Tien keer niet-songfestivalwinnaars

Morgen zit ik in Amsterdam voor Eurovision in Concert: 32 van de 43 artiesten die dit jaar optreden op het Eurovisie Songfestival brengen hun liedje ten gehore. Met een beetje geluk heb ik dus de winnaar, volgende maand in Portugal, in actie gezien. (Nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat de enige songfestivalwinnaar die ik ooit live heb gezien Lenny Kuhr is. Maar die is dan ook niet te missen in Eindhoven.)

Naast de winnaar heb ik dan ook 31 verliezers gezien, waarvan sommige zelfs in de halve finales zullen stranden. Het Songfestival is niet anders dan de Nobelprijs voor de Literatuur: het lijstje geweldige liedjes dat niet heeft gewonnen is veel langer dan het lijstje grote namen dat wel heeft gewonnen. Congratulations van Cliff Richard? Werd tweede. Nel Blu di Pinto di Blu (Volare) van Domenico Modugno? Eindigde als derde. Eres Tú van Mocedades? Was runner-up. Alle drie songs werden wereldhits. Om maar te zeggen: wat weet zo’n jury of, zoals het tegenwoordig gaat, het grote publiek nu van goede muziek?

Ik vroeg me af wat m’n favoriete niet-winnende liedjes van het Songfestival zijn. Die lijst is schier oneindig, bovendien kan ik me lang niet alles meer herinneren (waarmee het per definitie als niet goed genoeg kan worden bestempeld, anders had ik ze immers nog wel gekend). Om het allemaal behapbaar te houden (en om ook te kunnen linken naar leuke Joetjoep-filmpjes) heb ik mezelf daarom enkele beperkingen opgelegd:

– geen liedjes van vóór 2000 (dus helaas, geen All Out Of Luck van Selma)
– geen Nederland (want die moeten natuurlijk ieder jaar winnen, tenzij het O’G3NE is)
– geen songs die in de halve finale zijn gestrand (dus geen Salvem el Món van Anonymous)
– één liedje per land en per jaar (dus geen Is It True? van Yohanna of Loin d’Ici van Zoë)

Ook dan blijven nog tien liedjes over die volgens mij een beter lot hadden verdiend.

BrainStorm – My Star (Letland, 2000)

Eurosonic, leuk festival dat jaarlijks begin januari in een ijskoud Groningen wordt georganiseerd. Het is een showcase festival voor nieuwe bands uit Europa en met name artiesten uit Groot-Brittannië, België, Ierland en Zweden hadden hier hun doorbraak. The Libertines, Mika, Millionaire, Franz Ferdinand, José González: ze speelden er allemaal. Toen ik in 2007 het programma voor Eurosonic doornam sprong één naam eruit: BrainStorm. Zou dat dé BrainStorm zijn? Die in 2000 dat o zo leuke liedje My Star hadden gezongen op het Eurovisie Songfestival? Die song waarvan de commentator meewarig zei: ‘ach, Letland heeft het niet begrepen. Ze hebben een góed liedje ingestuurd.’

Ze waren het inderdaad. BrainStorm speelde op de bovenverdieping van een cafeetje, voor twintig man publiek, maar deed dat net zo enthousiast als ze zeven jaar eerder op het Songfestival hadden gedaan. Goed was het niet. Hun songfestivalhit, lieten ze achterwege.

Sahlene – Runaway (Estland, 2002)

In Estland waren ze helemaal niet blij met Sahlene. Hadden de Esten zelf geen goede zangeres dat ze een Zweedse afvaardigden? Weliswaar een Zweedse met credentials; ze deed de achtergrondzang op Charlotte Nilssons Take Me To Your Heaven, die drie jaar eerder het Songfestival had gewonnen, maar tóch. Geen Estse.

Runaway was een perfect popliedje. Gedreven door een akoestische gitaar en een four-to-the-floor beat paste haar liedje perfect tussen de radiopop van Michelle Branch, Amy Studt, Hilary Duff en Ana Johnsson – allemaal zangeressen die begin deze eeuw heel even aan wereldwijd succes mochten snuffelen. Het liedje haalde een niet onverdienstelijke derde plek (buurland Letland won); ondanks de melodielijn, die rechtstreeks is gejat van pedopopgrootmeester R. Kelly’s I Believe I Can Fly.

Sahlene is nog steeds into het Songfestival. In 2016 verzorgde ze de achtergrondzang bij Dami Ims Sound of Silence. Haar komen we later nog tegen.

Vanilla Ninja – Cool Vibes (Zwitserland, 2005)

Zwitserland zat in de jaren nul in hetzelfde schuitje als Nederland: het stuurde acts in die allemaal jammerlijk in de halve finales strandden. Zelfs DJ fuckin’ BoBo overkwam het. Wat doe je dan? Dan vraag je de populairste Estse meidengroep van het moment of ze je land willen vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival. Een gouden greep: het land nam met speels gemak de onneembaar geachte horde van de halve finales. In de finale eindigden de Estsen, pardon, Zwitsers, op een nette achtste plek. Mede dankzij twaalf punten uit Estland.

Toch, laten we het optreden van Vanilla Ninja eens beter bekijken.

Teksten van songfestivalliedjes zijn notoir slecht, maar het refrein van Cool Vibes slaat alles. ‘Cool vibes, why don’t you kill me.’ Werkelijk? Daarnaast vraag ik me af waarom de zangeres van Vanilla Ninja een gitaar draagt tijdens het optreden. You wear it well, now play it. Het liedje is niet eens rock, eerder pop met harde gitaren. Toch viel ik als een blok voor deze dames – met afstand de mooiste groep die ooit bij het Songfestival op het podium stond. Dat laatste zal 90% van het publiek niet boeien en ik zal dan wel een male chauvinist pig zijn: het oog wil ook wat.

The Ark – The Worrying Kind (Zweden, 2007)

Tegen 2007 was het Songfestival afgezakt tot een glitterfestijn dat uit z’n voegen barstte van de camp. Om een voorbeeld te noemen: Oekraïne stuurde de in zilverfolie verpakte parodielesbo Verka Serduchka naar Helsinki. Zelfs Zweden nam het festival niet meer serieus en vaardigde de glamrockers van The Ark af. The Ark, de groep die rond de eeuwwisseling een radiohitje had gescoord met It Takes a Fool to Remain Sane.

Het stampende ritme à la Mud/The Sweet/Slade, de saxofoonsolo (al is dat instrument op het podium onvindbaar), de naar de seventies knipogende outfits (broeken met wijde pijpen) – Zweden heeft vaak een Waterlookloon naar het Songfestival gestuurd, maar nooit eerder kwam het zo dicht bij ABBA. The Worrying Kind eindigde natuurlijk in de achterhoede (achttiende, om precies te zijn), zoals indertijd álles wat goed was onderin eindigde, maar het festival was tenminste voor drie minuten opgefleurd.

Sébastien Tellier – Divine (Frankrijk, 2008)

Het afvaardigen van Sébastien Tellier is nog altijd één van de grootste trollacties van de 21ste eeuw. Frankrijk, dat jarenlang z’n best deed met keurige zangeressen met nog keurigerdere chansons, gaf er niks meer om. Waarom zou het ook? Als één van de Grote Vier (tegenwoordig de Grote Vijf) stond Frankrijk toch automatisch in de finale. Dan kan je eens iets anders proberen.

Anders was Sébastien Tellier zeker. Goed ook, maar dat mag je ook verwachten van het land dat Daft Punk, Air, Phoenix, M83 en, vooruit, David Guetta heeft voortgebracht.

Tellier leek z’n deelname volstrekt niet serieus te nemen. Hij reed in een golfkarretje het podium op, zwaaide daarbij uitbundig naar het publiek, zoog helium uit een ballon om een couplet van Divine met hoog stemmetje te zingen en werd, zes jaar vóór Conchita Wurst, geflankeerd door vrouwen met baarden op achtergrondzang. De act sloeg volledig dood, zeker toen Tellier tegen het einde een couplet in het Frans zong. Achteraf was dat ene Franstalige couplet nog het meest omstreden. In La Douce France hadden ze liever gezien dat de dj heel het liedje in het Frans had gedaan.

Tom Dice – Me and My Guitar (België, 2010)

Jarenlang heb ik het geroepen: waarom sturen we niet een simpel, klein liedje naar het Songfestival? Tussen alle herrie komt een eenvoudige song des te meer tot z’n recht. Nederland luisterde niet. België wel.

Goed, ik woon niet zo gek ver van de Belgische grens, maar ik dicht mezelf niet zoveel invloed toe. Misschien was het gewoon mazzel dat de VRT voor Tom Eeckhout, die in 2009 tweede was geworden bij The Voice, koos om namens België aan het Songfestival mee te doen. Z’n liedje bleek een verademing op het festival. Een welkom rustpunt. Het leverde de Belgen voor het eerst in zes jaar een finaleplaats op, en ook al eindigde Dice in die finale als zesde, hij had in verschillende Europese landen een hit met z’n Me and My Guitar.

Een jaar later wachtte ik op Dublin Airport op m’n vlucht naar Eindhoven. Ineens hoorde ik Me and My Guitar uit de speakers schallen. Ook daar klonk het perfect.

Jedward – Lipstick (Ierland, 2011)

Mijn eerste kennismaking met de verschrikkelijke tweeling was geen gelukkige. Ze waren te gast bij Graham Norton en het toeval wilde dat ik die avond net een Engelse logée had. Uit haar blik van walging bij de aanblik van Jedward maakte ik op dat we hier niet met de finefleur van de popmuziek te maken hadden (zie dit hilarische lemma op wikipedia over hun debuut-cd Planet Jedward).

Ik was dus sceptisch, te meer ik hun liedje Lipstick matig vond. Totdat ik de show zag. Drie minuten lang spatten de broers van het podium. De knalrode over the top jasjes, de rood-witte visuals, het springen, het dansen: alles klopte. Een perfect voorbeeld van hoe je een matig liedje door een uitgekiende presentatie naar een hoger plan tilt.

Jedward eindigde als achtste in de finale, het beste resultaat voor Ierland sinds 2000. In 2012 deden ze opnieuw mee, met minder succes; ze haalden een negentiende plek. Als ik de Ierse omroep was geweest, had ik Jedward elk jaar gevraagd, zodat ze bij hun twaalfde deelname zouden winnen én een Best of Eurovision-compilatie konden uitbrengen.

Eythor Ingi – Ég Á Líf (IJsland, 2013)

IJsland is twee keer als tweede geëindigd op het Songfetival. In 1999 met Selma’s All Out Of Luck en tien jaar later met Yohanna’s Is It True? Beide liedjes hadden moeten winnen, al vermoed ik dat IJsland niet eens een goede locatie heeft om het Songfestival te organiseren.

Ik was niet enthousiast toen ik Ég Á Líf hoorde. Ik vond het niet zo’n opvallend liedje, een soort Koningslied op z’n IJslands. Maar eerlijk is eerlijk, Eythor Ingi, in het dagelijks leven visser en afkomstig uit het dorp Dalvík, een soort hofleverancier van IJslandse songfestivaldeelnemers, was met afstand de beste zanger van deze editie.

Dat niet alleen, de rockers en metalheads in m’n tijdlijn gingen bij z’n aanblik alleen al los: ‘een Viking. Uit IJsland. Met lang haar, een baard en veel ringen aan z’n vingers. Die móet winnen.’ Omdat goed zingen er bij het Songfestival niet toe doet won ie niet, wel haalde hij een zeventiende plaats. Dat kan je met wat goede wil de middenmoot noemen. Pas na afloop van het Songfestival ging ik de song meer waarderen. 2013 was niet m’n beste jaar. Dan heb je soms behoefte aan een opbeurend, bemoedigend lied.

Polina Gagarina – A Million Voices (Rusland, 2015)

Niemand wilde dat Rusland zou winnen. Echt. Niemand. Ook ik niet. En dan komt ook nog het meest homo-onvriendelijke land van Europa naar het grootste homofestijn ter wereld met een liedje over vrede. Practice what you preach.

Toch ging ik twijfelen. Dat kwam niet eens door die bloedmooie zangeres, haar leuke witte jurkje of de volle overtuiging waarmee Polina Gagarina de onzintekst van A Million Voices bracht. Nee, het kwam door de perfecte staging dat ik nog altijd een zwak voor deze song heb. Niet voor niets maakte een vriend op Facebook zich zorgen. ‘Ze is wel goed,’ bekende hij, toen Gagarina net begonnen was. Een minuut later zei hij: ‘Wow, ze is écht goed.’ Om aan het einde van het liedje te zeggen: ‘Dat gaat spannend worden.’

Terwijl het gejoel en boegeroep uit de zaal tijdens de puntentelling toenam, begon ik zelfs enige sympathie voor de zangeres te koesteren. Het was een steengoed liedje (een Zweedse productie) en de negatieve reacties vond ik onterecht. Ja, het Songfestival is ook politiek. Maar zoals een rasechte poptimist zou zegen: respect the fucking craft.

Dami Im – Sound of Silence (Australië, 2016)

Ik ben al jaren fan van alle muziek van down under. Dus bij de bekendmaking dat de Aussies voortaan mee zouden doen, ging gejuich op in Huize Guidje. Toen ik ook nog hoorde dat het land klasse-acts instuurde (in 2015 bijvoorbeeld Guy Sebastian met Tonight Again), was ik helemaal om. Sound Of Silence was met afstand de beste ballad van 2016. Het was sowieso het beste liedje; een song die prima tussen de hedendaagse pop op de radio kan. Een kwaliteit. En geef toe, de Engelse uitspraak van de uit Zuid-Korea afkomstige zangeres is uiterst charmant. Hoor hoe Im consequent de klemtoon op het woord ‘silence’ verkeerd legt, of hoe ze halverwege Sound of Silence het woord ‘capable’ verbastert tot iets onverstaanbaars.

De Europese vakjury’s waren het met me eens, maar dat was niet voldoende om te winnen. Jamala’s 1944 won dankzij de stem van het publiek, waardoor 2016 het jaar werd met de slechtste songfestivalwinnaar ooit. Tot overmaat van ramp zou Australië met de puntentelling van een jaar eerder wél hebben gewonnen. De tegenvoeters zijn bestolen.

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , , , , , , , , , , , | Comments Off on Tien keer niet-songfestivalwinnaars

Doodlopers

Sport is building your mind.

Dat was de tekst op het T-shirt. Ik had het niet eens in de gaten gehad toen ik het, inmiddels zo’n slordige twintig jaar geleden, kocht. Ik lette niet op teksten op T-shirts. M’n moeder deed dat wel en ze had moeten grinniken toen ze het las. Toen ik het zelf ook in de gaten had, merkte ik op dat het in mijn geval ironisch was.

Sportief en ik gingen niet samen. Ik was zo’n jongen die altijd als laatste wordt gekozen bij gym. Veel te dik bovendien. Ik zat daar niet echt mee en ach, ik deed m’n best, maar met name hardlopen en ik zijn nooit goede vrienden geweest. De Coopertest was een twaalf minuten durende martelgang; vooral omdat ik na de warming-up al kapot was. Na afloop kreeg ik dan ook nog de hik, waar vast een medische verklaring voor te geven is, maar eerlijk is eerlijk: ik had een nul voor conditie. De shuttle run ging iets beter, omdat ik het net lang genoeg volhield tot trap 5,5. Hoezo zesjescultuur?

Tegenwoordig gaat het een stuk beter. Ik ben allang niet meer de vadsige, dikke puber van twintig jaar terug, eerder, om met Ruben Hein te spreken, een behaarde satéprikker. Maar het hardlooptrauma van de middelbare school zat diep. Zo diep dat ik, als ik een paar keer per week naar de sportschool ging bij cardio liever voor de veilige opties crosstrainer, hometrainer en roeimachine koos, zelfs als die laatste met enige regelmaat kapot bleek te zijn. Ik meed de loopband.

Maar er begon zich iets te ontwikkelen dat op een buikje leek – boven de 30 heeft alles de neiging om te gaan hangen – en dat wilde ik per se voor zijn. Wie ooit dik is geweest, houdt altijd de angst weer dik te worden.
‘Je kunt gaan hardlopen,’ zei de trainer. Hij knikte naar de loopband. ‘Dat is goed voor je cardio.’
Mja, dacht ik en m’n gedachten dwaalden af aan de laatste keer dat ik op een loopband had gestaan. Het was bij een expositie van het STRP Festival, waar ik een radioreportage maakte. Deze loopband was een technische innovatie die zich aanpaste aan het tempo dat jij liep. Wat er precies gebeurde weet ik tien jaar later nog steeds niet, wel dat ik binnen een paar seconden achter de loopband lag. Het moet spectaculair hebben geoogd, maar daar heb je weinig aan bij een radioreportage.

Toch, omdat ik de illusie heb ooit nog dat strakke goddelijke lichaam te krijgen – ijdelheid is zelfs mij niet vreemd – waagde ik me eraan. Eerst deed ik dit voor en na m’n circuitje krachttraining. Ik bedacht een soort intervaltraining met hardlopen en korte intermezzo’s van wandelen. Dat ging goed al speelde m’n linkerknie, m’n achilleshiel, soms op.

Zou ik ook vijf kilometer aan één stuk kunnen hardlopen? Niet met de ambitie om die afstand nog te verhogen, meer omdat het een te bevatten afstand was. Gezond bovendien, boven de ‘5K’ neemt de kans op blessures toe. Ik besloot één keer in de week te proberen die afstand te lopen. In de sportschool; ik had geen zin in pottenkijkers. Geld voor goede hardloopschoenen om buiten aan de slag te gaan had ik toch niet. De eerste keer dat ik het probeerde zette ik de loopband op 11,5 kilometer per uur. Ik hield het – tot m’n eigen verbazing – vol en was euforisch. Even dacht ik dat dit de mythische runners high was, totdat een ervaren hardloper me er fijntjes op wees dat je die echt niet krijgt na een schamele vijf kilometer. Nee, de euforie kwam voort uit het besef dat ik, die dikke puber die bij gym niks voor elkaar kreeg, nu toch maar mooi vijf kilometer kon hardlopen.

Ik hield het braaf vol. Elke week ging ik hardlopen op de loopband. Altijd vijf kilometer, met een of ander wanstaltig programma van TLC (hallo Say Yes To The Dress), Discovery (je zou vliegangst krijgen van alle afleveringen van Air Crash Investigation die ik heb gezien) of Comedy Central (ik heb voor het eerst een aflevering van Friends uitgekeken, simpelweg omdat ik geen kant op kon) als behang. Om niet constant op het display van de loopband te kijken hoever ik nog moest, sprak ik dan met mezelf af dat ik pas weer mocht kijken ná het volgende reclameblok, om dan te zien dat ik pas honderd meter verder was. Wekelijks voerde ik het tempo op, zodat ik telkens sneller klaar was. Uiteindelijk haalde ik 13,7 kilometer per uur. Het ging goed, al bleef hardlopen vooral een mentale uitdaging.

Begin dit jaar voerde ik het hardloopregime verder op: van één naar twee keer in de week. Nu ging ik op vrijdagmiddag, nadat ik had lesgegeven op een MBO, ook nog hardlopen. Niet om de decemberkilootjes eraf te trainen, maar omdat ik elke week als een berg opzag tegen dat lesgeven. Tegen hardlopen zag ik nog meer op dan tegen lesgeven, waardoor ik lesgeven een stuk minder erg ging vinden.

Het werd maart en ik dacht er steeds meer aan om naar buiten te gaan. Ik had het wel gehad met die loopband. Ik keek op een kaart van Eindhoven voor een geschikte route en vond er eentje vanuit m’n huis langs het Eindhovens Kanaal richting Geldrop met halverwege, bij de roeivereniging, een bruggetje. Dan weer teruglopend over het fietspad aan de andere kant van het kanaal zou ik op vijf kilometer komen. Ongeveer.

Begin deze maand was het zover. Eerst kocht ik een paar hardloopschoenen. Thuis kon ik niet wachten om erop uit te trekken. Ik trok de voordeur achter me dicht, stak de brede middenberm voor m’n huis over en snelde door de Van Minderhoutstraat richting Ruysdaelbaan. Ik had het gevoel dat van achter de gordijntjes en geraniums half Tongelre hoofdschuddend mijn drieste hardlooppoging gadesloeg. Toch, het ging niet onaardig. En beter nog, het verschilde niet eens zo gek veel van hardlopen op de loopband.

Ik had geen idee hoe hard ik aan het lopen was. Op het kanaal zag ik een roeiboot varen, voor me in de verte zag ik een man op een fiets die de roeiers aanmoedigde. Ik hoorde alleen m’n voetstappen en m’n eigen ademhaling.

Toen hoorde ik wat gegiechel. Twee tienermeisjes fietsten vlak achter me.
‘Meneer,’ riep eentje, ‘heeft u het niet koud?’
Fuck it, dacht ik, daar heb ik geen zin in. Ik schudde nee. Opnieuw gegiechel achter me. Ik liep door. Na een tijdje hoorde ik niks meer en keek ik voorzichtig achterom. De meisjes waren verdwenen.

‘Het leuke van buiten hardlopen is dat je je op een punt kunt richten,’ had een collega gezegd.
Ammehoela, dacht ik. Het enige dat ik zag was die lange, lange weg langs het kanaal. Dat bruggetje, halverwege m’n route, was een fata morgana. Telkens als ik dacht dat ik er bijna was, verdween het weer achter de horizon. Toen ik uiteindelijk tóch het bruggetje had gehaald, bleek het een veel te steile kuitenbijter te zijn. Ik holde aan de andere kant van het bruggetje naar beneden en ging wandelen. Ik was te hard van start gegaan en moest dat nu bekopen: een beginnersfout.

Amateur, vloekte ik van binnen. Ineens schoten die eindeloze Coopertests van de middelbare school door m’n hoofd. Dat waren ook twaalf minuten van wandelen en strompelen, met tussensprintjes van hooguit een halve minuut tussendoor om de gymleraar een plezier te doen.

Ik begon weer langzaam te rennen. Twee eenden staken het fietspad over. Een hardloopster kwam me tegemoet en groette me. Ik groette terug. Hardlopers zijn net als motorrijders, met hun eigen codes, bedacht ik. Weer zag ik een eindeloze weg voor me. Ik telde de bomen langs het kanaal en sprak met mezelf af: bij de volgende boom kijk ik op het display. Maar ja. Welk display? Bij de kruising bij de rondweg moest ik inhouden, daarna liep ik aan één stuk door. Op de Kanaaldijk, bijna thuis, zag ik een auto bij de voedselbank stoppen waar, toen ik hevig bezweet langsliep, net de burgemeester uitstapte voor een werkbezoek. Vlak bij m’n huis werd ik bijna aangereden. Thuis pakte ik wat te drinken en kreeg een hoestbui. Daarna kreeg ik de hik, die nog twee uur aanhield.

Hardlopen is léuk joh.

De volgende dag ging ik naar de sportschool.
‘Ik zag je gisteren bij de Leenbakker lopen,’ zei de trainer. ‘Ik dacht nog: die Guido is goed bezig.’
Ik zei dat ik daar zelf iets anders over dacht.

Tegen een vaste klant van de sportschool vertelde ik over m’n eerste hardlooppoging in de buitenlucht. Hoe ik vol enthousiasme was begonnen, maar al snel mezelf was tegengekomen.
‘Jeugdige onbezonnenheid,’ grapte ik tegen m’n medesporter, anderhalf jaar ouder dan ik.
Hij moest lachen.
‘Dat heb je de eerste keer. Maar na vier of vijf keer hou je het wel vol. Dan kan je beter doseren,’ vertelde hij.

Na een dag begon het te kriebelen. Ik wilde weer. Ik moest wel, want ik wilde niet terug naar de loopband en m’n regime van twee keer in de week hardlopen koste wat het kost volhouden. En die tweede keer ging ik wél die volle vijf kilometer blijven rennen.

Die tweede keer was de weersverwachting miezerregen, maar dat deerde me niet. Ik liep mezelf wel warm (ja echt, giechelmeisjes). Ik snelde na m’n werk naar huis, kleedde me om en rende de voordeur uit. Ik liep dezelfde route als de vrijdag ervoor, maar besloot iets langer de Ruysdaelbaan aan te houden, waardoor het stuk langs het kanaal (heen althans) minder lang viel. Ik merkte al snel dat ik het tempo van de loopband te pakken had. Het ging lekker. Ik rende voorbij begraafplaats Sint Calixtus (waar je een bepaalde symboliek in kan zien). Toen ik het woonwagenkamp passeerde groette ik een bewoner die de postbus leeghaalde, het bruggetje viel dit keer veel minder zwaar, maar weer was er die lange weg terug langs het kanaal. Een stemmetje in m’n achterhoofd bleef maar zeuren: ‘Hou toch op met die onzin. Dit is toch nergens voor nodig? Ga toch wandelen.’

Ik realiseerde me het voornaamste nadeel van buiten hardlopen. Bij een loopband móet je wel door. Maar als je buiten rent is er telkens de verleiding om te stoppen, een verleiding die bij elke stap groter wordt.

Bij de kruising met de rondweg kon ik doorlopen en ik kreeg de geest. Nog maar een klein stukje en ik was weer thuis. Ik zette een eindspurt in en keek thuis op m’n telefoon hoelang ik over m’n rondje had gedaan. De teller bleef staan op 22 minuut 30. Dat is dezelfde tijd die ik in de sportschool nodig heb voor m’n ‘5K’.

Inmiddels ben ik een paar weken verder. Het gaat nog altijd met horten en stoten, maar ik heb de flow te pakken. Ik heb helemaal geen last meer van m’n knie en ik vind het zowaar leuk. Nouja, als ik klaar ben. Ik heb zelfs m’n rondje uitgebreid, uit angst dat ik de eerste paar keer de vijf kilometer misschien net niet had gehaald (ik doe niet aan hardloopapps). Het kan dus best zijn dat ik nu zes of zeven kilometer loop. Het is geen halve marathon, laat staan een hele, maar toch.

Hoe was de tekst op dat T-shirt ook alweer?

Posted in Eindhoven, Overig | Tagged , , , | 4 Comments

Communicatie

Omdat ik in m’n reguliere baan geen extra uren kan krijgen, geef ik dit schooljaar les in communicatie op een MBO-opleiding. Dat gaat, al zeg ik het zelf, redelijk. Ik heb niet het idee dat ik ze veel krijg bijgebracht (de houding laat nogal te wensen over), maar ik vind dat ik heel begripvol ben; zelfs bij de meest domme vraag hou ik m’n gezicht in de plooi en geef ik netjes antwoord. Ik tolereer veel van m’n leerlingen en tijdens de les dwaalt het gesprek geregeld af. Het is vrijdagmiddag, dus dat moet kunnen.

Om een voorbeeld te geven: eerder dit jaar liet ik me ontglippen geen rijbewijs te hebben. Op het moment dat ik het zei had ik al spijt van m’n opmerking. De blikken waarmee ik werd aangestaard zal ik niet licht vergeten: alsof ik een wezen was dat vanuit een ver sterrenstelsel naar deze planeet was gestuurd en net z’n eerste schreden op aarde had gezet. Nu nog, maanden later, floept een leerling er soms ineens uit: ‘Maar meneer, ik snap écht niet dat u geen rijbewijs hebt.’ Ook dan leg ik geduldig uit dat in de stad een rijbewijs niet per se nodig is en dat ik voor reizen buiten Eindhoven de trein pak.

Afgelopen vrijdag dwaalde het gesprek weer eens af.
‘Meneer? Mag ik u wat vragen?,’ vroeg een leerling.
Ojee, dacht ik, als ze zo beginnen moet ik op m’n hoede zijn. Voor je het weet stellen ze een impertinente vraag.
‘Heeft u een relatie?,’ ging ze verder.
Ik antwoordde ontkennend en meende ‘r te horen denken: geen rijbewijs, ook al geen relatie. Wat is dit voor mafketel?
Toen verraste ze me.
‘Volgens mij zoekt u een heel slimme vrouw,’ zei ze. ‘Als ze op de eerste date ook maar één domme opmerking maakt, denkt u: laat maar.’
‘Dat zou zomaar kunnen kloppen,’ zei ik, terwijl ik amper m’n lach kon inhouden.

In één van de eerste lessen had ik ze uitgelegd dat het grootste deel van communicatie non-verbaal is. Ik kom een stuk minder stoïcijns over dan ik zelf in de gaten heb.

Posted in Overig | Comments Off on Communicatie

Nuku’alofa

M’n oudste nichtje Esmee (11) had een goed voor topografie.
‘Zo, jij had een goed voor topografie,’ zei ik. ‘Wat is dan de hoofdstad van Tonga?’
‘Die hebben we niet gehad,’ zei Esmee. ‘We hebben Noord-Amerika gedaan.’
‘Wat is de hoofdstad van Canada?,’ vroeg ik.
‘Vancouver,’ was het antwoord.
‘Tsssk, Vancouver. Dat is niet eens de hoofdstad van British Columbia. En daar krijg jij een goed voor?’, zei ik plagerig. ‘De hoofdstad van Tonga is trouwens Nuku’alofa.’

Wat volgde was een stief kwartiertje waarin Esmee mijn kennis van hoofdsteden testte. Ik ga er prat op dat ik alle hoofdsteden van de wereld uit m’n hoofd ken. Sterker, ik vind dat uit het hoofd kennen van alle hoofdsteden tot de basiskennis van de pubquizzer behoort, evenals de vijftig hoofdsteden van de Amerikaanse staten (de hoofdsteden van de Canadese en Australische provincies en territoria zijn optioneel, maar die weet ik ook allemaal). Te vaak nog zie ik spelers bij Twee voor Twaalf die hoofdsteden op moeten zoeken in de atlas. Wat dóe je daar, mopper ik dan voor de buis.

Voor de rest heb je bitter weinig aan die kennis; ik heb er meer aan dat ik weet hoe ik het lampje in de afzuigkap vervang. Bovendien heb ik nog nooit een vrouw weten te verleiden met de openingszin ‘Zeg, wist jij dat de hoofdstad van Tristan da Cunha Edinburgh of the Seven Seas is?’

Op Twitter heb ik als vastgemaakte tweet ‘Ik snap niet dat mensen die niet weten dat Nuku’alofa is goed kunnen functioneren in deze maatschappij’ (daarvoor had ik als vastgemaakte tweet ‘Ik kan er toch ook niks aan doen dat de meeste mensen zo ontzettend stom zijn?’, gepost op de avond na het Brexit-referendum). Een grapje, als variant op een opmerking die ik geregeld maak tijdens de pubquiz, als tijdens het voorlezen van de eindstand blijkt dat er teams zijn met minder dan de helft van het aantal punten dan ons team heeft gescoord: ‘Hoe functioneren die mensen in deze maatschappij?’ Een medequizzer merkt dan wel eens, niet ongeestig, op: ‘Dat vragen zij zich ook over ons af.’

Trouwens, niet iedereen begrijpt die tweet. Vorige week nog reageerde een dame, volgens haar bio een psychologe (een niet al te snuggere denk ik), ‘dat ik dan heel weinig snapte’. Ik heb ‘r maar in de waan gelaten.

Dit weekend ging het hoofdsteden testen op de verjaardag van m’n zwager door. Esmee pakte haar Boskabouter (de mini-Bosatlas) om me te overhoren:
‘Saint Kitts and Nevis?’
‘Basseterre.’
‘Honduras?’
‘Tegucigalpa.’
‘Stanley?’
‘Dat is de hoofdstad van de Falklandeilanden. Dat is trouwens geen zelfstandig land.’
‘Tuvalu?’
‘Dat is een leuke. Dat kan Fongafale, Funafuti of Vaiaku zijn. Tuvalu heeft een hoofdatol, een hoofdeiland en een hoofdplaats.’ (Wat een beetje veel hoofd is voor een land met amper tienduizend inwoners.)

‘Wat heb je daar nou aan?,’ vroeg m’n oom die het allemaal met verbazing aanhoorde.
‘Helemaal niks,’ beaamde ik. ‘Behalve bij het quizzen.’
‘Maar als Esmee met jou meequizt, hoeft ze die hoofdsteden niet te kennen. Die weet jij dan toch al?,’ vond iemand anders.

Ja, dacht ik, zo lust ik er nog wel een paar. Dat is dezelfde dooddoener die ik al hoor sinds de invoering van de basisvorming. Het mantra van dat onderwijssysteem is dat mensen niets meer hoeven te weten, als ze maar weten waar ze het kunnen vinden. Dank je de koekoek. Want wie gaat dat daar dan opschrijven?

Een dag later luisterde ik naar de radio. Maandag is thuiswerkdag en ik had Stenders Platenbonanza op Radio 2 opstaan. Rob Stenders presenteert dat programma met z’n sidekick Carolien en geregeld komt in de uitzending een popquizje voorbij. Stenders is een wandelende muziekencyclopedie, Carolien is op muzikaal gebied iets minder goed onderlegd. Als zij een antwoord niet weet, wordt de vraag aan de luisteraars gesteld. Wie het weet kan het antwoord sms’en of appen en maakt kans op een goede-oren-aan-je-kop-mok. Ik doe geregeld mee. Ik ben ook een wandelende muziekencyclopedie; zo zeer dat ik Stenders vorige week nog moest verbeteren toen hij vroeg welke grote hit was geschreven door één van de bandleden van The Hooters. Het antwoord was Time After Time van Cyndi Lauper, maar One Of Us van Joan Osborne is ook geschreven door een lid van The Hooters, weliswaar een ander bandlid.

U begrijpt dat ik vond dat mij hier groot onrecht is aangedaan. Ik verdiende ook een mok.

Sommige mensen zijn inmiddels zó geconditioneerd op de popquizjes van Stenders dat ze al een antwoord insturen voordat de vraag is gesteld. Zo bleek een luisteraar tijdens het draaien van Cloudbusting van Kate Bush te hebben ge-appt: Ik voel weer een popquizje aankomen. Donald Sutherland, goed?

Stenders vroeg daarop aan z’n sidekick wat de vraag bij dit antwoord zou moeten zijn: een soort omgekeerde popquiz.
‘Jij hebt hier toch wel ideeën over?,’ vroeg de dj.
‘Nou nee,’ zei z’n sidekick.
‘Dat meen je niet,’ zei de dj. ‘Dat je de achterstevorenbassist van Creedence Clearwater Nogwat niet weet, maar dít?’
‘Nouja zeg. Weet jij wat de hoofdstad van euh… ik zoek een heel moeilijke,’ zei z’n sidekick.
‘Het is al te laat,’ onderbrak Stenders haar lachend, waarna de luisteraar weer kon appen of sms’en.

Dit was m’n kans, dacht ik, dus ik sms’te het antwoord, maar zette er nog wat bij. Je moet iets doen om op te vallen.

Een nieuwsbulletin en een paar platen later hoorde ik Carolien het volgende op de radio zeggen: ‘Guido die sms’t: Wie speelde mee in de videoclip bij Cloudbusting? De hoofdstad van Tonga is trouwens Nuku’alofa. Nou, die gozer die wint. Mijn hart ook.’
‘Cash in jongen, je hebt ook het hartje van Carolien gewonnen,’ voegde Stenders eraan toe.

De hoofdstad van Tristan da Cunha heeft nooit vrouwenharten in vuur en vlam gezet. Met Nuku’alofa heb ik meer succes.

Posted in Aardrijkskunde, Media, Muziek, Quizzen | Tagged , , | 1 Comment

Song Top 20 2017

Het beste boek over popmuziek dat ik dit jaar heb gelezen is The Song Machine. Het uitgangspunt van het boek is simpel: waarom klinken alle liedjes waar John Seabrook, journalist bij The New Yorker en z’n zoon, consequent aangeduid als ‘the kid’, naar luisteren hetzelfde? Daarbij komt de volledige recente muziekgeschiedenis van eind jaren tachtig tot nu voorbij: van Denniz PoP en Dr. Alban tot Stargate en Rihanna; mijn muzikale jeugd én volwassenwording. Ik kocht het boek op een koude winterdag in Groningen, begon toen de trein het station uitreed meteen te lezen en tegen de tijd dat ik in Utrecht CS arriveerde, had ik de eerste zeventig pagina’s uit. Een aanrader voor iedereen die wil weten hoe de popwereld van nu in elkaar zit. Owja, het staat ook nog boordevol goede muziekanekdotes.

Goed. 2017. Wat was het voor muziekjaar? Redelijk. Om met het slechte nieuws te beginnen: het was het jaar van de comeback van Jody ‘hoe dichter bij de nul, hoe strakker om de lul’ Bernal. Dankzij The Boy Next Door had hij dit jaar een hit met een cover van La Colegiala, nota bene eerder een hit voor de dit jaar overleden Sandra Reemer. Bernal heeft deze Top 20 niet gehaald. Net als AJR’s Weak (te veel productie), Something Just Like This van The Chainsmokers en Coldplay (nee, gewoon nee), JP Coopers September Song (te saai) en Jamie TW’s When You Love Someone (idem). Maar die vier liedjes geven wel aan dat er dit jaar veel ander moois is gemaakt.

Voordat ik los ga met m’n Top 20 een disclaimer voor de nieuwkomers. Ik ben deze lijst begonnen omdat ik vind dat muziekjournalisten in Nederland pop niet serieus nemen. Dat was in 2012 al zo en is intussen niet veel beter geworden. Er wordt meewarig gesproken over het megasucces van Ed Sheeran, of de populariteit van een zomerhit als Despacito. Terwijl het schrijven van een goed popliedje net zo knap is als het componeren van een symfonische metalcompositie van twintig minuten. Een hit schrijven is een ambacht, het vergt veel ervaring en uren werk (nogmaals, lees The Song Machine) en er is geen formule voor succes. Goede pop is niet lelijk, goede pop is razend knap en écht goede pop zegt iets over het huidige tijdsgewricht.

Een belangrijke vereiste om in de Top 20 te mogen is dat de single in 2017 in de Top 40 moet zijn binnengekomen (dus helaas, geen In The Blood van John Mayer, J-Boy van Phoenix of Holding On van The War On Drugs). Het moet een hit zijn geweest, hoe groot of klein maakt daarbij niet uit. De indeling is arbitrair. Héél soms zet ik een liedje hoog omdat ik het heel leuk vind, maar doorgaans zet ik liedjes die veel zeggen over de tijd waarin we leven hoger. Mijn ideaal is dat je over vijf of tien jaar deze lijst kunt teruglezen en zeggen: ‘ja, dát was 2017.’

20. Chef’Special – Try Again

Chef’Special toerde het afgelopen jaar in het voorprogramma van Twentyone Pilots door Amerika. Die samenwerking is niet eens zo heel gek; beide bands mixen achteloos genres als rock, hiphop en dance met elkaar tot een pompende mix die altijd goed is voor grote feestvreugde. Niet dat Try Again zo’n feesttrack is. Eerder een ingetogen, tropical hit. Als ik de reacties op Joetjoep moet geloven zit niet iedereen hier op te wachten, maar ik hoor het liever dan een flauwe ballad als In Your Arms.

19. Jebroer & DJ Paul Elstak – Kind van de Duivel

Alle publiciteit is goede publiciteit. Dat wist Jebroer ook best toen hij samen met DJ Paul Elstak en Dr. Phunk de brute dancetrack Kind van de Duivel opnam. Het was wachten op het moment dat een geschokte dominee aanstoot zou nemen aan regels als ‘ik ben een kind van de duivel’ en ‘hoop dat je deze draait op m’n begrafenis’. Dat duurde nog best lang; toen Jebroer geld kreeg geboden als hij níet Kind van de Duivel zou zingen tijdens optredens in Vriezenveen en Hardinxveld was de track al uit de Top 40 verdwenen. Hij was trouwens de kwaadste niet; op Engeltje deed hij het trucje nog eens dunnetjes over. Sleutelzin: ‘er is geen ruimte in de hel, sta bij de hemel op de stoep.’

18. Jax Jones ft. Raye – You Don’t Know Me

Tropical. Het toverwoord viel al bij nr. 20. De lome danceplaten bleven ook in 2017 gewoon komen. Al heet dat in het geval van Jax Jones’ You Don’t Know Me deep house. Ook best. Wat blijft is een vrolijke oorwurm die je door dat ‘na-na-hey’ na één keer draaien niet meer uit je hoofd krijgt. Jax Jones, z’n echte naam is Timucin Fabian Kwong Wah Aluo (ik wil die naam hier even vermeld hebben), maakt muziek die net zo’n melting pot is als z’n etnische afkomst. Ook dat is, net als de dab in de videoclip, Heel Erg 2017.

17. Miley Cyrus – Malibu

Ik had niet gedacht Miley Cyrus ooit in m’n Song Top 20 te hebben. Leuke zangeres, maar megahit Wrecking Ball moest het vooral van die clip en dat refrein van een (ahum) sloopkogel hebben. Daarna maakte ze – op nadrukkelijk afraden van haar platenmaatschappij – het psychedelische album Miley Cyrus & Her Dead Petz met The Flaming Lips: Cyrus was klaar met haar imago van Hannah Montana. Met Malibu maakt ze haar comeback. Goed, een keurige, akoestisch getoonzette single riekt na alle malle fratsen naar opportunisme, maar ik teken ervoor.

16. Niall Horan – Too Much To Ask

Vorig jaar ben ik tot m’n schaamte This Town (ik ben een sucker voor romantische boybandballads) in m’n Song Top 20 vergeten. Die fout maak ik niet nog een keer, dus deze notering voor Too Much To Ask is ook een goedmakertje. Van de vijf leden van One Direction is Niall Horan het beste uit de solostartblokken gekomen, al speelt hij daarbij op safe: The Script/Ed Sheeran-light en dan nog braver. Horans solodebuut Flicker is zó glad dat Stereogum het omschreef als ‘a collection of songs so drowsy and unthreatening you may begin to wonder if you’re on hold with your credit card company.’ Maar in tegenstelling tot z’n oude bandmaatje Zayn Malik, die het vooral moet hebben van duetten met leuke zangeressen (Taylor Swift, Sia) én een pak productie, houdt Horan het klein. Netjes.

15. Harry Styles – Sign Of The Times

De statuur van Harry Styles en de andere oud-One Directionleden is zo groot dat ze muzikaal kunnen doen waar ze zin in hebben. Nog wel, althans. Dat is de enige reden dat Styles ermee weg komt een door de seventies geïnspireerde progrockerige aanstekerballad met een titel die verwijst naar een bekende Princetrack uit te brengen. Radiozenders vinden het zelfs prima een single van bijna zes minuten (een eeuwigheid) op high rotation te zetten (goed, er kwam ook een radio edit). De credibility van Styles kreeg met Sign Of The Times een flinke boost; het haalde zelfs de tiende plek in de Song van het Jaar verkiezing van 3voor12 (ter vergelijking: Despacito eindigde in die lijst als 152ste).

14. Armin van Buuren – Sunny Days
13. Calvin Harris ft. Pharrell Williams & Katy Perry & Big Sean – Feels

Ik ben dit jaar van 3FM naar Radio 2 geswitcht. Ik kon het gezwalk in muziekbeleid bij 3FM niet langer aanhoren. Of misschien word ik gewoon oud. De enige keer dat ik nog naar de jongerenzender luister is als de Mega Top 50 wordt uitgezonden; ik moet toch bij blijven voor de pubquiz. Maar ik mis niks. Radio 2 doet qua jongerenmuziek niet onder voor buur 3FM. Sterker nog, Armin van Buurens Sunny Days heb ik daar dit jaar heel vaak voorbij horen komen. Een mellow zomerhit, met een fijn gitaartje erdoorheen gemixt en een melancholieke toon. ‘Oh, sunny days, lift me when I’m down,’ aldus zanger Josh Cumbee, die de song schreef. Wel jammer van de kerstversie die ze hebben gemaakt; dat voelt toch als de Christmas Macarena.

De állerleukste zomertrack van 2017 komt op naam van Calvin Harris die er op Feels met gasten Pharrell Williams, Katy Perry en Big Sean een zomers feestje van maakt, al lijkt de regel ‘don’t be afraid to catch feels’ grammaticaal niet helemaal correct (spoiler alert: dat is ie wel). Misschien nog leuker is het verongelijkte pruillipje waarmee Perry de regel zingt. Alsof ze zelf ook weet dat haar laatste album Witness broddelwerk was. Don’t worry Kate, je komt nog een keertje voorbij in deze lijst. Op een veel hogere plek dan nr. 11.

12. Taylor Swift – Look What You Made Me Do

Ach Taylorke, where did we go wrong? Op 1989 was je m’n popprinses. De diva die stijlvolle liedjes maakte die niettemin mee konden in de ether en hitlijsten anno 2014. Shake It Off was een tikkeltje plat maar Style, Out Of The Woods en Wildest Dreams behoorden tot de beste singles van de laatste jaren: prachtige, tijdloze popsongs. En dan kom je nu met deze single. Een overgeproduceerde prul die aan de man moet worden gebracht met een opgewarmde fittie met rivale Katy Perry. Je bent verworden tot de zoveelste inwisselbare popzangeres met platte, anonieme popdancetracks als …Ready for It? en End Game. Misschien komen we elkaar ooit nog tegen; wie Right Said Freds I’m Too Sexy samplet kán niet slecht zijn. Voor de rest denk ik: et tu, Taylor?

11. Imagine Dragons – Thunder

Imagine Dragons speelde voor hun doorbraak in 2013 in casino’s in Las Vegas. Een harde leerschool: wat geen enthousiaste reactie van het publiek losmaakte werd weggegooid. Debuutplaat Night Visions schoot dan ook alle kanten op, lompe rock in Radioactive, gezellige folkpop in On Top Of The World met Demons daar tussenin: alles voor het publiek. Op tweede album Smoke + Mirrors probeerde de groep voorzichtig meer eigen smoel te ontwikkelen, maar die plaat flopte (schandalig, want single Shots was geweldig). Dit jaar revancheerde Imagine Dragons zich. Opportunistisch hanteerde het kwartet in singles als Believer, Thunder en Whatever It Takes weer de botte bijl van weleer, dit keer met een vleugje meer EDM. Het werkte. Met Thunder stond Imagine Dragons voor het eerst in vier jaar weer in de Nederlandse top-10. Ook die andere singles deden het prima.

10. Lorde – Green Light

Lordes debuutplaat Pure Heroine uit 2013 was briljant. Slimme, kaal geproduceerde liedjes waardoor de boodschap van een wel heel vroegwijs meisje uit Auckland, Nieuw-Zeeland goed overkwam. Tweede plaat Melodrama (geproduceerd door man van het moment Jack Antonoff) deed niet zo gek veel in de wereldwijde albumlijsten, maar het is opvallend hoe vaak het album terugkomt in de eindejaarslijstjes van 2017 (het staat bij Metacritic zelfs op nr. 2). Single Green Light is een atypische song, door Max Martin omschreven als ‘incorrect songwriting’, al denk ik dat Lorde dat als compliment beschouwt. Inderdaad, een grote pophit werd het niet; een 31ste plaats in de Top 40 komt bij lange na niet in de buurt van het succes van megahit Royals. Het mag duidelijk zijn: met Melodrama neemt de wereld afscheid van Lorde de hitzangeres en krijgt er Lorde de albumartiest voor terug. Dat vind ik geen slechte ruil. Bovendien stal Lorde mijn hart door vlak voor Kerst aan te kondigen níet in Israël op te treden. Dat getuigt van veel lef.

9. Justin Bieber + BloodPop® – Friends

David Guetta stond nog nooit op nummer 1 in de Nederlandse Top 40. Hij zal er niet wakker van liggen, al hoop ik stiekem dat de Franse dj daarom 2U met Justin Bieber heeft openomen: als het met Der Bieber niet lukt, dan lukt het met niemand. Bieber poept aan de lopende band singles uit en vernielt achteloos met een bar slecht optreden op Pinkpop het kleine beetje goodwill dat ie nog heeft, maar zelfs hij kreeg deze Guetta paint by numbers niet naar de eerste plek in Nederland. Nee, dan die samenwerking met BloodPop® (dat symbooltje schijnt erbij te moeten). Electro met een heerlijk stuiterende baslijn, geschreven door singer-songwriter Julia Michaels, dit jaar zelf doorgebroken met haar single Issues (no pun intended). Ook Friends werd geen nr. 1 hit, maar het is wel een veel fijnere track dan 2U.

8. Pink – What About Us

Pink mag je met een gerust hart een popveteraan noemen. Haar eerste Nederlandse Top 40 hit scoorde ze in 2000 met There You Go en daarna is het crescendo gegaan met de carrière van Pink. Dat komt doordat ze de touwtjes altijd stevig in handen heeft gehouden: in 2002 rekende ze met Don’t Let Me Get Me radicaal af met haar lieveschoolmeisjesimago en koos ze voor een stoerder uiterlijk. Niet langer slappe arrenbie, maar girl power 2.0. En ziehier: waar Britney Spears (die ervan langs kreeg in Don’t Let Me Get Me) haar dagen slijt in Las Vegas en Christina Aguilera is vergeten, scoorde Pink met What About Us hit nr. 31 in Nederland. Ze doet het anno 2017 rustiger aan en de sound is softer geworden, What About Us is geen heel opvallende power ballad (sowieso haalt niks het bij Try), maar ze haalde er met gemak de eerste plaats mee. Pink is er nog. Alleen daarom al verdient ze onze respect.

7. Camila Cabello ft. Young Thug – Havana

Camila Cabello is de Zayn van Fifth Harmony, de Robbie van Take That, of de Geri van Spice Girls. Kiest u zelf maar. Ze is dat ene lid dat op een strategisch handig moment tegen de andere bandleden zegt: ‘aju paraplu, ik ben weg.’ Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Zeker als je met zoiets moois als Havana op de proppen komt. Dat Karla Camila Cabello Estrabao, zoals de zangeres echt heet, is opgegroeid in Havana en Mexico-Stad kan je horen aan deze mooie, sfeervolle compositie; ze zingt niet voor niets ‘half of my heart is in Havana, oh na na’. Havana klinkt, met dat trompetje subtiel in de muziek gemixt, zwoel en sensueel als een Cubaans nachtclublied maar de productie, met die dreunende, lage pianoklanken, is voor de radio van nu. Muziek voor zomeravonden in Cuba en Mexico-Stad; Buena Vista Social Club voor de 21ste eeuw, mét videoclip als telenovela.

6. Ed Sheeran – Galway Girl

Shape Of You was de grootste hit van Ed Sheeran in 2017, maar ik ben eigenwijs en vind de leukste single van de roodharige hobbit (fun fact: hij was ooit roadie bij Nizlopi) Galway Girl. Omdat hij zo aardig was om met een vrij onbekende Noord-Ierse folkgroep samen te werken, omdat ik die reuze sympathieke folkies ooit interviewde toen ze op Folkwoods speelden, omdat Beoga, zoals de groep heet, daardoor nu wereldberoemd is en omdat die groep eerder dit jaar op het Naked Song Festival speelde en niet te beroerd was om daar Minute 5, de melodie waarop Galway Girl is gebaseerd, voor een Ed Sheeranfan in het publiek te spelen, omdat Galway een heel leuke stad is, maar nog het meest omdat Sheeran, tot afgrijzen van z’n platenmaatschappij die folk niet cool achtte, besloot Galway Girl op z’n album Divide te zetten. In mijn universum is iemand die zich niks aantrekt van wat cool en niet cool is pas écht cool.

5. Luis Fonsi ft. Daddy Yankee (& Justin Bieber) – Despacito

Vind ik dit goed? Mwa. Kan ik hier omheen? Nee. Daarvoor is Despacito een té grote monsterhit (dat lijkt een pleonasme). Vijftien weken op nr. 1 in de Top 40. De meest gestreamde track ooit op Spotify. De meest bekeken videoclip op Joetjoep (op moment van schrijven staat de teller op 4.601.166.632 weergaven). Moet ik doorgaan? Despacito is de grootste Enqirue Iglesiashit van 2017 die niet is ingezongen door die Spaanse zanger met z’n gladde vader. Niet dat ik er blij van ben geworden. Omdat Luis Fonsi en Daddy Yankee (die ik voor altijd blijf associëren met de beestachtige reggaetonhit Gasolina) zo’n flauwe, clichématige zomerhit afleveren: liedje maken met een sloom, reggae-achtig ritme, catchy melodietje met rap eroverheen en klaar is Luis. Tegelijkertijd wordt niemand boos van zoveel onbezorgde, zonnige vrolijkheid. De enige vraag waar ik mee zit: waarom moet Justin Bieber zo nodig opduiken in een nieuwe versie van de track?

4. Portugal. The Man – Feel It Still

De meest onverwachte hit van het jaar staat op naam van Portugal. The Man, afkomstig uit Wasilla, Alaska (9.748 inwoners, aldus wikipedia). De groep timmerde al een decennium aan de weg als bandje in de categorie ‘een beetje vreemd, maar wel lekker’, grossierend in licht-psychedelische, verknipte popliedjes die zo maf zijn dat ze met een grote boog om de Billboard Hot 100 heen lopen. Maar wonderen bestaan. Nadat Feel It Still in Amerika in een reclame werd gebruikt kroop de single langzaam naar de bovenste regionen van de Billboard Hot 100. Tegen die tijd werd Nederland ook wakker en haalde Feel It Still zowaar de Top 40. Het stond dit jaar zelfs in de Top 2000 (op nr. 1962). Een groep zo maf als Portugal. The Man in de Nederlandse hitlijsten. Dat stemt hoopvol.

3. Boef – Habiba

Loop het schoolterrein van een gemiddelde VMBO op, vraag de eerste leerling die je ziet om z’n favoriete artiest en de kans is groot dat je namen als Lil’ Kleine, Frenna, Sevn Alias, Jairzinho, Ronnie Flex en Boef als antwoord krijgt. Vooral Boef. 2017 was zijn jaar. De rapper/vlogger (een dubbele baan) dropte dit jaar z’n album Slaaptekort waarna zestien van de twintig tracks in de lijst van meest gestreamde songs van Nederland op Spotify stonden. In het weekend na de release stond het album zelfs wereldwijd op nr. 28 (natuurlijk stond het ook nog – heel ouderwetsch – op nr. 1 in de Album Top 100). Habiba was de grootste hit. Terecht trouwens; slim geproduceerd liedje (mét meme) dat ik na één keer horen niet uit m’n hoofd krijg. Boeit niet dat ik niet weet wat Boef bedoelt als hij ‘habiba, habiba, waarom stress je mij a zina, a zina’ zingt. Boef was in 2017 net zo alomtegenwoordig als een Napapijri-anorak op een middelbare school. Dan verdien je een plek in m’n top-3.

2. Dua Lipa – New Rules

Het viel niet mee met Dua Lipa het afgelopen jaar. Debuut Be The One was één van de sterkste singles van de laatste jaren, maar daarna ging de Britse zangeres zoals zoveel andere acts voor dance met de botte bijl: Hotter Than Hell, Scared To Be Lonely, Blow Your Mind (Mwah). Mwa. Dat was een aardige omschrijving van die tracks. New Rules, net als die andere tracks afkomstig van haar debuut, is een sterke comeback. Een single waarbij je als luisteraar door die tegendraadse maar o zo fijne beat geregeld op het verkeerde been wordt gezet. Met regels (‘you know you’re gonna wake up in his bed in the morning and if you’re under him, you ain’t getting over him’) die Dua Lipa zichzelf én haar (overwegend vrouwelijke) fans voorhoudt; reden dat de single is omschreven als female empowerment anthem. New Rules is de soundtrack die hoort bij het jaar van #metoo. De enige reden dat de track niet op nr. 1 staat in deze lijst, is dat Be The One nóg beter was.

1. Katy Perry ft. Skip Marley – Chained To The Rhythm

Vorig jaar verscheen een zeldzaam interview met Max Martin online. De Svengali van de popmuziek, roemrucht om z’n kluizenaarschap, deed daarin een boekje open over z’n werkwijze. Dat had hij beter niet kunnen doen. Martin is te openhartig over de ins and outs van de hedendaagse pop zodat ik al z’n trucjes, die me nog nooit duidelijk waren opgevallen, niet meer níet kan horen. Het kan niet anders of dat interview heeft ertoe bijgedragen dat de Popmeister dit jaar z’n mojo verloor. Hij scoorde dit jaar voor het eerst sinds 2007 geen enkele Amerikaanse nr. 1 hit, het door hem geproduceerde album Witness van Katy Perry flopte en alleen Chained To The Rhythm haalde de Amerikaanse Top 10. Maar. Wat. Een. Single. Is. Dat. Catchy als alles wat Martin maakt, maar ook met Een Boodschap over Het Leven anno 2017. Het leven waarin iedereen in z’n eigen bubble leeft; chained to the rhythm van dezelfde muziek, meningen of smaak verworden we tot zombies die niet meer weten wat zich in de bubble van de buurman afspeelt: ‘so comfortable we’re livin’ in a bubble, so comfortable we cannot see the trouble’.

Het kan goed zijn dat Chained To The Rhythm het laatste grote wapenfeit van Max Martin is. Maar als ie in 2018 het bijltje erbij neergooit, doet hij dat wel op een hoogtepunt.

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Comments Off on Song Top 20 2017

Top 2000 Trivia

Het is de tijd van het jaar dat de radio non-stop aan staat om zoveel mogelijk liedjes te horen die je allemaal allang kent. Maar ja. Als ze in de Top 2000 staan, klinken ze net wat mooier. Daarnaast is voor een lijstjesfreak als ik de Top 2000 een lijst om van te smullen. Een lijst die bol staat van de maffe muziekfeitjes. Veel van die triviafeitjes worden door Radio 2 zelf gedeeld via hun website: de langste platen, de kortste platen, de hoogst genoteerde Franstalige platen, of Vlaamse platen. Dat doen zij beter dan ik en daar wil ik dan ook niet mee concurreren, maar als je een beetje uitpluiswerk doet, kan je veel meer maffe triviafeitjes vinden. Zeker als je de vorige edities er bij pakt, of de Top 2000 vergelijkt met hoe hits het in de Top 40 hebben gedaan. De lijst der lijsten wordt dit jaar voor de negentiende keer uitgezonden, dus er is zat opvallends te vinden.

Vind je het trouwens leuk om ook tijdens de Top 2000 allerlei triviafeitjes van me te lezen? Dan kan je me volgen op Twitter. Maakt het luisteren net nog wat leuker.

Vijf liedjes stonden in alle edities van de Top 2000, maar altijd bij de onderste duizend

Er zijn honderden platen die in alle edities van de Top 2000 altijd bij de bovenste duizend hebben gestaan. Maar in alle edities én daarbij altijd bij de onderste duizend: dat is pas een select gezelschap. En het worden er elk jaar minder. Alhoewel. De vijf platen die er vorig jaar nog in stonden, zijn ook dit jaar weer present. De laatste der Mohikanen.

1270. Gladys Knight & The Pips – Midnight Train To Georgia
1619. Reinhard Mey – Gute Nacht, Freunde
1621. Steely Dan – Reelin’ In The Years
1714. Spider Murphy Gang – Skandal Im Sperrbezirk
1809. Santana – Oye Como Va

Van deze vijf steelt met name Steely Dan de show. Die plaat kwam nooit hoger dan nr. 1233, maar stond wel in alle edities van de Top 2000.

Geboren voor de onderste regionen

We blijven even bij de liedjes uit de onderste regionen. Sommige platen vallen onder het jojo-effect: ze staan er het ene jaar wel in, het andere jaar niet. En áls ze dan in de Top 2000 staan, is dat meestal bij de onderste honderd. Rosie van Joan Armatrading staat niet meer in de lijst, maar stond in voorgaande edities maar liefst zeven keer bij de onderste honderd. Ook That’s The Way (I Like It) van KC & The Sunshine Band ontbreekt dit jaar, maar stond in eerdere edities van de Top 2000 liefst zes keer bij de onderste honderd, waaronder zelfs twee keer op de laatste plaats. Wild Cherry’s Play That Funky Music staat er dit jaar wel in, op nr. 1886, maar stond eerder ook zes keer nét wat lager, bij de onderste honderd.

Van de platen die dit jaar bij de onderste honderd staan, gaat de eer naar twee songs. Diesels Sausolito Summernight stond al vier keer bij de onderste honderd, (waarvan één keer op de laatste plaats). Maar Chaka Khans I’m Every Woman is de echte winnaar: ook zij stond al vier keer bij de onderste honderd, maar stond daarbij zelfs twee keer op nr. 2000, waaronder dit jaar. Een twijfelachtige eer. Maar heej, ze staat er in.

Jaar van verschijnen als positie

Vorig jaar stond één plaat in de lijst op een positie die overeenkomt met het jaar van verschijnen: These Boots Are Made For Walkin’ verscheen in 1966 én stond in dat jaar op nr. 1966. Het komt minder vaak voor dan je zou verwachten, want daarvoor was de laatste keer dat dit gebeurde 2014, toen Rod Stewarts Reason To Believe op nr. 1971 stond. Inderdaad, een plaat uit 1971. Dit jaar is er geen plaat die op de plaats van het jaar van verschijnen staat.

Zes bands of artiesten staan ook als songtitel in de Top 2000

Sommige bands of artiesten kom je ook als songtitel tegen. Zoals deze zes. Als een naam of een titel meerdere keren in de Top 2000 voorkomt, staat de hoogst genoteerde plaat vermeld (dus ja, ik weet dat de groep Madness met vier tracks in de lijst staat en dat ook Enrique Iglesias een track heeft met de titel Hero).

6. Pearl Jam – Black
1520. Black – Wonderful Life

77. Animals – House Of The Rising Sun
1171. Martin Garrix – Animals

304. Madness – One Step Beyond
924. Muse – Madness

400. Kiss – I Was Made For Loving You
1077. Prince – Kiss

546. Air – All I Need
1943. Ekseption – Air

707. Hero – Toen Ik Je Zag
1648. Family Of The Year – Hero

Vijf one hit wonders

Als je het doet, dan doe je het goed: sommige artiesten staan met maar één liedje in de Top 2000. Maar met dat ene liedje staan ze heel hoog in de lijst. En hoewel de artiesten in kwestie misschien vele Top 40-hits hebben gehad, zijn het vanuit de Top 2000 gezien one hit wonders. Dit zijn de vijf hoogst genoteerde. Met name de kleinkunst én het ruige werk zijn goed vertegenwoordigd.

14. Claudia de Breij – Mag Ik Dan Bij Jou
45. Klein Orkest – Over De Muur
54. Disturbed – Sound Of Silence
62. Wim Sonneveld – Het Dorp
64. Rage Against The Machine – Killing In The Name

Vijf hoogst genoteerde platen die meer dan één keer in de Top 40 stonden

Het is opvallend dat veel platen in de bovenste regionen van de Top 2000 meerdere keren hits zijn geweest. Dat zal zijn omdat het klassiekers zijn, maar ook omdat meerdere generaties deze platen goed kennen (en er dus op stemmen). Of is het juist andersom? Dat het bij de eerste release al klassiekers zijn, zodat ze ook met gemak tien jaar later weer een hit worden? Hoe het ook zij, vrijwel altijd haalde een single beide malen de top-10 van de hitlijsten. Enige uitzondering is Claudia de Breij; haar Mag Ik Dan Bij Jou kwam twee keer niet verder dan een paar weken in de onderste regionen van de Top 40, maar werd wel een grote Top 2000-hit.

1. Queen – Bohemian Rhapsody (1975, 1991)
2. Eagles – Hotel California (1977, 1988)
5. Deep Purple – Child In Time (1972, 1975)
10. Guns n’ Roses – November Rain (twee keer in 1992)
14. Claudia de Breij – Mag Ik Dan Bij Jou (2012, 2014)

Vijf hoogst genoteerde tracks in de Top 2000 die nooit in de Top 40 hebben gestaan

Sommige hits uit de Top 2000 deden niks toen ze op single uitkwamen, of bleven steken in de Tipparade. Maar net zo vaak zijn het albumtracks die nooit singles waren. In alle gevallen zijn het songs die zijn uitgegroeid tot evergreens. Ze hebben de Top 40 niet in vuur en vlam gezet, maar ze staan elk jaar weer hoog in de Top 2000.

3. Led Zeppelin – Stairway To Heaven (albumtrack)
4. Billy Joel – Piano Man (single, haalde nooit de Tipparade)
6. Pearl Jam – Black (albumtrack)
7. Pink Floyd – Wish You Were Here (albumtrack)
8. Coldplay – Fix You (single, kwam nooit verder dan de Tipparade)

Ook de nr. 9, Avond van Boudewijn de Groot, haalde nooit de Top 40, wat betekent dat de top-10 bestaat uit songs die óf meerdere keren, óf nooit in de Top 40 hebben gestaan.

Meest bezongen stad

Grote steden zijn een geliefd onderwerp van songs. De populairste stad is New York. The Big Apple is met elf (soort van) odes vertegenwoordigd in de Top 2000, al heb ik daarbij alleen gelet op locaties binnen de stad, of bijnamen van New York. Misschien ligt het werkelijke aantal nog een stuk hoger.

240. Sting – Englishman In New York
382. Alicia Keys – Empire State Of Mind
813. Billy Joel – New York State Of Mind
991. Jay-Z ft. Alicia Keys – Empire State Of Mind
1115. 10CC – The Wall Street Shuffle
1154. Bee Gees – Nights On Broadway
1409. U2 – Angel Of Harlem
1437. Don Henley – New York Minute
1500. Frank Sinatra – Theme From New York, New York
1514. Beastie Boys – No Sleep ‘Til Brooklyn
1516. U2 – City Of Blinding Lights

Goede tweede is Londen, met acht noteringen. Op gepaste afstand gevolgd door Los Angeles (vier keer, met dank aan het twee keer bezongen MacArthur Park), Liverpool (drie keer, met dank aan de Beatles) en Memphis, Parijs, Philadelphia en San Francisco (ieder twee keer). Nederlandse locaties zijn schaars, maar Amsterdam (Nothing But Thieves), Rotterdam (Oude Maasweg van de Amazing Stroopwafels), Nijmegen (Frank Boeijens Kronenburg Park) en zelfs Zoutelande (Bløf & Geike Arnaert) komen voorbij.

De kleinste plaats die wordt bezongen, is Ike & Tina Turners Nutbush City Limits, op nr. 1889. Het geboortedorp van Tina Turner in Tennessee telt slechts 259 inwoners.

Dubbele a-kant

Vroeger, toen de aarde nog plat was, had je singles op vinyl met een a- en een b-kant. De a-kant was de single, op de andere kant stond een nieuw liedje of een albumtrack. Soms konden bands niet kiezen en werd een single uitgebracht als ‘dubbele a-kant’: allebei de liedjes werden dan veel gedraaid. Groepen als de Beatles, de Rolling Stones, Creedence Clearwater Revival en ABBA hebben allemaal singles uitgebracht met een ‘dubbele a-kant’. Het fenomeen is (samen met de fysieke single) inmiddels verdwenen, maar tot in de jaren negentig verschenen er af en toe singles met een dubbele a-kant. Zo hadden de Spice Girls een hit met Mama en Who Do You Think You Are?. Paul de Leeuw maakte er zelfs een specialisme van, met op de ene kant een serieuzer liedje en op de andere kant een liedje van Bob en Annie de Rooij.

Sommige dubbele a-kanten vind je terug in de Top 2000. Zo staan We Will Rock You en We Are The Champions van Queen allebei in de lijst, net als Eagle en Thank You For The Music van ABBA, of White Rabbit en Somebody To Love van Jefferson Airplane.

Het opvallendst is de notering van Strawberry Fields Forever en Penny Lane. De songs werden in 1967 als dubbele a-kant op single uitgebracht en zijn exact vijftig jaar later nog steeds onafscheidelijk: ze staan dit jaar respectievelijk op nrs. 505 en 506.

Top 5 kortste titels in de Top 2000

Soms moet je het gewoon kort houden, zo dachten deze artiesten en bands.

266. Peter Maffay – Du
895. Queen – ’39
959. Marco Borsato – Zij
1336. Doe Maar – Pa
1690. George Michael & Mary J. Blige – As

Vooruit, de zesde artiest in dit rijtje is Stevie Wonder. Hij staat met de originele uitvoering van As op nr. 1893.

De kortste titel in combinatie met een artiest is U2, met Bad en One: vijf letters/cijfers.

Top 5 langste titels in de Top 2000

Dan kon het tegenovergestelde van korte titels natuurlijk niet achterblijven. Deze vijf liedjes hebben de langste (officiële) titels uit de Top 2000. Vooral de tekst tussen haakjes helpt hierbij. Winnaar is Meat Loaf, met een titel van 46 letters. Voor de gelegenheid staan de liedjes in dit overzicht niet op positie in de Top 2000, maar op volgorde van de meeste letters, de langste bovenaan.

1266. Meat Loaf – You Took The Words Right Out Of My Mouth (Hot Summer Night)
1181. Scott McKenzie – San Francisco (Be Sure To Wear Some Flowers In Your Hair)
1377. R.E.M. – It’s The End Of The World As We Know It (And I Feel Fine)
794. Manic Street Preachers – If You Tolerate This Your Children Will Be Next
1582. Eurythmics – There Must Be An Angel (Playing With My Heart)

Populairste Beatle

De strijd tussen Paul McCartney en John Lennon wordt beslist in het voordeel van McCartney. Hij heeft – na z’n carrière met de Beatles – vijf Top 2000-hits gescoord, tegenover drie voor John Lennon; met name dankzij de Wings. Al staat Lennon natuurlijk met afstand het hoogst, met Imagine. George Harrison is maar één keer vertegenwoordigd, Ringo Starr ontbreekt al een aantal jaren. Hij stond in 2005 het laatst in de Top 2000, met Photograph.

Paul McCartney
760. Wings – Band On The Run
1145. Paul McCartney & The Frog Chorus – We All Stand Together
1295. Wings – Mull Of Kintyre
1333. Wings – Live And Let Die
1679. Wings – Maybe I’m Amazed

John Lennon
16. John Lennon – Imagine
1351. John Lennon & Plastic Ono Band – Working Class Hero
1936. John Lennon – Woman

George Harrison
986. My Sweet Lord

Vijf songfestivalliedjes in de Top 2000

Ook ik als fan moet toegeven: weinig songfestivalliedjes hebben echt eeuwigheidswaarde. Dat blijkt uit het lage aantal liedjes dat de Top 2000 heeft weten te halen. Dit jaar zijn het er slechts vijf. Dat is weinig, want Eres Tú van Mocedades, Gente Di Mare van Tozzi & Raf, Power To All Our Friends én Congratulations van Cliff Richard, All Kinds Of Everything van Dana, Tu Te Reconnaîtras van Anne-Marie David, Après Toi van Vicky Leandros, Where Are You van Imaani, Save Your Kisses For Me van Brotherhood Of Man, De Troubadour van Lenny Kuhr, What’s Another Year én Hold Me Now van Johnny Logan, J’aime La Vie van Sandra Kim, Love Shine A Light van Katrina & The Waves, I Treni Di Tozeur van Alice & Battiato, Puppet On A String van Sandie Shaw en Ding-a-Dong van Teach-In stonden allemaal ooit in de Top 2000.

372. The Common Linnets – Calm After The Storm
459. Anouk – Birds
660. ABBA – Waterloo
1837. Douwe Bob – Slow Down
1932. Loreen – Euphoria

Dubbele bandnamen

De strijd van de bands met dubbele namen is onbeslist. Duran Duran en Talk Talk staan allebei met drie songs in de Top 2000. Op de derde (en laatste) plaats is The The geëindigd. Leuk detail: op nr. 975 staat It’s My Life van Talk Talk, één plaats hoger staat Uncertain Smile van The The. Helaas staat er geen track van Duran Duran boven of onder.

Populairste albums in de Top 2000

Natuurlijk, van menig Greatest Hits of Best Of… van artiesten van het kaliber Beatles of Rolling Stones staan tientallen tracks in de Top 2000, maar voor dit overzicht gaan we uit van reguliere studio-albums. En dan blijken er drie albums te zijn die ieder met zes tracks zijn vertegenwoordigd in de lijst der lijsten. De King of Pop doet z’n naam eer aan en heeft zelfs twee albums in dit rijtje, maar van Fleetwood Macs Rumours staan de meeste tracks bij de bovenste duizend. Al hebben alle albums één track die gevaarlijk dicht bij de uitgang van de Top 2000 staat.

Fleetwood Mac – Rumours
33. Go Your Own Way
249. Dreams
252. The Chain
515. Songbird
853. Don’t Stop
1904. You Make Loving Fun

Michael Jackson – Bad
161. Man In The Mirror
416. Dirty Diana
439. Smooth Criminal
1037. The Way You Make Me Feel
1590. Bad
1929. I Just Can’t Stop Loving You

Michael Jackson – Thriller
113. Billie Jean
147. Thriller
334. Beat It
1007. Human Nature
1517. Wanna Be Startin’ Somethin’
1858. P.Y.T. (Pretty Young Thing)

Andere populaire albums, met ieder vijf tracks in de Top 2000 vertegenwoordigd, zijn 21 van Adele, Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van de Beatles, A Rush Of Blood To The Head van Coldplay, Brothers In Arms van Dire Straits, Rivals van Kensington en Born In The USA van Bruce Springsteen.

Populairste soundtrack in de Top 2000

De populairste soundtrack in de Top 2000 is ook meteen de op-één-na bestverkochte soundtrack aller tijden. Van Saturday Night Fever zijn wereldwijd meer dan veertig miljoen exemplaren verkocht. Daarnaast won het – als eerste filmsoundtrack ooit – een Grammy Award voor Album Of The Year. Vier van de tracks staan in de Top 2000. Dat was ooit meer, want ook Yvonne Ellimans If I Can’t Have You, More Than A Woman van Tavares en Jive Talkin’ én You Should Be Dancing van de Bee Gees stonden eens in de lijst.

388. Bee Gees – Stayin’ Alive
516. Bee Gees – How Deep Is Your Love
1114. The Trammps – Disco Inferno
1231. Bee Gees – Night Fever

Van The Bodyguard, met 42 miljoen verkochte exemplaren de succesvolste soundtrack aller tijden, staat maar één liedje in de Top 2000: I Will Always Love You.

Vijf populairste filmhits

Het schijnt dat Nick Lowe een klein vermogen heeft verdiend omdat Curtis Stigers’ cover van diens (What’s So Funny ‘Bout) Peace, Love and Understanding is gebruikt voor de soundtrack van The Bodyguard. Om maar te zeggen: als je liedje in een film wordt gebruikt, kan je financieel aardig binnenlopen. Het is bovendien goede promotie van je muziek, want menig band of artiest heeft in z’n carrière liedjes geschreven voor films. Dit zijn de vijf hoogstgenoteerde, waarbij liedjes die na het verschijnen alsnog in films zijn gebruikt (zoals Bohemian Rhapsody in Wayne’s World) zijn uitgesloten.

18. Prince & The Revolution – Purple Rain (Purple Rain)
24. Racoon – Oceaan (Alles is Familie)
97. Bette Midler – The Rose (The Rose)
107. Queen – Who Wants To Live Forever (Highlander)
146. Eminem – Lose Yourself (8 Mile)

Vijf populairste covers

Wat is een cover en wat is een origineel? Dat is nog lastiger dan je denkt. Want wat doe je met liedjes waarbij discussie is over of het wel of geen plagiaat is (Coldplay met Viva La Vida)? Of artiesten die zichzelf coveren (Eric Clapton met Layla)? Of liedjes die zijn gebaseerd op een traditional (Belfast Child van Simple Minds)? Die mochten niet mee in dit lijstje. Dan blijven in de bovenste regionen weinig covers over. En het waren er sowieso al niet veel. Maar dit zijn de vijf hoogst genoteerde.

20. Johnny Cash – Hurt (origineel van Nine Inch Nails)
54. Disturbed – The Sound Of Silence (origineel van Simon & Garfunkel)
62. Wim Sonneveld – Het Dorp (origineel van Jean Ferrat)
77. Animals – The House Of The Rising Sun (traditional)
108. Ramses Shaffy – Laat Me (origineel van Serge Reggiani)

Tijdverschil

In een flink deel van de wereld is het al 2018 als de Top 2000 met de laatste uren van de uitzending bezig is. Dit betekent dat op het moment dat Whole Lotta Rosie, Highway To Hell en Thunderstruck van AC/DC worden gedraaid het in Australië, land van herkomst van de rockgroep, al 2018 is. Omdat alle andere artiesten in de bovenste regionen van de Top 2000 afkomstig zijn uit dezelfde tijdzone als Nederland, óf afkomstig zijn uit landen die na Nederland nog de jaarwisseling moeten vieren, kan niemand dat de Australische rockers nazeggen.

De Australiërs zijn trouwens niet de artiesten die van het verste moeten komen om in de Top 2000 op te treden. Twee Nieuw-Zeelandse acts, Split Enz en Lorde, moeten nog net wat langer vliegen. Maar die staan dan weer niet zo hoog dat ze hun hit in hun thuisland pas in 2018 in de Top 2000 op de radio kunnen horen.

Geboren zakker

De binnenkomst op plaats 23 van Nine Million Bicycles van Katie Melua in de editie van de Top 2000 van 2005 was indertijd een klein relletje: moeten zulke nieuwe liedjes wel in de Top 2000 worden opgenomen? De argumentatie van de Top 2000 was dat deze platen vanzelf wel hun plek vinden in de lijst. Maar Nine Million Bicycles van Katie Melua lijkt haar plek nog altijd niet gevonden te hebben: sinds 2005 is ze in alle latere edities verder weggezakt. Dit jaar staat de zangeres op plaats 845. Een dubieus record; geen enkele andere plaat is al zo lang onafgebroken aan het zakken in de Top 2000.

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , | 3 Comments

Volendam

Iets bestellen via internet doe ik zelden. Ja, met cd’s bestellen was ik er vroeg bij, omdat bol.com de enige winkel was die Nada Surfs High/Low op voorraad had, ergens begin deze eeuw. Met kleding bestellen ben ik altijd voorzichtiger geweest. Liever scan ik de webshop om vervolgens naar een fysieke winkel te gaan. Zo weet ik zeker dat ik de goede maat koop; ik zit standaard tussen medium en large, al neig ik de laatste tijd steeds vaker naar large (die krachttraining lijkt zowaar effect te hebben). Bijkomend voordeel: zo hou je het aantal fysieke winkels in de Nederlandse steden nog een beetje in stand.

Ik had een leuk T-shirt van G-Star gezien op de website. Je kunt een boom opzetten over waarom winkels in december T-shirts verkopen, maar de modewereld heeft begrippen als wintercollectie en zomercollectie al lang geleden overboord gegooid, daarnaast is het bij mij op het werk zo warm dat je ook ‘s winters gerust in T-shirt kan komen werken. En dus ging ik in de Eindhovense binnenstad op jacht naar dit T-shirt. Het bleek onvindbaar. Geeft niet, dacht ik, ik ging toch nog een dagje Sinterklaasshoppen met m’n moeder en jongste zus in Maastricht. Daar zouden ze het misschien wel hebben. En anders ging ik volgende maand nog een dagje naar Amsterdam, daar zouden ze het zeker wel hebben.

Maar ook in Maastricht hadden ze niet wat ik zocht.
‘Waarom bestel je het dan niet online?,’ vroeg mijn zus tijdens de lunch. Zij bestelt geregeld online, om die bestelling met evenveel gemak terug te sturen. Ik vind pakjes terugsturen gedoe. En gedoe dat gemeden kan worden, dient gemeden te worden.

Terug in Eindhoven checkte ik de webshop van G-Star. Het T-shirt hadden ze niet meer in m’n maat – large, zo had ik aan de hand van de maattabel op de website geconcludeerd. Net misgegrepen. Maar ik dacht ook dat het beter was de komende dagen de webshop in de gaten te houden: wie weet zou er nog een exemplaar in mijn maat worden teruggestuurd.

De week erna checkte ik braaf elke dag de webshop. Ik had geluk; op woensdag zag ik het T-shirt in mijn maat staan. Ik bestelde het snel en ik kon m’n geluk niet op toen ik zag dat het pakketje twee dagen later binnen zou komen. Mooi op tijd voor Pakjesavond.

De vrijdag voor Sinterklaas snelde ik naar de winkel om m’n pakje op te halen.
‘Wilt u het nog passen?,’ vroeg de verkoper.
‘Nee joh, dat geloof ik wel,’ antwoordde ik.
Ik fietste snel naar huis, legde het pakketje op het aanrecht en ging naar m’n ouders.

Later die avond maakte ik het pakje open. Vreemd. Door het vloeipapier waarin het T-shirt verpakt zat oogde het heel anders dan op de website. Voorzichtig maakte ik het open. Verrek. Dit was helemaal niet wat ik had besteld. Ik keek op de pakbon bij het T-shirt: ik bleek de bestelling van iemand uit Volendam te hebben gekregen, aan het op ‘2005’ eindigende e-mailadres te zien een jongen van een jaar of twaalf. Op het pakket stonden wél mijn naam en adres. Het enige dat correct was aan deze bestelling, was de maat.

De volgende dag ging ik terug naar de winkel en legde ik m’n probleem uit.
‘Oei, dat is wel heel slordig,’ vond de verkoper.
Tot zover was ik het met ‘m eens.
Hij dacht even na. Toen zei hij: ‘Mijn excuses. Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Het is heel vervelend, maar ik kan dit pakket niet terugnemen. Er zit een verkeerde pakbon bij.’
Dat vond ik vreemd. Als ik het pakketje af kon halen in de winkel, dan zouden ze het toch ook terug kunnen nemen? Toch, ik wilde niet de betweter uithangen; aan betweterige klanten had ik bij de BelastingTelefoon zelf ook altijd een bloedhekel.
‘U kunt het beste even de klantenservice bellen, dan helpen zij u verder,’ legde hij uit. ‘Ik zal u het telefoonnummer geven. Ze zijn vandaag tot 14.00 uur bereikbaar.’

Natuurlijk had ik daar ter plekke in de winkel de klantenservice moeten bellen maar, zoals gezegd, ik wilde niet de betweterige klant uithangen. Ik fietste braaf naar huis en belde met de klantenservice. Na een kwartier wachten kreeg ik een medewerker of nee, ‘customer advisor’, aan de lijn die ik m’n probleem uitlegde. Aan de andere kant van de lijn klonken de obligate excuses. Ze zocht m’n bestelling erbij.
‘We hebben u in elk geval wel de goede maat bezorgd,’ lachte ze.
‘Ja, dat klopte nog,’ antwoordde ik tandenknarsend.
‘Ze hebben de bestellingen verwisseld. Nu maar hopen dat die andere klant uw bestelling heeft,’ zei ze.
Dat hoopte ik ook. Ik zag sinterklaasjournaalachtige taferelen voor me waarbij in heel Nederland pakketjes verkeerd bezorgd waren.
‘Brengt u het pakketje terug naar de winkel, dan maak ik hier een notitie en krijgt u maandag bericht,’ zei de medewerker.
‘Maar de winkel wil het niet terugnemen,’ antwoordde ik verbaasd.
‘Nee hoor, dat moeten ze gewoon accepteren,’ verzekerde de medewerker.

De volgende dag ging ik terug naar de winkel. Ik vertelde de verkoopster over m’n probleem en zei er voor de zekerheid bij dat de klantenservice me telefonisch had verzekerd dat de winkel het pakketje móest accepteren. Ze accepteerde zonder morren m’n pakje en noteerde m’n gegevens.
‘We sturen u morgen nog een bericht,’ zei de dame.
‘Dat zeiden ze van de klantenservice ook al, maar het kan geen kwaad om twee keer gebeld te worden,’ antwoordde ik.

Maandag wachtte ik op een telefoontje, maar ik hoorde niks. Ik voelde de bui al hangen maar ach, ik wilde ze wat tijd gunnen. Misschien waren alle bestellingen inderdaad op z’n Sinterklaasjournaals verkeerd bezorgd – met alle gevolgen van dien.

Ook dinsdag hoorde ik niks.

Inmiddels had ik op Twitter m’n beklag gedaan. Nouja, een paar dagen daarvoor al, met de min of meer grappig bedoelde tweet: ‘ik doe niet aan naming and shaming, maar G-Star Raw, leg me eens uit hoe in een aan mij geadresseerd pakket een bestelling voor iemand aan de andere kant van het land kan zitten?’. Daarbij liet ik niet achterwege G-Star te mentionen, zodat ik zeker wist dat ze het zouden lezen. Als voormalig webcaremedewerker is niks leuker dan de webcare van bedrijven testen. Die van G-Star is euh… mwa. Goed, ik kreeg een reactie van een medewerker, maar pas toen ik had gedreigd meer stampij te schoppen op social media. Een medewerker, ongetwijfeld aan te spreken als ‘customer advisor’ en vermoedelijk werkend vanuit Amerika, want ik werd steevast in het Engels aangesproken, putte zich uit in excuses en vroeg wat er was gebeurd. Ik legde m’n verhaal uit, waarna het oorverdovend stil bleef. Ik begon een systeem te herkennen.

Op woensdag belde ik maar weer eens. Opnieuw hing ik een kwartier aan de telefoon. Opnieuw legde ik m’n verhaal uit aan de ‘customer advisor’ en opnieuw kreeg ik excuses aangeboden en werd me verzekerd dat ik nog die dag bericht zou krijgen. Inderdaad, die dag kreeg ik opnieuw geen bericht.

Vrijdag ging ik een dagje naar Amsterdam.
‘Wat ga je doen als je het T-shirt daar in een winkel tegenkomt?’, vroeg m’n moeder.
‘Geen idee,’ gaf ik toe. Enerzijds wilde ik nog steeds m’n bestelling hebben en dat zou het makkelijkst zijn als ik die zélf zou kopen in een (fysieke) winkel. Anderzijds wilde ik dat ze zelf hun rotzooi op zouden ruimen.
‘Ik zou het gewoon kopen,’ vond m’n moeder. ‘Dan stuur het pakketje maar terug als het binnenkomt.’
Nou, dacht ik, áls dat ooit nog binnenkomt.

In Amsterdam bleken ze het T-shirt ook niet te hebben. Op Twitter stelde ik inmiddels voor om een poll te organiseren: ‘Is Guido’s (correcte) bestelling voor of na Kerst in Eindhoven?’ De webcare van G-Star reageerde als door een wesp gestoken. Of ik m’n DM wilde checken. Daarin meldden ze dat mijn klacht twee dagen daarvoor was doorgegeven en dat ik bericht zou hebben gehad. Wilde ik m’n spamfolder niet checken? Ik checkte m’n mailbox (reken maar dat ik dat die week al heel zorgvuldig had gedaan), inclusief m’n spamfolder. Nee, ik had niks ontvangen. Ik twitterde dit naar de webcare en vroeg de mail dan opnieuw te versturen. Wederom bleef het stil. Voor de zekerheid logde ik in op m’n account van de webshop van G-Star. Ook daar stond geen bericht.

Maandag belde ik maar weer met de klantenservice. Weer kreeg ik iemand anders aan de lijn. De ‘customer advisor’ vroeg m’n bestelnummer en keek het na.
‘Meneer, u bent ons net voor. We wilden u vanmiddag een bericht sturen,’ zei hij.
‘Owja?,’ zei ik quasi verbaasd.
‘We hebben geprobeerd de bestelling te achterhalen, maar de persoon die uw pakketje heeft gehad reageert niet. Dus we gaan uw geld terugstorten,’ zei de man.
‘Mijn pakketje dus komt helemaal niet meer?,’ vroeg ik teleurgesteld.
‘Nee, helaas niet. Mijn excuses meneer. Maar bedankt voor het bellen met G-Star Customer Service.’

Customer Service m’n reet, dacht ik. Het is inmiddels maandagavond en ik heb nog steeds geen bericht gehad over de terug te ontvangen betaling. Intussen is er iemand in Volendam die m’n T-shirt heeft en weigert die te retourneren. Het enige wat ik wil, is m’n bestelling.

Nu heb ik z’n adresgegevens en weet dat ie amper twaalf jaar oud is. Goed, hij heeft dezelfde maat als ik en is dus groot voor z’n leeftijd, bovendien staat ie naar goed Volendams gebruik vermoedelijk stijf van de coke, maar die kan ik hebben. Zeker met die krachttraining van mij.

Vrijdag heb ik een dagje vrij. Wie gaat er mee?

Posted in Mode, Overig | Tagged , , , , , | 1 Comment

Het Mes

Een tijdje terug kwam het eens in mijn pubquizteam ter sprake: mijn overwinning van Met het Mes op Tafel in 2008. Ik mag door de jaren heen aan veel tv-quizzen mee hebben gedaan en ook al ben ik trots op mijn winst in de Nederlandse versie van Pointless in 2015, de hoogste jackpot ooit in die quiz, de winst van een slordige vijftienduizend euro in Met het Mes op Tafel zal altijd vol trots bovenaan mijn quizpalmares staan. De afleveringen staan zelfs nog online (hier en hier), want ik zocht ze op voor m’n teamgenoot die ze terug wilde kijken.

Toegegeven, vlak na uitzending heb ik de afleveringen wel eens teruggekeken, de eerste aflevering uitgezonderd. Die was slecht. Ik had vooraf een tactiek bedacht maar moest die nog finetunen. Dat bleek lastig, omdat mijn ene tegenstander de spelregels niet snapte en de andere tegenspeler alleen maar paste. Ik blufte vooral. En nadat de speler die niks van de regels begreep was afgevallen, begon m’n andere tegenstander ineens wél geld in te zetten. Tot op de dag van vandaag vermoed ik dat hij door z’n meegebrachte fans in het publiek is getipt dat ik aan het bluffen was. Ik won die aflevering nipt, met een eindbedrag van 880 euro. Ik heb het nooit uitgezocht, maar dat moet het laagste winnende bedrag ooit zijn geweest.

De andere afleveringen gingen beter maar wat ik bij het proefspelen (voordat de opnames starten speel je om elkaar te leren kennen een paar rondes) al snel merkte, was dat ik heel erg slecht in shoot-outs ben. Dat bracht me ertoe dat ik er álles aan moest doen om die te mijden. De ironie wil dat ik pas bij de allerlaatste vraag in de finale, toen het om de bonus van tienduizend euro ging, mijn eerste shoot-out in drie afleveringen kreeg. Die won ik. Niet omdat ik het antwoord wist, maar omdat mijn tegenstander gokte en het verkeerde antwoord gaf.

Komende week begint een nieuw seizoen Met het Mes op Tafel. En volgend jaar is het tien jaar geleden dat ik won. Een mooie gelegenheid om m’n tien toch al niet zo geheime tips online kan zetten. Ik doe toch nooit meer mee; ik kan best open kaart spelen.

1. Weet veel

Eigenlijk is dat de belangrijkste tip als je een quiz wilt winnen. In wezen is Met het Mes op Tafel niets anders dan pokeren met correcte antwoorden in plaats van kaarten. Dat betekent ook dat wie elke ronde drie of vier vragen weet, amper bluftips nodig heeft. Zo deed een paar seizoenen na mijn optreden een vriendin van me mee. En hoe ik ook m’n best deed haar bluftips bij te brengen, ze bracht er niks van terecht. Niet dat ze eronder leed want ook zij won het seizoen, al deed ze dat puur op kennis. Als ik haar eraan herinner dat haar spel niet om aan te zien was, wrijft ze me, Liberace citerend, fijntjes in: ‘I cried all the way to the bank.’ Fair enough.

2. Bereid je voor

Deelname aan tv-quizzen is voor sommige mensen net zoiets als penalty’s nemen: hoe kan je je daar nu op voorbereiden? Tot op zekere hoogte is dat niet zo gek moeilijk. Hoewel quizmakers denken erg origineel te zijn met vragen is er typische quiz fodder: vragen die je in elke quiz wel voorbij ziet komen. Kijk het nieuws van de laatste paar maanden terug en je komt al een aardig eind. Wie hebben dit jaar grote hits gescoord? Wie heeft de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen? Wat is de nieuwste rage onder de jeugd? Welke films draaiden in de bioscoop? Welke boeken verkochten het beste?

3. Weet waar je sterke kanten liggen

Met het Mes op Tafel heeft de hoofdpijncategorie Ambachten. Ik weet daar níks vanaf. Ook met een spoedcursus doe-het-zelf had ik die kennis niet bijgespijkerd gekregen. Het heeft dan weinig zin om je hierin te verdiepen. Waar ben ik wel in thuis? Geografie. Popmuziek. Beeldende kunst. Literatuur. En dus heb ik m’n kennis van die onderwerpen zoveel mogelijk opgefrist. Ik had het mezelf nooit vergeven als ik was gestruikeld over een geografievraag. En die Ambachten? Ik had alle vragen in die categorie fout.

4. Waag een gok

Sommige spelers die een antwoord niet weten, zetten snel een streep op hun scherm. Dat is niet slim. Beter is om vol overtuiging een antwoord op te schrijven. Misschien kijken je tegenspelers vanuit hun ooghoeken mee, denken ze dat je het antwoord weet en laten ze zich hierdoor wegbluffen. En als je toch iets moet opschrijven, kan je beter een goede gok wagen. Toen ik meespeelde, kreeg ik in de halve finale de vraag wat een andere naam voor de iep is. Ik wist (en weet) bijna niks van bomen en schreef wilg op. Toen realiseerde ik me dat dat antwoord sowieso fout was, en dat ik beter de naam van een andere boom kon opschrijven die goed zou kúnnen zijn. Ik wiste wilg en schreef olm op wat, tot mijn eigen verbazing, goed was.

5. Bluf met overtuiging

Maar heej, zelfs ik weet niet alles. En dan moet je overstappen op Plan B. Toen ik meedeed speelden de meeste deelnemers nogal braaf: veel geld inzetten als ze veel antwoorden goed hadden, weinig geld inzetten als ze weinig antwoorden goed hadden. Een domme tactiek. Je kunt het beter omdraaien: zet veel geld in als je weinig antwoorden goed hebt (zodat je je tegenstanders wegbluft), zet weinig geld in als je veel antwoorden goed hebt (zodat je je tegenstanders meelokt).

Je kunt ook nog proberen daarbij wat toneel te spelen. Ik deed een poging door als ik m’n tegenspelers mee wilde lokken wat weifelend over te komen en als ik ze weg wilde bluffen vol overtuiging vijftig euro neer te leggen. Of m’n acteertalent Oscarwaardig was betwijfel ik. Maar het werkte wel.

6. Win twee van de eerste drie rondes

Ik schreef het al: voordat een aflevering wordt opgenomen, speel je altijd een proefpotje. Wat me bij de drie afleveringen die ik speelde telkens opviel, was dat mijn tegenstanders tijdens dit proefpotje het geld over de balk smeten, maar zo gauw de televisiecamera’s aan gingen, ze niks meer durfden. Wat me ertoe bracht om direct in de eerste ronde hoge bedragen in te zetten; m’n tegenspelers durfden hierin niet mee te gaan. Daardoor had ik meteen een voorsprong die ik kon vergroten door de tweede of derde ronde te winnen.

Dit klinkt makkelijker dan het in de praktijk zal zijn. Wat me de laatste seizoenen opvalt, is dat de vragen in de eerste ronde vrij makkelijk zijn. Ik denk met opzet, zodat spelers meteen veel geld inzetten.

7. Pas als je na de derde ronde bovenaan staat…

De truc is om na drie rondes zoveel geld te hebben dat je je discreet kunt terugtrekken als je bij de vierde ronde bent aanbeland. Zoals ik lichtelijk blasé in de halve finale zei: ‘ik laat mijn tegenstanders het uitvechten.’ Het rekensommetje is simpel: je staat zelf bovenaan en maar één van je tegenspelers kan het ingezette geld van ronde 4 winnen. Ze kunnen dus nooit allebei over je heen gaan. Zelf heb ik altijd strikt vastgehouden aan die regel en ik kreeg daar na de uitzending vragen over. Zo had ik in de finale met drie correcte antwoorden gepast. Een beetje zonde, maar ik heb geen moment spijt gehad van die keuze.

Er zit een nadeel aan deze tactiek. Je tegenspelers zullen noodgedwongen tegen elkaar gaan opbieden, waardoor de speler die met je doorgaat naar de laatste drie rondes een flinke smak geld wint en over het bedrag op jouw teller heengaat.

8. …Of pas als je meer dan 750 euro op de teller hebt staan

Je hoeft niet eens na drie rondes bovenaan te staan om je plek in de laatste drie rondes veilig te stellen. Het enige dat je moet doen is een simpel rekensommetje maken. Iedere speler begint aan Met het Mes op Tafel met 750 euro op de teller. Dat betekent dat in de eerste drie rondes 2250 euro in het spel is. Sta je, nadat je geld hebt ingezet in ronde 4, nog steeds boven de 750 euro, dan weet je altijd dat je veilig zit.

Als je echt lijp bent, ga je in ronde 4 net zo lang mee en sponsor je de tegenstander die je minder goed acht net zolang totdat die boven je andere tegenspeler staat. Dan pas je, waardoor de speler die je hoger inschat uit het spel ligt. Maar dit vergt goed rekenwerk: voor je het weet valt niet de tegenstander af die je wilde wegspelen, maar ben je zelf de pineut. Ik heb me er zelf in elk geval niet aan durven wagen.

9. Je hóeft in de laatste ronde geen vraag te vervangen

De presentator zegt het bij elke aflevering: ‘u mag een vraag vervangen in dezelfde categorie, maar dat hoeft niet.’ Ik denk dat veel deelnemers toch nog denken dat het vervangen van een vraag min of meer moet. Ik heb in de drie afleveringen die ik speelde één keer voor de keuze gestaan een vraag te vervangen. Ik heb er toen voor gekozen dat niet te doen, omdat ik zeker wist dat ik alle vragen goed had. En ook al vond ik de aardrijkskundevraag (in welke Amerikaanse staat ligt San Francisco?) beledigend makkelijk en wilde ik liever winnen op een spannendere aardrijkskundevraag, ik heb de verleiding toch weerstaan om net díe vraag te vervangen.

10. Heb mazzel

Je kunt nog zoveel weten, bluffen en berekenen, uiteindelijk moet je ook gewoon mazzel hebben. Als na vier rondes in de halve finale niet de door mij als beste ingeschatte speler was uitgeschakeld, was die aflevering misschien heel anders afgelopen. En als mijn tegenstander in de laatste ronde van de finale niet zo stom was geweest om bij die ene shoot-out te drukken en een verkeerd antwoord te geven, was het op een tweede shoot-out uitgekomen die hij misschien wél had geweten.

Nadat de drie afleveringen waar ik aan mee had gedaan waren uitgezonden, kreeg ik een mailtje van een oud-docent: ‘je weet veel, je kunt goed bluffen en vooruit, je hebt ook een beetje geluk gehad.’ Zonder geluk vaart niemand wel.

Posted in Media, Quizzen | Tagged , , , , , , | 2 Comments

Buurkater Max

Max in betere tijden.

Buurkater Max is dood.

Ik zeg buurkater Max, al woonde Max tot z’n overlijden niet bij m’n huidige buren. Maar omdat ik lang thuis ben blijven wonen en Max nogal oud is geworden, bovendien kom ik nog regelmatig bij m’n ouders, beschouwde ik Max nog steeds als de buurkater.

Niet dat het overlijden Max ontijdig was. Vroeger, toen ik nog thuis woonde, paste ik als de buren op vakantie waren, samen met m’n ouders op Max. Ik probeerde ‘m dan wel es op te pakken, maar dat was door het nogal ruim zittende vetschort erg lastig; als je een poging deed blubberde hij onder je handen vandaan. Max was een goedmoedige loebas met een maatje meer (behept met een ontzettend zacht en lief miauwtje, wat onbedoeld een komisch effect gaf); hij deed z’n naam eer aan. Z’n nestje stond in een achterstandsbuurt, zo’n deel van Tongelre waar het dagelijks dieet bestaat uit friet, diepvriespizza en afhaalchinees. Bij de buren was hij in de zevende hemel beland. Naast obees was hij ook nog zwakbegaafd én homo. Volgens de buren. Dus driedubbel gehandicapt zeg maar.

Dat hij homo was, kan ik beamen.

Als de buren op vakantie waren, bleef ik ‘s avonds nadat ik Max eten had gegeven, vaak wat hangen. Dan ging ik languit in een zitzak voor de tv liggen. Met een fles cola en een zak chips binnen handbereik had ik zo een prima avond. Dat vonden de buren geen probleem; zo maakte het huis een bewoonde indruk. Tijdens zo’n avond kwam Max een keertje bij me op schoot liggen. Eerst trippelde ie veel te lang met z’n pootjes in m’n kruis (daar had onze eigen kat Saartje ook een handje van) maar uiteindelijk vleide hij zich lang uitgerekt neer: z’n achterpoten haalden met gemak m’n knieën, één van z’n voorpootjes raakte m’n lippen. Hij keek me verliefd aan en leek te kwijlen.
‘Ow Max jongen,’ zei ik, ‘dit wordt wel heel intiem.’

Dat hij zwakbegaafd was, kan ook kloppen.

Onze kat Saartje was een schat van een beest. Slim ook, zo wist ze zelf deuren open te maken (dicht helaas niet). Ze was every inch a lady, maar wel met de miauw van een ordinaire del. En als een andere kat ook maar in de buurt van onze achtertuin durfde te komen, veranderde ze in het grootst denkbare kreng. Gevolg was dat andere katten uit de buurt niet binnen een straal van vijftig meter van ons huis kwamen. Behalve Max. Hoe hard Saartje ook blies, gromde en boos keek, Max bleef haar niet begrijpend aankijken en leek te willen zeggen: ‘vind je me dan niet lief?’ De boodschap kwam simpelweg niet bij ‘m binnen.

Een jaar of negen geleden kregen de buren een kindje. Katten zitten meestal niet te wachten op gezinsuitbreiding en Max leek me geen uitzondering.
‘Op de dag dat de kleine wordt geboren, staat Max met z’n koffertje bij ons op de stoep,’ voorspelde ik.
Omdat Saartje al een paar jaar dood was, kwam Max nu regelmatig in de tuin. Binnen kwam hij nooit, maar op de ochtend na de geboorte van m’n buurmeisje kwam hij binnen gesjokt, zocht een stoel uit in de keuken en ging liggen alsof hij wilde zeggen: ‘dit keer zijn ze echt te ver gegaan. Ik ga niet meer terug.’
Pas tegen het einde van avond hebben we ‘m met voorzichtige dwang naar huis gestuurd.

De laatste jaren was ik Max uit het oog verloren. Al hoorde ik via m’n ouders wel hoe het met Max was. Niet zo goed. Het heilig vuur, voor zover dat er al ooit in had gezeten, was er wel uit. In de achtertuin van m’n ouders kwam hij toen allang niet meer. Dat had een reden. Vanwege z’n obesitas kon hij alleen op het muurtje klimmen door een tussenstapje te maken op de groenbak, die de buren strategisch in hun achtertuin hadden geplaatst. Tijdens een wandeltocht door de buurt was hij in de tuin bij buren verderop in de straat beland maar kon hij, bij gebrek aan groenbak, niet meer op het muurtje komen. De buurman moest Max een kontje komen geven. Dat was voor hem de druppel. De groenbak kreeg een andere plek, Max sjokte voortaan alleen nog de trap op en af en hing rond in de achtertuin.

Een paar maanden terug moesten m’n ouders weer op Max passen.
‘Hoe is het eigenlijk met hem?,’ vroeg ik aan m’n moeder.
‘Nou, het is niet zoveel meer,’ zei ze.
‘Dat is het al jaren niet meer,’ grapte ik. ‘Maar dan ga ik ‘m wel een keertje eten geven. Misschien is het wel de laatste keer.’

Het was inderdaad niet veel meer. Hij had geen overgewicht meer (Max kreeg al jaren dieetvoeding), maar goed lopen deed ie evenmin. Hij waggelde een beetje en miauwde nog zachter dan ie altijd al deed. Dit was niet de grote Max van weleer die ik kende, die op de binnenplaats op z’n rug begon te kroelen zo gauw ik in de buurt kwam. Dit was Omroep Max. Alleen de rollator ontbrak.

Het was de laatste keer dat ik Max zag. Afgelopen week is hij naar de eeuwige jachtvelden vertrokken. Dat zal daar nog wat spektakel geven als hij bij de hemelpoort Saartje tegenkomt (die loopt daar al een slordige twaalf jaar rond).

Maar wie weet loopt Max nog een knappe kater tegen het lijf. Jachtinstinct heeft er bij Max nooit in gezeten, dus ik hoop dat de muisjes in de kattenhemel niet te hard lopen.

Posted in Eindhoven, Overig | Tagged , | Comments Off on Buurkater Max

Ybeltje

Bij alle ophef rond het boek van Ybeltje Berckmoes over de VVD moet ik hardop lachen. Iedereen die ook maar een dag in de Tweede Kamer heeft rondgelopen (lees: ik) weet hoe het er daar aan toe gaat en kan haar verhaal beamen. Ja, het is de afdeling voorlichting die de dienst uitmaakt in de Tweede Kamer.

Ik moest denken aan m’n stage bij Radio 1, eind 2004. Het programma waar ik stage liep, 1 op de Middag, had een vaste rubriek rond 14.50 en 15.50 uur. Dit was een luchtig item, live gebracht door een redacteur op locatie. Zo was het onderwerp een keer carbidschieten (ik weet me dit item alleen nog te herinneren omdat we de halve redactievergadering hebben besteed aan de vraag hoe je carbid uitspreekt: als karbit of karbiet).

Vanwege de Algemene Beschouwingen was besloten dit keer het karretje, zoals de rubriek op de redactie werd genoemd, vanuit de Tweede Kamer te laten komen. Aan mij de taak om een leuk onderwerp voor de redacteur te produceren.

De vraag was alleen: waar ga je het over houden? Alle politieke onderwerpen waren uitgekauwd, bovendien moest het luchtig zijn. Ik speurde de dag voor uitzending de site van de Tweede Kamer af en stuitte op het begrip anciënniteit: het aantal dagen dat iemand in het parlement zit. Doordat er nogal wat verloop is onder Tweede Kamerleden kan het gebeuren dat halverwege een regeerperiode er ineens wat nieuwe gezichten aan het front verschijnen die de Algemene Beschouwingen voor de eerste keer meemaken. Die zouden zeker een frisse blik kunnen werpen op dit Haagse ritueel.

Dat klopte en ik vond al snel de namen van drie politieke groentjes: Corien Jonker (CDA), Jelleke Veenendaal (VVD) en Fatma Koser Kaya (D66). Leuk detail: de toen nog onbekende Veenendaal zou zich niet lang daarna bij de partijleiding van de VVD onmogelijk maken door in de lijsttrekkersverkiezing van de VVD de strijd aan te binden met Mark Rutte, wat niet de bedoeling was geweest.

Die donderdag vertrok ik naar Den Haag. Ik had de dag ervoor al wat fracties gebeld, deze morgen zou ik de rest van de contacten leggen. Bij de persafdeling haalde ik m’n dagpas op, die ik duidelijk zichtbaar moest dragen. Praktisch probleem: het ding was zo gemaakt om aan de borstzak van een overhemd of een jasje te dragen. Ik was (en ben) Mr. T-shirt, dus ik liep wat onbeholpen met die badge in m’n hand. Ach, dacht ik, er kraait geen haan naar dat ik niet overduidelijk zichtbaar met die badge door de wandelgangen loop.

Ik was nog geen kwartier binnen toen het me opviel dat een strak in het pak geklede man achter me aan liep. Wat niet hielp, was dat ik opzichtig aan het zoeken was naar de fractiekamer van het CDA. Als politieke junk voelde ik me als een vis in het water, maar als het om de weg vinden in de wandelgangen ging was ik een groentje.
‘Meneer, mag ik uw perspas zien?,’ vroeg de beveiliger.
Ik liet de pas zien en legde omslachtig uit dat ik de weg zocht en dat ik hoopte dat m’n gestuntel niet voor al te veel commotie bij de beveiliging had gezorgd. Trouwens, nu ik hem toch zag, kon hij mij de weg wijzen naar de fractiekamer van het CDA?

Ik legde mijn voorstel bij het CDA voor. Die vonden het prima, al wilde de voorlichter wel zeker weten dat er geen politieke vragen werden gesteld. Nee hoor, verzekerde ik hem, het is puur een luchtig item als afsluiting van het uur.
‘Dan zie ik u rond kwart voor vier bij de patatbalie,’ zei de voorlichter.
Ik liep opgetogen weg, op zoek naar de andere fractiekamers. Wacht eens even, dacht ik, wat is de patatbalie? Ik liep terug en vroeg besmuikt wat de man precies bedoelde.
‘De patatbalie? Kent u dat niet? De balie buiten de plenaire vergaderzaal. Waar de bodes zitten,’ zei hij.
‘O ja,’ zei ik. ‘Natuurlijk.’

Deze gang van zaken herhaalde zich bij de fracties van de VVD en D66 (al viel het woord patatbalie niet meer). Ook zij vonden een interview geen probleem, mits er niks politiek-inhoudelijks aan de nieuwelingen werd gevraagd.

En dus stond ik rond 15.40 uur met de verslaggeefster te wachten. Bij de patatbalie. En één voor één kwamen de Tweede Kamerleden tevoorschijn. Allemaal hadden ze iemand bij zich: hun eigen voorlichter. Terwijl m’n collega een luchtig gesprek hield met de nog verse volksvertegenwoordigers, hielden de voorlichters met de handen over elkaar strak in de gaten of de journalist én het Tweede Kamerlid zich wel gedroegen. Ik vond het absurd, maar omdat het interview live op de radio was, kon ik er moeilijk iets van zeggen.

Vijf minuten vlogen voorbij en m’n dag werk in de Tweede Kamer zat erop. Ik belde met m’n stagebegeleider om te vragen hoe hij het vond klinken. Hij vond het een leuk item. Ik vertelde over het bizarre interview en dat alle geïnterviewde politici onder curatele stonden bij voorlichters.

‘Dat had je op de radio moeten zeggen,’ zei mijn stagebegeleider lachend.
Ja, dacht ik, eigenlijk wel.

Posted in Media, Politiek | Tagged , , , , , , | Comments Off on Ybeltje