait de technische snufjes van Q allang zijn achterhaald, maar gelukkig hebben we Eilish nog. No Time To Die is prachtig, met die voor jamesbondtunes zo herkenbare strijkers, maar zo aan het einde van 2020 klinkt No Time To Die vooral als hoe mooi het had kunnen zijn.

8. David Guetta ft. Sia – Let’s Love

‘Wat The Weeknd kan, kan ik ook,’ dacht David Guetta en dus maakte hij Let’s Love. Verrassend is dat niet, want de Franse dj maakt al jaren muziek onder het motto ‘beter goed gejat, dan slecht bedacht’. Daarom alleen al is het geheel terecht dat Guetta ook met z’n 48ste hit in de Nederlandse Top 40 niet de eerste plaats haalde. Goed gejat hoeft niet per se slecht te zijn. Want waar Blinding Lights een schaamteloze rip-off is van Take On Me, haalt Guetta de mosterd bij een andere knijter uit de eighties: Love Is A Battlefield. Maar neem twee Nederlandse songschrijvers (Giorgio Tuinfort en Marcus van Wattum) in de arm voor compositorische hulp, vraag hitkanon Sia (Titanium, She Wolf) voor de vocalen, stop er leuke retro visuals bij en het komt goed. Nouja, bijna. Want Guetta, we zijn dit niet vergeten.

7. DaBaby ft. Roddy Ricch – Rockstar

Er zijn wel wat coronahitjes geweest, maar Black Lives Matter was weinig in de hitlijsten terug te vinden. Terwijl in het verleden de burgerrechtenbeweging veel mooie muziek heeft opgeleverd. Een enkele single haalde de Nederlandse hitlijsten, zoals Rockstar. Dat gaat over politiegeweld, maar DaBaby voegde daar later nog een expliciet couplet over Black Lives Matter aan toe. Rockstar is trap, een genre dat als voorloper van drill wordt beschouwd. De song wegzetten als nodeloos wapengekletter zou de boodschap geweld aan doen. De rapper draagt op de oorspronkelijke hoes een mondkapje en dat zegt genoeg. Het is niet bedoeld om z’n omgeving tegen z’n woorden te beschermen, of omdat hij zich zogen maakt over corona, maar omdat hij zich gemuilkorfd voelt.

6. Celeste – Stop This Flame

BBC zal je maar uitroepen tot ‘Sound of 2020’. En dat je dan vervolgens het grootste deel van wat een jubeljaar had moeten worden werkeloos thuiszit. Dat overkwam Celeste. De Britse zangeres heeft een prachtige stem; lichthees en zwoel, waarmee ze elk genre aan kan. Voordat de pleuris losbarstte, verzorgde Celeste nog een optreden op Eurosonic en lanceerde ze haar single Stop This Flame, een track die door Stereogum werd omschreven als ‘a catchy and vaguely jazz-indebted uptempo R&B song’. Ik proef ook een vleugje drum ‘n bass, waarmee die aanstaande ninetiesrevival steeds navranter wordt. De tweede naam van Celeste is Epiphany. De zangeres is met recht een openbaring. In 2021 dan maar in de herkansing.

5. Alicia Keys – Underdog

Het eerste waar ik aan denk als ik de naam Alicia Keys hoor, is Bob Dylan. Hij zong ooit bewonderend over de zangeres en vermeldde dat ze is geboren in Hell’s Kitchen. Voor de rest is de carrière van Keys altijd een beetje langs me heen gegaan. Fallin’, A Woman’s Worth, Girl On Fire: mooie liedjes, maar ook wat gladde radio R&B. Vooral ballads, terwijl ik Keys het leukste vind als ze meer uptempo songs doet, zoals Empire State Of Mind. Underdog is een opgewekt liedje, met een positieve boodschap: ‘they say I would never make it but I was built to break the mold’. Ze schreef het met Mr. Positivo Ed Sheeran. Underdog werd alleen in Nederland een behoorlijke hit en dat verbaasde me. In een rampjaar als 2020 kan iedereen wel wat positiviteit gebruiken. Bovendien hoorde ik er wel een anthem voor Black Lives Matter in: ‘this goes out to the underdog, you will rise up, rise up.’

4. Ava Max – Kings & Queens

Dat de jarentachtigrevival inmiddels al veel langer duurt dan de jaren tachtig ooit duurden, is bekend. Ook Ava Max grasduint graag door het decennium van schoudervullingen, kniewarmers en tuinbroeken. Dat deed ze al met doorbraaksingle Sweet But Psycho en dat trucje herhaalt ze met Kings & Queens. Het refrein is zelfs rechtstreeks overgenomen uit Bonnie Tylers If You Were a Woman (And I Was a Man), wat Desmond Child, schrijver van die Tylerhit, nog een fijne songwriting credit opleverde. Tekstueel gaat Kings & Queen over ‘women’s empowerment’, waarmee Max uit hetzelfde vaatje tapt als Dua Lipa (New Rules) en Lady Gaga (die zich voor de empowerment van zo’n beetje de hele mensheid inzet). Ik voorspel een glanzende carrière voor de zangeres als homo-icoon.

3. Master KG ft. Nomcebo Zikode – Jerusalema

De eerste keer dat ik Jerusalema hoorde, was ‘s ochtends op Radio 2. Het was een liedje in een Afrikaanse taal, maar aan de productie te horen was het van recente datum. Vreemd, dacht ik, ik ken geen hedendaagse hits uit Afrika. De dienstdoende dj’s kondigden het wat lacherig af als ‘Jerusalema, dat TikTok-liedje’. Toen vielen er twee kwartjes: 1. Dit is Jerusalema, dat al een aantal weken hoog in de Top 40 staat. 2. Het is een hit geworden dankzij TikTok. Nu heb ik altijd al een zwak gehad voor wereldmuziek (mijn eerste single was Burbujas de Amor van Juan Luis Guerra), ook als die stevig verdund is voor westerse consumptie. Jerusalema is in feite een gospel, gezongen in het Zulu, en gaat over de stad die de bakermat van zoveel verschillende religies is. Een oproep tot vrede. Dat kan nooit kwaad.

2. Benee ft. Gus Dapperton – Supalonely

Supalonely is een break-up song. En een verdomd vrolijke. Want waarom zou je een treurig liedje schrijven als je bij je vriendje weg bent? Op Supalonely drijft Benee de spot met haar eigen liefdesverdriet. Een briljante omkering, die de twintigjarige zangeres een wereldhit opleverde. Dat Supalonely ook betrekking had op het gevoel dat veel mensen hadden tijdens de eerste lockdown, droeg wellicht ook bij aan het succes. Er hoort een dansje bij (ja, ook Supalonely werd een hit dankzij TikTok), wat mijn nichtjes me tijdens de eerste lockdown hebben geprobeerd te leren. Mijn moves schijnen hilarisch te zijn geweest en zijn godzijdank niet vastgelegd. Tweede Nieuw-Zeelandse act in deze lijst en de leukste. Wel jammer van die auto-tune.

1. Di-Rect – Soldier On

Soldier On is helemaal geen coronasong. Dat kan niet eens, want het kwam op 21 februari uit, vlak voordat de pandemie losbarstte. Soldier On gaat ook niet over lockdowns of coronabesmettingen. Het gaat over jezelf staande proberen te houden in de maatschappij terwijl je anders bent. Over blijven strijden waar je voor staat, ondanks de tegenstand die je krijgt: ‘ain’t nobody out there as brave as you’. Maar het groeide wel uit tot een coronasong. Die gedragen melodie, de live uitvoering in één van de laatste afleveringen van De Wereld Draait Door in een bijna lege studio, regels als ‘you’re holding your own’ en de titel, die symbool staat voor waar zoveel mensen dit jaar mee bezig waren: doorploegen. Hopende op betere tijden, op een mooier 2021. Geen wonder dat Soldier On dit jaar op nr. 12 binnenkwam in de Top 2000. Dat is niet alleen dik verdiend, maar Di-Rect, dat stiekem al jarenlang prachtsongs uitbrengt, ook nog eens van harte gegund.

Posted in Lijstjes, Muziek, Uncategorized | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Comments Off on Song Top 20 2020

Fans

Meerhoven tijdens zonsondergang.

Ik was in het skateparkje in Meerhoven. Marc was er ook. Hij had z’n skatesurf (of surfskate) meegenomen. Dat is een skateboard waarbij je de voorste trucks, dus dat metalen geval waar je wieltjes aan hangen, kunt draaien. Het is scary shit waar ik één keer op heb gereden en toen snel weer vanaf ben gestapt. Ik was veel te bang dat ik pardoes niet meer zou weten hoe ik op m’n skateboard moet staan. Marc durft alles. Hij gaat belachelijk vaak onderuit, maar dat deert ‘m niet. Ik zou willen dat ik die mentaliteit had. Hij reed op z’n skatesurf van een ramp af en met enkel inleunen raakte hij de coping, de bovenste rand, van de quarter.
Nice,’ knikte ik, terwijl ik oefende op m’n manuals en m’n ollies.

Op de verhoging keek vanuit een hoekje een jochie van een jaar of tien nieuwsgierig toe. Een expatkind, zo vermoedde ik, want Meerhoven barst van de expats en de voertaal in het parkje is geregeld Engels, Turks, iets Slavisch of een Indiase taal waarvan ik de naam niet eens weet. Ik meende ‘m eerder Engels te hebben horen praten. Hij oefende op een trucje waarbij je je board op de zijkant zet. Eerst ga je met het voorste deel van je voeten op de wieltjes staan en dan geef je het board een wip terwijl je springt. Het board valt op z’n wieltjes en jij landt op de bovenkant van het deck. Ik heb het geleerd toen ik een paar maanden bezig was, maar heb het sindsdien niet meer gedaan. Het is een vrij nutteloos trucje en ook nog es doodeng.

Marc riep iets naar ‘m en ik zei tegen Marc dat het jochie Engels is.
‘Ik spreek Nederlands,’ zei het jongetje, een beetje verontwaardigd.
‘O sorry,’ zei ik, en ik gaf ‘m tips voor het trucje. Ik heb het zelf dan niet meer geoefend, ik weet wel hóe het moet. Hij ging een paar keer hard onderuit en toen ik daarvan schrok, zei hij schouderophalend: ‘Geeft niet, ik val heel vaak.’
Een prima houding.

Marc ging naar huis en ik reed nog wat rond. Het is fijn om tot zonsondergang door te gaan. Het is lekker rustig, met weinig stepjes die in de weg rijden. Trucjes boeien me niet. Veel liever rij ik rond, hard vooral. Ik wil snelheid maken, hoog in de quarters komen, als het even kan de coping aantikken, voor de lol een manual tussendoor (toch een trucje). Alleen de ollie wil na een jaar dag-in dag-uit oefenen nog steeds niet lukken. Het maakt me wanhopig. Twee jaar bezig en nog steeds kan ik niet fatsoenlijk olliën. Prutser.

Als ik m’n rondje door het park in Meerhoven rij, neem ik ook aan de zijkant een stukje van een bank mee. Dat ziet er spectaculairder uit dan het is. Je rijdt erin, leunt op je tenen en daardoor rij je weer makkelijk van de bank af.

Het jongetje dat ik eerder wat tips had gegeven keek nieuwsgierig toe hoe ik het deed. Ik zag dat hij het ook wilde proberen maar niet echt durfde.
‘Dat kan jij ook,’ zei ik. Ik deed voor hoe je je board in de bank stuurt, en hoe je die er daarna weer vanaf rijdt. Hij probeerde het, maar had niet voldoende snelheid.
‘Het lukt beter als je eerst van die hoge ramp af rijdt. Je hebt snelheid nodig,’ legde ik uit.

‘Kijk nou wie we daar hebben, Guido!,’ klonk het ineens. Terwijl ik het jochie uitleg gaf, waren een oud-collega en haar dochter het park in komen rijden. Ow help, bekenden.
‘Dat is Guido, een collega van me,’ zei ze tegen haar dochter van een jaar of acht. ‘Die kan heel goed skaten.’
No pressure, dacht ik.
‘Laat ‘m maar es zien wat je kan,’ zei ze tegen haar dochter, en ze haalde een skateboard tevoorschijn. Het meisje sputterde tegen en vertelde dat ze liever op haar pennyboard reed. Ik keek naar haar skateboard dat er nogal gehavend uitzag, en begreep haar wel. Het meisje keek begeerlijk naar m’n board.
‘Wil je op die van mij rijden?,’ vroeg ik.
Ze knikte: ‘Mag dat?’
‘Natuurlijk mag dat,’ antwoordde ik.
Ik doe niet zo moeilijk als anderen op m’n board willen rijden. Krassen en deuken komen er toch wel in. Had ie maar geen skateboard moeten worden.

Ze reed rond op m’n board en snelde zonder angst van de hoogste ramp af. Ondertussen praatte ik met m’n collega bij over het werk. Ze was m’n leidinggevende toen ik weer eens in een persoonlijke crisis zat, dus ik vond het fijn te kunnen vertellen dat het nu beter met me gaat, ondanks alle coronashit. Af en toe kwam haar dochter met het board onder haar arm terug om er een minuut later weer verlekkerd naar te kijken en verlegen te vragen of ze nog een keertje mocht. Ik ging op mijn beurt een keer op het board van het meisje staan. Het deck was niet hol, maar stond bol. Uit de tail was een stuk hout verdwenen. Het was niet het worst board on the internet, dit exemplaar had tenminste nog een nose en een tail, maar het scheelde niet veel.

‘Mja,’ zei ik weifelend en ik zocht naar diplomatieke woorden. ‘Het is een bijzonder board.’
‘O ja,’ beaamde m’n collega, ‘het is niks.’
Haar dochter reed nog een laatste keer rond op m’n board.
‘Weet je, je bent echt cool als je je board bij de truck vastpakt,’ zei ik toen ze het board aan me teruggaf.
Daarna vertrokken ze.

Terwijl het langzaam donker begon te worden, reed ik nog een paar rondjes. Het ging best lekker, ondanks de snijdende kou die zich van het parkje meester had gemaakt. Ik kan niet wachten tot Area 51 weer opengaat, corona en weder dienende in januari.

Toen ik op de verhoging stond, zag ik dat het jochie het trucje met de bank onder de knie had gekregen. Hij riep me vanuit de andere kant van het skatepark trots toe: ‘Ik kan het!’
‘Goed man,’ riep ik terug en stak in de avondschemering een duim op.

Toen ik een uur later thuis was, kreeg ik een berichtje van m’n oud-collega: ‘Je hebt er een fan bij. Ze heeft het nergens anders meer over gehad dan over jou.’

Posted in Eindhoven, Skateboarden | Tagged , , , | Comments Off on Fans

Troll

Vanaf deze zomer hou ik om de twee weken op zaterdagavond de chat bij van The Global Online Quiz. Het is niet heel spannend, wel ontzettend leuk. Vooral omdat ‘global quiz’ echt wereldwijd is, vandaar dat ik de deelnemers standaard vraag waar ze vandaan komen. Ik ben gek op geografie. Ik vertel dat ik ooit in het land op vakantie ben geweest, of probeer ze in de eigen taal welkom te heten, iets dat verbazingwekkend goed lukt. Google Translate is your best friend.

De lijst landen van waar we deelnemers uit hebben is inmiddels behoorlijk lang: Engeland, Zweden, Noorwegen, India, Filipijnen, Italië, Malta (waar we om mij onduidelijke redenen heel populair zijn), IJsland, Canada, Verenigde Staten, Mexico, Australië, Zuid-Afrika, Polen, Zweden, Tsjechië, Slowakije, Israël, Kroatië, Denemarken, Zimbabwe, Frankrijk, Panama, Colombia, Noorwegen, België, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Uruguay, Brazilië en Antarctica.

Ja, Antarctica. Vanaf de eerste editie van de quiz speelt een team vanaf de Zuidpool mee. Althans, ze spelen mee vanaf ‘Troll Station’. Ik vond dat een goede grap: jaja, lekker aan het ‘trollen’. Ik draai al meer dan twintig jaar mee op sociale media, mij hou je niet voor de gek. Ik informeerde voor de grap hoe het weer daar was, of hoe het met de pinguïns ging. Elke keer kreeg ik bloedserieus antwoord (helder, maar koud, pinguïns zaten niet in de buurt, wel zuidpooljagers). Leuk, ze hielden de grap goed vol.

Een van de features van de quiz is dat teams foto’s kunnen insturen via Whatsapp. Die foto’s laten we dan tijdens de quiz zien. Afgelopen zaterdag vroeg Edwin, bij wie de foto’s binnenkomen: ‘Heb jij een team uit Antarctica op de chat?’
Ik lachte: ‘Ja, ik heb een team uit “Antarctica” op de chat, maar dat is niet echt.’
‘Ze spelen vanuit Troll Station, Queen Maud Land,’ vertelde hij.
‘Er is een Queen Maud Land op Antarctica,’ zei ik. Ineens begon ik te twijfelen.
‘Nou,’ zei hij, ‘ik heb hier een team van vijf spelers met een kaart aan de muur. Volgens mij is dat de kaart van Antarctica.’
Ik liep naar de computer van m’n collega.
‘No way,’ riep ik verbaasd uit. Op de achtergrond hing inderdaad een kaart van Antarctica. Ik zocht op m’n eigen computer: Queen Maud Land is het Noorse deel van de Zuidpool.
‘Ik vraag of ze nog een foto kunnen maken van het uitzicht,’ ging Edwin verder.
Even later kwam een foto binnen die ze vanuit hun onderzoeksstation hadden gemaakt: kraakhelder weer (Antarctica is het droogste continent, in wezen is het een woestijn) en heel veel sneeuw.
‘Ze spelen mee via een satellietverbinding,’ vertelde Edwin.

Ik zocht op Wikipedia en verrek, Troll Station bestaat écht. Het is één van twaalf Noorse onderzoeksstations in Queen Maud Land, waarvan de helft het hele jaar door is bemand.

En van dat selecte groepje quizzen vijf mensen met ons mee.

Posted in Aardrijkskunde, Quizzen | Tagged , , | Comments Off on Troll

Roadtrip

Het fijne van Spotify is dat bijna alles erop staat. Lees je over een band en wil je horen hoe zo’n band klinkt? Geef Spotify een zwiep en je hoort het vanzelf. Er is veel muziek, té veel, maar dat geeft ook de kans om originele playlists samen te stellen.

Zou ik een playlist kunnen maken met vijftig bands uit vijftig verschillende Amerikaanse staten? Bands dus, geen singer-songwriters, wat alles een stuk makkelijker zou hebben gemaakt. Zelfs rappers was eenvoudiger geweest (wist je dat Wiz Khalifa uit North Dakota komt?). Ik ben uitgegaan van de staat waarin ze zijn opgericht, wat het allemaal nog net iets lastiger maakt. In een uitgestrekt land als de VS is het gebruikelijk dat bands naar een stad trekken waar de afzetmarkt iets groter is: Los Angeles, New York, Nashville, Austin. Dat geldt ook voor muzikanten, die soms afkomstig zijn uit de meest afgelegen oorden, maar elkaar ontmoeten in de grote stad.

Ik ging uit het hoofd al na welke acts ik zou kunnen gebruiken. Natuurlijk, Nirvana komt uit Seattle in Washington, Calexico komt uit Arizona. Dat ZZ Top uit Texas komt wekt ook geen verbazing (La Grange gaat over een roemrucht bordeel in die staat) evenals The Killers die uit Las Vegas afkomstig zijn. Built to Spill komt uit Boise, Idaho (zoiets vergeet je niet licht) en Portugal. The Man is opgericht in Alaska. 3 Doors Down komt uit Mississippi, wat wel te horen is aan de rechttoe-rechtaan boerenkoolmetworstrock. De relirock van Evanescence komt uit Arkansas. Op het laatste moment besefte ik dat The Connells, van het prachtige ’74-’75, uit North Carolina afkomstig is, waardoor Superchunk uit de lijst verdween.

Soms kwam ik voor verrassingen te staan. Ik dacht dat The Shins uit Oregon kwamen, maar ze bleken te zijn opgericht in New Mexico. Bij Oregon kon ik vervolgens voor The Dandy Warhols kiezen. Geen slechte ruil. Fun fact: Lynyrd Skynyrd, die als grootste hit Sweet Home Alabama hebben, komt uit Florida. Weet je wie wél uit Alabama komen? Alabama Shakes. Om verwarring te voorkomen heb ik van Lynyrd Skynyrd daarom het onbekendere, maar o zo mooie Simple Man in de playlist gezet. Kansas komt trouwens echt uit Kansas.

In Californië had ik honderden bands om uit te kiezen, dus het werden de Eagles met Hotel California. Soms moet je niet te moeilijk doen. Een geografische referentie in bandnaam of songtitel is sowieso een pre. Ook bij New York was het puzzelen. Kies ik voor The Velvet Underground, de Ramones, Blondie of The Strokes? Het werden de Ramones.

Bij sommige staten was het heel lastig. North Dakota bijvoorbeeld, waar de enige rockband die ik kon vinden de lo-fi band Secret Cities was. Wat overigens niet gek is; er woont geen hond, en dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor het aantal plekken waar je live kunt spelen. Ook Montana maakte het me moeilijk. Bij die staat kwam ik op Spotify bij acts terecht die minder dan duizend plays hebben. Geen slechte bands, wel obscuur. De keuze viel uiteindelijk op The Boy & Sister Alma, superslicke electropop die zo op de soundtrack van Drive had gekund en meer luisteraars verdient, maar afkomstig uit Helena, Montana, en dus gedoemd hun leven in obscuriteit door te brengen. Ze hebben niet eens een lemma op Wikipedia.

De volgorde is in de vorm van een roadtrip, beginnend in North Carolina, dan zigzaggend van oost naar west en weer terug van west naar oost, en eindigend in Maine. Tussendoor maken we een zwemtochtje naar Hawaï en Alaska. Enjoy the ride.

North Carolina – The Connells – ’74-’75
South Carolina – Hootie & The Blowfish – Only Wanna Be with You
Georgia – R.E.M. – The One I Love
Florida – Lynyrd Skynyrd – Simple Man
Alabama – Alabama Shakes – Hold On
Mississippi – 3 Doors Down – Here Without You
Louisiana – Neutral Milk Hotel – In the Aeroplane Over the Sea
Arkansas – Evanescence – Bring Me To Life
Tennessee – Kings of Leon – Sex On Fire
Missouri – The Ozark Mountain Daredevils – If You Wanna Get To Heaven
Kansas – Kansas – Carry on Wayward Son
Oklahoma – The Flaming Lips – She Don’t Use Jelly
Texas – ZZ Top – La Grange
New Mexico – The Shins – Phantom Limb
Colorado – The Lumineers – Ho Hey
Utah – Neon Trees – Animal
Arizona – Calexico – Crystal Frontier
Nevada – The Killers – Mr. Brightside
California – Eagles – Hotel California
Hawaii – Makaha Sons – Ka Loke
Alaska – Portugal. The Man – Feel It Still
Oregon – The Dandy Warhols – Bohemian Like You
Washington – Nirvana – Smells Like Teen Spirit
Idaho – Built To Spill – Goin’ Against Your Mind
Montana – The Boy & Sister Alma – Lizard Eyes
Wyoming – Teenage Bottlerocket – Skate or Die
Nebraska – Bright Eyes – First Day Of My Life
South Dakota – The Spill Canvas – All over You
North Dakota – Secret Cities – The Park
Minnesota – Hüsker Dü – Don’t Want to Know If You Are Lonely
Iowa – Slipknot – Psychosocial
Illinois – Wilco – Heavy Metal Drummer
Wisconsin – Bon Iver – Holocene
Michigan – The White Stripes – Seven Nation Army
Indiana – The Ataris – San Dimas High School Football Rules
Kentucky – My Morning Jacket – Just Because I Do
Ohio – The National – Bloodbuzz Ohio
West Viriginia – Karma To Burn – Fifty Seven
Viriginia – Dave Matthews Band – The Space Between
Maryland – Good Charlotte – Lifestyles of the Rich & Famous
Delaware – Boysetsfire – Rookie
New Jersey – Bon Jovi – Livin’ On A Prayer
Pennsylvania – The War On Drugs – Pain
New York – Ramones – Blitzkrieg Bop
Connecticut – MGMT – Time to Pretend
Rhode Island – Throwing Muses – Not Too Soon
Massachusetts – Pixies – Monkey Gone to Heaven
Vermont – Phish – Farmhouse
New Hampshire – The Shaggs – Philosophy of the World
Maine – The Ghost of Paul Revere – Ballad of the 20th Maine

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , , | Comments Off on Roadtrip

Biden

Toen ik in 2012 in Amerika was, maakte ik een reis langs de oostkust. Ik ging van Boston, via New York en Philadelphia naar Washington, DC. Nu Joe Biden op het punt staat de Amerikaanse presidentsverkiezingen te winnen (en man wat zal ik blij zijn als hij dat heeft gedaan, 2020 is geen best jaar, to put it mildly, maar het zou alles nog een beetje redden) denk ik terug aan die reis.

Het was rustig in DC. Het was er heet, maar vreedzamer dan nu. Een vrouw verzamelde handtekeningen voor een petitie, ik bedankte vriendelijk. Barack Obama was nog president, Joe Biden was VP en de winkel op de hoek van de straat verkocht verjaardagskaarten met als tekst ‘at your age, not even Donald Trump would ask for a birth certificate’. Mooie tijden. In downtown DC belandde ik aan de bar van de Old Ebbitt Grill. Dat is in wezen een hamburgerrestaurant (een grill, hallo), maar dan met een iets sjiekere uitstraling. De reden is de ligging, midden in DC, niet ver van het Witte Huis en het Capitool. De Old Ebbitt Grill is al jaren de hangout van de Amerikaanse politieke jetset.

Ik maakte een praatje met de barman.
‘Where are you from?,’ wilde hij weten.
‘Europe,’ antwoordde ik. Het was m’n derde week in de VS en ik wist dat voor de gemiddelde vragensteller dit antwoord moeilijk genoeg zou zijn. Daarbij, het was toch alleen maar beleefdheid. Dat gold niet voor deze barman.
‘Where in Europe?,’ vroeg hij door.
‘Netherlands,’ antwoordde ik.
‘Where in the Netherlands?,’ informeerde hij.
‘The south, Eindhoven,’ legde ik uit.
‘Ah, Eindhoven,’ lachte hij, ‘PSV!’

Needless to say, we hadden meteen een band. We praatten nog wat, small talk, waar Amerikanen net wat beter in zijn dan ik. Ik gooide af en toe een paar dollar op de bar, hij vulde m’n glas cola light bij.

‘Joe Biden is in the house,’ zei hij ineens.
‘Really?,’ zei ik.
‘Yeah,’ zei hij schouderophalend. ‘I can call him Joe. He has a fundraising, somewhere in the building.’
Daarna ging hij weer rustig verder met z’n werk.

Ik dacht na over z’n woorden. Een fundraising. Ik las ooit dat een politicus in Amerika 20 uur per week bezig is met z’n herverkiezing. Geld inzamelen. Evenementen organiseren. Vrijwilligers werven. 20 uur per week die je toch nuttiger kunt besteden. Maar dat andere zinnetje, met een achteloze arrogantie uitgesproken, fascineerde me het meest. ‘Joe Biden is in the house.’ De Amerikaanse vice-president, binnen een straal van nog geen vijftig meter bij me vandaan. De man die one heartbeat away van de machtigste man op aarde bivakkeert.

Nee, ik heb ‘m toen niet ontmoet, en dat zal ook nooit gebeuren. Toch vind ik het stoer om te kunnen zeggen dat ik ooit in hetzelfde pand was als de 46ste president van de VS.

Posted in Overig, Uncategorized | Tagged , | 1 Comment

Tussensprint

Voor de lockdown, en voordat m’n linkerknie opspeelde, liep ik drie per week een rondje hard. Ik had drie vaste routes: langs het kanaal richting Geldrop, rond de Karpendonkse Plas en over het TU-terrein. Alle rondjes waren (min of meer) vijf kilometer. Ik zou in potentie makkelijk voor een halve marathon kunnen trainen, maar dat zoek ik niet. Ik ren om fit te blijven.

Op het rondje om de Karpendonkse Plas ben ik wel eens beroemdheden tegengekomen. Henk Krol bijvoorbeeld, die daar op een zondagochtend een ommetje liep. We groetten elkaar vriendelijk. En, die vind ik leuker, Hirving Lozano. De supersnelle PSV-spits wandelde met z’n kindje op de arm, z’n vrouw naast ‘m. Het was pas toen ik ‘m voorbij liep en achterom keek dat ik zag wie het was, maar ik kan nu wel zeggen ‘dat ik Lozano ingehaald heb’.

Na een tijdje begon ik last te krijgen van m’n linkerknie. Een fysiotherapeut bij de hardloopwinkel keek ernaar en het oordeel was duidelijk. Door het skaten (ik zet af met m’n linkervoet) was m’n knie een beetje scheef gaan staan. Geen groot probleem en eenvoudig te verhelpen. Hij verwees me door naar een podotherapeut. Dat duurde allemaal wat langer dan gedacht, maar sinds een maandje of vijf loop ik weer een paar keer per week hard. Helaas haal ik niet meer de tijden die ik twee jaar terug liep; het verval lijkt te zijn ingezet.

Vrijdagochtend liep ik weer m’n rondje om de Karpendonkse Plas. Ik ren dan eerst van m’n huis naar de Berenkuil, het rondje om het meertje zelf zal hooguit twee kilometer zijn. Toen ik bij de plas aankwam, zag ik een stuk of dertig fietsen staan, plus twee mannen in trainingspakken met stopwatches. Leuk, dacht ik, misschien haal ik nog wat scholieren of studenten in.

Ik kwam geen andere hardlopers tegen, maar tegen het einde van m’n rondje zag ik over een grasveld een jonge gast mijn kant op rennen. Blijkbaar hadden deze studenten een andere route genomen, maar lag de finish bij het punt waar de fietsen stonden, en waar ik ook langs moest. Eerst dacht ik dat ik een mooi richtpunt voor de student zou zijn, dus ik voerde het tempo een beetje op. Maar hij naderde sneller dan me lief was, en toen ik een hoek omsloeg en de finish in zicht kwam, was hij wel heel dichtbij gekomen. Dat zag z’n trainer ook.

‘Haal ‘m in,’ riep hij lachend naar de jongen achter me.
Dat kon ik niet over m’n kant laten gaan. Ik heb dan niet meer de conditie van twee jaar terug, ik laat me niet inhalen door een puber. Ik keek achterom, beet op m’n tanden en zette de turbo aan. Ik bleef de jongen met gemak voor, tot hilariteit van de trainer en de andere studenten.
Terwijl ik het park uitliep, riep een studente me na: ‘Succes!’

Dat had ik nodig, want de rekening voor m’n tussensprint kreeg ik de laatste anderhalve kilomter gepresenteerd. Ik ben geen 37 meer.

Posted in Eindhoven | Tagged , | Comments Off on Tussensprint

Pro

Meerhoven. Park voor de pro’s.

Sinds een paar maanden help ik om de twee weken op zaterdag mee met The Global Online Quiz van Number 42 (ow mensen, abonneer je even op hun kanaal, ze willen graag duizend abonnees). Het kantoor zit in Plan B, en dat geeft mij de kans om voor de quiz nog even naar het skateparkje in Meerhoven te gaan, wat vanuit Tongelre toch een pleuriseind fietsen is.

Het parkje heeft een leuke helling van zo’n twee à drie meter hoog, en een paar goede banks aan de zijkant. Tegenover die helling staat nog een halfpipe van zo’n anderhalve meter hoog. Ik kan daar mijn favoriete rondje rijden: van de helling af, inleunen in de bank aan de zijkant, een hoge kickturn in de halfpipe maken (de kunst is daarbij ook nog de coping aan te tikken), en weer de helling op rijden. Dat laatste lukt nog net niet, maar ik kom in de buurt. Het is een fijn rondje, technisch niet heel lastig. Je moet, zoals zo vaak met skateboarden, vooral durven.

Afgelopen zaterdag ging ik weer naar het skateparkje. Op het vlakke stuk, onderaan de helling, klooiden drie jochies van een jaar of tien wat aan met hun skateboards. Ze reden behoedzaam rond, eentje probeerde een ollie die niet onaardig was (ik worstel nog steeds met dat trucje). Bovenaan de helling stonden een vader en moeder met een meisje op een driewieler.

Terwijl ik m’n skateboard van m’n rugtas haalde, ving ik een gesprek van de jongetjes op.
‘Wanneer ga je nu eens van die helling af?,’ vroeg eentje verveeld aan z’n vriendje.
‘Dat durf ik echt niet man,’ reageerde hij verontwaardigd. ‘Dat is iets voor pro’s.’

Ik liep de helling op en groette het stel met het kleine meisje. Toen stapte ik op m’n skateboard, reed de helling af, leunde in in de bank aan de zijkant, maakte een hoge kickturn in de halfpipe en reed de helling weer op. Halverwege de helling stalde ik m’n skateboard dwars. Daarna reed ik opnieuw van de helling af. Ik reed nog een keertje de halfpipe in en wilde afsluiten met een draai. Dat laatste lukte net niet.
‘Hmm, jammer,’ mompelde ik.

Al die tijd werd ik ademloos door drie paar ogen nagekeken. Even bleef het stil. Daarna zei één van de jochies: ‘Ik denk dat ik maar ga.’
‘Ja, ik hou er ook mee op,’ klonk het instemmend.

Posted in Eindhoven, Skateboarden | Tagged , , | 1 Comment

Achterbuurman

In mijn deel van de wijk ben ik zowat de enige met een ‘normale’ woning. Ik heb een oudere man als buurman, de andere huizen zijn bestemd voor studenten en expats. Daarnaast wordt hier en daar nog wat ge-airbnb’d. Dat is prima, ik hoef de deur niet plat te lopen bij de buren, al kan er bij de studenten geen boe of ba af. Alleen de Indiase expat kan als op commando een glimlach tevoorschijn toveren als ie weer een pakketje op komt halen dat voor hem is bestemd.

De huizen staan hier in de buurt in een scherpe hoek. Dat betekent dat ik vanaf het platdak achter m’n badkamer vrij makkelijk naar binnen kan kijken bij de andere woningen, die aan de achterkant ook een platdak hebben. Tussendoor loopt een gangetje dat zó smal is, dat je met een flinke stap zo bij de achterburen op het dak staat. Niet iedereen heeft in de gaten dat je best dicht op elkaar woont, en zo kon het gebeuren dat ik vorig jaar tijdens de hittegolf werd geconfronteerd met de aanblik van m’n poedelnaakte (en obese) Chinese achterbuurman.

Met warm weer zet ik ‘s avonds de badkamerdeur en de ramen aan de voorkant van het huis open. Dan koelt het nog een beetje af in de sauna die mijn slaapkamer ‘s zomers is. Om die deur open te houden, gebruik ik een groot patioblok als deurstop. Als ik die steen verschuif, maakt dat nogal een lawaai. Als het echt heel heet is, laat ik de deur de hele nacht openstaan, in het goede vertrouwen dat ‘s nachts niemand op het platdak stapt en binnenloopt. In de loop van de ochtend, als de temperatuur weer oploopt, doe ik de deur dicht.

Midden in de hittegolf van augustus kreeg ik een nieuwe achterbuurman. Een student, al dacht ik eerst dat het z’n vriendin was die er kwam wonen. Ze waren samen de kamer aan het inrichten.

Ik kon dat goed volgen, omdat ik soms ‘s avonds op het platdak zit. Dan luister ik muziek, kijk op m’n telefoon of staar naar de sterren. Een keer zag ik de achterbuurman op een bierkratje op z’n platdak zitten. Hij speelde met z’n telefoon. Polar t-shirt, RipNDip sokken. Een dag later droeg hij een Thrasher hoodie. Ik herken een medeskater van meters afstand. Misschien kan hij me tegen betaling van een krat bier (24 flesjes Schultenbräu, ik ben niet te flauw) eindelijk eens goed leren olliën.

Alhoewel.

Tijdens de hittegolf van vorige maand wilde ik op een ochtend de badkamerdeur dichtdoen, toen ik zag dat ook bij m’n nieuwe achterbuurman de deur openstond. Dat niet alleen, ik kon naar binnen kijken en zag ledematen uit bed hangen. En die bewogen. Kut. Wat nu? Elk geluid dat ik maakte zou me verraden, waarmee ik onder de studentenpopulatie in de buurt voortaan als pervert bekend zou staan. Maar ik wilde wel die deur dichtmaken. Ik twijfelde een paar minuten. Toen besloot ik de steen heel snel te verschuiven en de deur meteen dicht te doen.

Terwijl ik de steen verschoof, hield ik angstvallig het bed van m’n achterbuurman in de gaten.

Toen de deur in het slot viel, zag ik nog net een snelle en geschrokken beweging.

Posted in Eindhoven, Overig | Tagged , | Comments Off on Achterbuurman

Tourtoto

Ik kan niet zeggen dat ik een groot wielerliefhebber ben. Maar nu de Tour de France bezig is, zet ik toch de TV aan, al is het maar voor leuke weetjes over kasteelruïnes, bergmassieven en oude kerkjes. Of Tom Dumoulin of Bauke Mollema gaat winnen: leuk, maar het boeit me niet zo.

Dat is wel eens anders geweest. M’n moeder werkte jarenlang op de administratie bij DELA. Ze organiseerden daar elk jaar een Tourtoto en ik wilde meedoen. Ik had allicht meer succes dan met de voetbaltoto. Daar had ik één keer aan meegedaan, bij het EK van 1996. Ik vulde bloedserieus in dat Duitsland laatste zou worden in de poolfase, dus toen m’n moeder het formulier bij de organisatie inleverde, kreeg ze als reactie ‘of ik meedeed voor de poedelprijs’. Duitsland werd dat jaar Europees Kampioen, waarmee m’n carrière als gevierd voetbaltotodeelnemer al in de knop was gebroken.

Misschien lag de Tourtoto me beter. Het format was simpel: je geeft vijftien renners op. Eindigt één van je renners in een etappe in de top-10, dan krijg je daar punten voor. Daarnaast krijg je nog wat (verwaarloosbare) punten voor elke dag dat een renner uit je team in de top-3 van het algemeen klassement staat.

Het kostte een paar jaar voor ik de ideale samenstelling van m’n team doorhad: zo’n acht à negen sprinters, plus nog zes klassementsrenners voor in de bergen. Maar toen ik de code had gekraakt, deed ik serieus mee voor de dagprijs. Die was tien gulden en aangezien deelname tien gulden kostte, was m’n doel één keer de dagprijs te winnen, zodat ik financieel quitte zou spelen. Dat lukte, al moest ik regelmatig de dagprijs delen. M’n team Il Elefantino bestond voor een groot deel uit dezelfde obligate lijst sprinters die andere deelnemers ook instuurden: Cipollini, Zabel, McEwen, O’Grady, Steels, Cooke, Blijlevens.

Ik wist natuurlijk amper iets van wielrennen. Wel las ik alle voorbeschouwingen, en vlak voordat ik m’n lijstje renners moest inleveren, spelde ik ook nog de tv-gids uit. Daar stond bij elke etappe een korte toelichting van Mart Smeets of Jean Nelissen. Zij noemden daarin namen van kanshebbers voor etappewinst. Ook zij kwamen vaak niet verder dan de clichés, maar één keer noemden ze een naam die me niks zei: Jimmy Casper. Een sprinter, zo maakte ik op uit de context. Ik nam ‘m, naast de usual suspects, op in m’n team.

De eerste week van de Tour de France hield ik nauwlettend de uitslagen in de gaten. Ik verwerkte alle gegevens minutieus op een A4’tje ruitjespapier. M’n sprinters haalden netjes de top-10, zelfs die Casper pikte puntjes mee door een paar keer als negende of tiende te eindigen.

Na een paar dagen kwam m’n moeder thuis met goed nieuws: ‘Je hebt de dagprijs gewonnen.’
Ik was trots. Die trots werd nog groter toen ze een dag later opnieuw goed nieuws had: ‘Je hebt weer de dagprijs gewonnen.’
Dit ging lekker. Ik voerde zelfs het algemeen klassement aan. Het goede nieuws bleef komen, want een paar dagen later had m’n moeder weer tien gulden voor me. En geen enkele keer hoefde ik die dagprijs te delen.
‘Maar waarom win ik toch steeds?,’ vroeg ik m’n moeder. Ik hield m’n eigen score bij, maar had geen idee wat de andere deelnemers scoorden. Kon ze geen uitdraai maken van het spreadsheet met de puntenaantallen?

Ze vroeg het na bij de organisatie: ‘Ja, zeiden ze, Guido heeft alle grote sprinters. Maar hij heeft als enige die Jimmy Casper. Daar wint hij elke keer op.’

De overall titel in de Tourtoto heb ik niet gewonnen. Dat is me ook de jaren erna niet gelukt. Maar dankzij Jimmy Casper heb ik m’n inleg dubbel en dwars terugverdiend. Ik ben z’n naam nooit vergeten. Wat zou hij tegenwoordig doen?

Posted in Overig | Tagged , , | Comments Off on Tourtoto