Het Mes

Een tijdje terug kwam het eens in mijn pubquizteam ter sprake: mijn overwinning van Met het Mes op Tafel in 2008. Ik mag door de jaren heen aan veel tv-quizzen mee hebben gedaan en ook al ben ik trots op mijn winst in de Nederlandse versie van Pointless in 2015, de hoogste jackpot ooit in die quiz, de winst van een slordige vijftienduizend euro in Met het Mes op Tafel zal altijd vol trots bovenaan mijn quizpalmares staan. De afleveringen staan zelfs nog online (hier en hier), want ik zocht ze op voor m’n teamgenoot die ze terug wilde kijken.

Toegegeven, vlak na uitzending heb ik de afleveringen wel eens teruggekeken, de eerste aflevering uitgezonderd. Die was slecht. Ik had vooraf een tactiek bedacht maar moest die nog finetunen. Dat bleek lastig, omdat mijn ene tegenstander de spelregels niet snapte en de andere tegenspeler alleen maar paste. Ik blufte vooral. En nadat de speler die niks van de regels begreep was afgevallen, begon m’n andere tegenstander ineens wél geld in te zetten. Tot op de dag van vandaag vermoed ik dat hij door z’n meegebrachte fans in het publiek is getipt dat ik aan het bluffen was. Ik won die aflevering nipt, met een eindbedrag van 880 euro. Ik heb het nooit uitgezocht, maar dat moet het laagste winnende bedrag ooit zijn geweest.

De andere afleveringen gingen beter maar wat ik bij het proefspelen (voordat de opnames starten speel je om elkaar te leren kennen een paar rondes) al snel merkte, was dat ik heel erg slecht in shoot-outs ben. Dat bracht me ertoe dat ik er álles aan moest doen om die te mijden. De ironie wil dat ik pas bij de allerlaatste vraag in de finale, toen het om de bonus van tienduizend euro ging, mijn eerste shoot-out in drie afleveringen kreeg. Die won ik. Niet omdat ik het antwoord wist, maar omdat mijn tegenstander gokte en het verkeerde antwoord gaf.

Komende week begint een nieuw seizoen Met het Mes op Tafel. En volgend jaar is het tien jaar geleden dat ik won. Een mooie gelegenheid om m’n tien toch al niet zo geheime tips online kan zetten. Ik doe toch nooit meer mee; ik kan best open kaart spelen.

1. Weet veel

Eigenlijk is dat de belangrijkste tip als je een quiz wilt winnen. In wezen is Met het Mes op Tafel niets anders dan pokeren met correcte antwoorden in plaats van kaarten. Dat betekent ook dat wie elke ronde drie of vier vragen weet, amper bluftips nodig heeft. Zo deed een paar seizoenen na mijn optreden een vriendin van me mee. En hoe ik ook m’n best deed haar bluftips bij te brengen, ze bracht er niks van terecht. Niet dat ze eronder leed want ook zij won het seizoen, al deed ze dat puur op kennis. Als ik haar eraan herinner dat haar spel niet om aan te zien was, wrijft ze me, Liberace citerend, fijntjes in: ‘I cried all the way to the bank.’ Fair enough.

2. Bereid je voor

Deelname aan tv-quizzen is voor sommige mensen net zoiets als penalty’s nemen: hoe kan je je daar nu op voorbereiden? Tot op zekere hoogte is dat niet zo gek moeilijk. Hoewel quizmakers denken erg origineel te zijn met vragen is er typische quiz fodder: vragen die je in elke quiz wel voorbij ziet komen. Kijk het nieuws van de laatste paar maanden terug en je komt al een aardig eind. Wie hebben dit jaar grote hits gescoord? Wie heeft de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen? Wat is de nieuwste rage onder de jeugd? Welke films draaiden in de bioscoop? Welke boeken verkochten het beste?

3. Weet waar je sterke kanten liggen

Met het Mes op Tafel heeft de hoofdpijncategorie Ambachten. Ik weet daar níks vanaf. Ook met een spoedcursus doe-het-zelf had ik die kennis niet bijgespijkerd gekregen. Het heeft dan weinig zin om je hierin te verdiepen. Waar ben ik wel in thuis? Geografie. Popmuziek. Beeldende kunst. Literatuur. En dus heb ik m’n kennis van die onderwerpen zoveel mogelijk opgefrist. Ik had het mezelf nooit vergeven als ik was gestruikeld over een geografievraag. En die Ambachten? Ik had alle vragen in die categorie fout.

4. Waag een gok

Sommige spelers die een antwoord niet weten, zetten snel een streep op hun scherm. Dat is niet slim. Beter is om vol overtuiging een antwoord op te schrijven. Misschien kijken je tegenspelers vanuit hun ooghoeken mee, denken ze dat je het antwoord weet en laten ze zich hierdoor wegbluffen. En als je toch iets moet opschrijven, kan je beter een goede gok wagen. Toen ik meespeelde, kreeg ik in de halve finale de vraag wat een andere naam voor de iep is. Ik wist (en weet) bijna niks van bomen en schreef wilg op. Toen realiseerde ik me dat dat antwoord sowieso fout was, en dat ik beter de naam van een andere boom kon opschrijven die goed zou kúnnen zijn. Ik wiste wilg en schreef olm op wat, tot mijn eigen verbazing, goed was.

5. Bluf met overtuiging

Maar heej, zelfs ik weet niet alles. En dan moet je overstappen op Plan B. Toen ik meedeed speelden de meeste deelnemers nogal braaf: veel geld inzetten als ze veel antwoorden goed hadden, weinig geld inzetten als ze weinig antwoorden goed hadden. Een domme tactiek. Je kunt het beter omdraaien: zet veel geld in als je weinig antwoorden goed hebt (zodat je je tegenstanders wegbluft), zet weinig geld in als je veel antwoorden goed hebt (zodat je je tegenstanders meelokt).

Je kunt ook nog proberen daarbij wat toneel te spelen. Ik deed een poging door als ik m’n tegenspelers mee wilde lokken wat weifelend over te komen en als ik ze weg wilde bluffen vol overtuiging vijftig euro neer te leggen. Of m’n acteertalent Oscarwaardig was betwijfel ik. Maar het werkte wel.

6. Win twee van de eerste drie rondes

Ik schreef het al: voordat een aflevering wordt opgenomen, speel je altijd een proefpotje. Wat me bij de drie afleveringen die ik speelde telkens opviel, was dat mijn tegenstanders tijdens dit proefpotje het geld over de balk smeten, maar zo gauw de televisiecamera’s aan gingen, ze niks meer durfden. Wat me ertoe bracht om direct in de eerste ronde hoge bedragen in te zetten; m’n tegenspelers durfden hierin niet mee te gaan. Daardoor had ik meteen een voorsprong die ik kon vergroten door de tweede of derde ronde te winnen.

Dit klinkt makkelijker dan het in de praktijk zal zijn. Wat me de laatste seizoenen opvalt, is dat de vragen in de eerste ronde vrij makkelijk zijn. Ik denk met opzet, zodat spelers meteen veel geld inzetten.

7. Pas als je na de derde ronde bovenaan staat…

De truc is om na drie rondes zoveel geld te hebben dat je je discreet kunt terugtrekken als je bij de vierde ronde bent aanbeland. Zoals ik lichtelijk blasé in de halve finale zei: ‘ik laat mijn tegenstanders het uitvechten.’ Het rekensommetje is simpel: je staat zelf bovenaan en maar één van je tegenspelers kan het ingezette geld van ronde 4 winnen. Ze kunnen dus nooit allebei over je heen gaan. Zelf heb ik altijd strikt vastgehouden aan die regel en ik kreeg daar na de uitzending vragen over. Zo had ik in de finale met drie correcte antwoorden gepast. Een beetje zonde, maar ik heb geen moment spijt gehad van die keuze.

Er zit een nadeel aan deze tactiek. Je tegenspelers zullen noodgedwongen tegen elkaar gaan opbieden, waardoor de speler die met je doorgaat naar de laatste drie rondes een flinke smak geld wint en over het bedrag op jouw teller heengaat.

8. …Of pas als je meer dan 750 euro op de teller hebt staan

Je hoeft niet eens na drie rondes bovenaan te staan om je plek in de laatste drie rondes veilig te stellen. Het enige dat je moet doen is een simpel rekensommetje maken. Iedere speler begint aan Met het Mes op Tafel met 750 euro op de teller. Dat betekent dat in de eerste drie rondes 2250 euro in het spel is. Sta je, nadat je geld hebt ingezet in ronde 4, nog steeds boven de 750 euro, dan weet je altijd dat je veilig zit.

Als je echt lijp bent, ga je in ronde 4 net zo lang mee en sponsor je de tegenstander die je minder goed acht net zolang totdat die boven je andere tegenspeler staat. Dan pas je, waardoor de speler die je hoger inschat uit het spel ligt. Maar dit vergt goed rekenwerk: voor je het weet valt niet de tegenstander af die je wilde wegspelen, maar ben je zelf de pineut. Ik heb me er zelf in elk geval niet aan durven wagen.

9. Je hóeft in de laatste ronde geen vraag te vervangen

De presentator zegt het bij elke aflevering: ‘u mag een vraag vervangen in dezelfde categorie, maar dat hoeft niet.’ Ik denk dat veel deelnemers toch nog denken dat het vervangen van een vraag min of meer moet. Ik heb in de drie afleveringen die ik speelde één keer voor de keuze gestaan een vraag te vervangen. Ik heb er toen voor gekozen dat niet te doen, omdat ik zeker wist dat ik alle vragen goed had. En ook al vond ik de aardrijkskundevraag (in welke Amerikaanse staat ligt San Francisco?) beledigend makkelijk en wilde ik liever winnen op een spannendere aardrijkskundevraag, ik heb de verleiding toch weerstaan om net díe vraag te vervangen.

10. Heb mazzel

Je kunt nog zoveel weten, bluffen en berekenen, uiteindelijk moet je ook gewoon mazzel hebben. Als na vier rondes in de halve finale niet de door mij als beste ingeschatte speler was uitgeschakeld, was die aflevering misschien heel anders afgelopen. En als mijn tegenstander in de laatste ronde van de finale niet zo stom was geweest om bij die ene shoot-out te drukken en een verkeerd antwoord te geven, was het op een tweede shoot-out uitgekomen die hij misschien wél had geweten.

Nadat de drie afleveringen waar ik aan mee had gedaan waren uitgezonden, kreeg ik een mailtje van een oud-docent: ‘je weet veel, je kunt goed bluffen en vooruit, je hebt ook een beetje geluk gehad.’ Zonder geluk vaart niemand wel.

This entry was posted in Media, Quizzen and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Het Mes

  1. Ximaar says:

    Ik zag het destijds gebeuren en kon je toen al van De Nachtdienst. Heb me er kostelijk mee vermaakt.

    Toen was er ook nog een echte eindronde, helaas is die er niet meer. Herman doet het goed, maar voor mij blijft het de quiz van Joost.

    Zelf scoor ik doorgaans 50% van de vragen goed bij deze en bij 2 voor 12. Vaak is dat net iets meer als de individuele scores. Maar ja, thuis is het altijd eenvoudiger. Aardrijkskunde is altijd prijs, maar met schrijvers laat ik het totaal afweten.

    • Guidje says:

      Vijftig procent is een mooie score. Tegenwoordig zou ik het er beter vanaf brengen dan tien jaar geleden; ruim twaalf jaar pubquizervaring laat z’n sporen na. Vorig seizoen waren er afleveringen dat ik alle antwoorden wist. Dus als ik nog eens mee zou mogen doen, dan zou ik doorverwezen worden naar het bollebozenseizoen.

      Maar ik heb m’n werkterrein verlegd naar radiospelletjes. Gisteren nog bij de Roodshow op Radio 2. Voor als je het gemist hebt en terug wilt luisteren: doorspoelen naar 2 uur 19.

      http://www.nporadio2.nl/gemist/uitzending/243925/05-11-2017

Comments are closed.