Labyrint

Ik was een paar dagen in Londen. Eerlijk gezegd wist ik niet waarom ik per se een stedentrip naar Londen wilde maken. Of nouja, eigenlijk wel. Het verlangen stamde van eind februari. Terwijl Nederland heel langzaam alle coronamaatregelen ophief (weet u het nog? De vergislockdown van december en januari?), was in Engeland alles weer terug bij het Oude Normaal. Het voelde als een andere wereld en ik wilde weg uit de hysterie. Toch wachtte ik uiteindelijk nog een paar maanden; je wilt ook een beetje mooi weer hebben.

M’n laatste bezoek aan Londen was inmiddels negen jaar geleden, dus het was tijd voor een hernieuwde kennismaking. Daarvoor kwam ik er een tijdje elk jaar. Boeken en cd’s kopen, foto’s maken, musea bezoeken (The Wallace Collection bijvoorbeeld, te onbekend).

De stad deed verrassend vertrouwd aan: het is er nog steeds druk, chaotisch, ongeorganiseerd en vooral duur. Londen is belachelijk duur. Dat was altijd al zo, maar nu prijst de stad zichzelf helemaal de markt uit. De metro stinkt als vanouds en overal hangen bordjes: don’t do this, don’t do that. Het meest komisch zijn de bordjes die naar corona verwijzen: nee, u hoeft geen mondkapje meer te dragen, maar denk aan andere reizigers die het prettiger vinden als u er wél één draagt, én – whiplash! – wilt u niet oordelen over reizigers die géén mondkapje dragen want daar hebben ze misschien wel een heel goede reden voor. Ze hangen er uit naam van de ‘Mayor of London’ en ik heb tijdens m’n verblijf best een hekel aan die man gekregen.

En toch, die metro blijft fascinerend. De keurige damesstem die ‘mind the gap’ omroept. De namen van de metrolijnen: Piccadilly, Hammersmith & City, Jubilee, Northern (triviafeitje: Morden, het meest zuidelijk gelegen station van de London Underground, ligt grappig genoeg aan de Northern Line). De namen van de metrostations: Mornington Crescent (tevens de naam van een radiospelletje op de BBC), Burnt Oak, Elephant and Castle; ik wil nog altijd een keertje naar Cockfosters, alleen al vanwege de naam. En natuurlijk de plattegrond, wellicht de bekendste kaart van een metronetwerk ter wereld.

Sinds 2014 heeft de metro er een attractie bij. Vanwege het 150-jarig bestaan, het oudste deel van de Londense Underground werd in 1863 geopend en liep van Paddington naar Farringdon Street, maakte Mark Wallinger een uniek kunstwerk. Of beter: hij maakte 270 unieke kunstwerken. Voor elk metrostation (stations van de Docklands Light Railway mochten niet meedoen) ontwierp hij een labyrint, geïnspireerd op de buurt waar het station is gevestigd. (Er is een verschil tussen een labyrint en een doolhof; een labyrint heeft maar één route, een doolhof heeft verschillende doodlopende paden.)

Die labyrinten hebben verschillende betekenissen. Ze zijn een verwijzing naar het doolhof van metrogangen dat onder de Engelse hoofdstad kronkelt, of metrostations, dat op zichzelf kleine labyrinten zijn, maar waar je altijd de uitgang vindt. Daarnaast verwijzen ze naar Ulysses van James Joyce, een roman die vaker als inspiratiebron heeft gediend voor Wallinger en waarin hoofdpersoon Leopold Bloom een dag door Dublin reist, zoals elke dag duizenden mensen met het openbaar vervoer door de Engelse hoofdstad reizen. Je kunt denken aan Daedalus, die uit het labyrint van de minotaurus probeert te ontsnappen. Misschien wel de duidelijkste verwijzing is die naar het labyrint in de kerk. Het volgen van een labyrint, bijvoorbeeld op de vloer van de kathedraal van Chartres, is een vorm van meditatie en bezinning.

De labyrinten zijn in elf verschillende stijlen, of design families, ontworpen, met namen als Square, Woodcut, Chamfered, Native American en Medieval (de laatste is overduidelijk geïnspireerd op het labyrint uit Chartres). Woodcut is m’n favoriet, van Native American ga ik scheel kijken. Het is leuk om de Easter eggs te spotten. De labyrinten van Camden Town en Aldgate East hebben beiden een funky ontwerp, en dat van Bank lijkt in het centrum een soort kluis te hebben. Een ander labyrint lijkt op een stel hersenen, wat misschien een knipoog is naar het ziekenhuis dat er in de buurt zit. De labyrinten van Kingsbury en Queensbury zijn duidelijk broer en zus van elkaar en het kan niet anders of die afgesloten ruimte in het labyrint van Kennington is een verwijzing naar de loop, een stuk metrolijn waar de trein inrijdt om te kunnen keren; niet toegankelijk voor reizigers.

Ik had me niet voorgenomen om elk labyrint dat ik zou tegenkomen te fotograferen, maar toen ik uitstapte op station Marble Arch liep ik er per toeval tegenaan. De rest van m’n verblijf maakte ik er een sport van het labyrint te spotten en er een foto van te maken (daarin ben ik niet de enige). Het is best lastig, want deel van het spel is dat in elk station slechts één exemplaar hangt, waarbij grote stations soms wel vijf of zes ingangen hebben. Een speurtocht in een speurtocht: het past allemaal in het spel dat Wallinger met de reiziger speelt.

Maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt, dus ik bestelde het boek dat in 2014 tegelijk met de onthulling van de 270 kunstwerken was verschenen: Labyrint: A Journey Through London’s Underground by Mark Wallinger. Het is een fantastisch koffietafelboek, met op de omslag het labyrint van Chigwell (uit de design family Medieval), de buurt waar de kunstenaar opgroeide. Elk metrostation staat erin beschreven, met een afbeelding van het labyrint in het station. In de tekst staat niet uitgelegd waarom Wallinger een bepaalde ontwerpkeuze heeft gemaakt. Eerst was ik teleurgesteld, maar eigenlijk maakt het niet veel uit. Je kunt er zo op los fantaseren waarom het ene labyrint heel uitgebreid is, en het andere een stuk kleiner. Heeft het te maken met de bevolkingsdichtheid in de buurt? Met het aantal metro-ingangen? Of het aantal reizigers?

Elk labyrint is genummerd, en aanvankelijk kon ik geen lijn vinden in die nummering. Maar die vraag wordt beantwoord in het boek: de nummering volgt de snelste route door de Londense metro, zoals vermeld in het Guinness Book of Records:

‘The numbering of the artworks refers to the order of stations visited by Andi James, Martin Haze land Steve Wilson on 14 December 2009. They completed the challenge in a record-breaking 16 hours, 44 minutes and 16 seconds, setting out from Chesham at 6:20 am, and finishing at Heathrow Terminal 5 at 11:04 pm.’

Wallinger wilde ‘something slightly nerdy or cult-y’ introduceren. Dat is gelukt, al is het record waarop hij de volgorde heeft gebaseerd in 2013 scherper gesteld. Maar toen was de kunstenaar al aan z’n huzarenstukje begonnen.

Posted in Kunst, Reizen | Tagged , , , , | Comments Off on Labyrint

Meivakantie

De Meivakantie zit erop. Gelukkig. De twee weken voelden als een eeuwigheid. Het was mooi weer, dus het veldje voor m’n huis was elke dag van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat vrijwel constant bezet. Daardoor kon ik hooguit tussendoor een half uurtje skateboarden voordat er weer kinderen op het veldje stonden die wilden voetballen.

Belangrijker nog, ik heb zo’n dertig keer de bal uit het net boven het veldje kunnen peuteren. Op het dieptepunt drie keer in vijf minuten tijd. Ik verzucht daarom wel eens dat de gemeente het net er beter af kan halen. Aan de andere kant vind ik het niet zo erg. Het lospeuteren van de bal maakt me geliefd in de buurt en die kinderen zijn heel netjes. Ze zeggen zelfs meneer en u tegen me.

Dat losmaken gaat elke keer volgens een vast stramien: één van de kinderen kijkt vertwijfeld naar m’n huis, steekt de weg over en kijkt dan naar binnen of ik thuis ben. Soms bellen ze meteen aan. Ik taxeer dan of ik alleen de bezem nodig heb, of dat ik ook het IKEA-krukje mee moet slepen. Of, in voorkomende gevallen, als de bal óp het net ligt, geen van beiden, en dan moeten ze maar even een voetbal van mij lenen en de bal van het net af trappen (hoe de bal óp het net terecht is gekomen: ik heb geen idee).

In eerste instantie deden slechts een paar jongetjes uit de buurt dit, maar de laatste tijd zijn het ook mij volstrekt onbekende kinderen die aanbellen, dus ze vertellen elkaar ook: ‘Heej, als de bal vastzit, moet je bij nr. 92 zijn.’ (Of ze noemen me ‘het huis met de olifantjes’, dat lijkt me leuker.)

Zaterdagmiddag was het weer raak. Dit keer lag de bal op het net.
‘Die krijg ik er niet af met m’n bezem. Probeer ‘m er maar af te schieten met de bal,’ zei ik en ik reikte het jongetje m’n voetbal aan; hij heeft ongetwijfeld een betere traptechniek dan ik. Maar die bal is best slap. Hij ligt er vooral voor als m’n nichtjes en neefje op bezoek komen. Dat is zelden, dus die bal wordt niet veel gebruikt. Dat de bal slap was, merkte ook één van de kinderen op, dus ik haalde de pomp. Nu ik toch bezig was, pompte ik meteen de basketbal die erbij ligt op.

De bal was snel van het net geschopt, maar nu wilden ze met míjn basketbal en voetbal spelen. Ik vond het geen probleem, als ze die maar netjes terug zouden brengen.

Een kwartier later stonden ze aan de deur. Een van de kinderen merkte op: ‘Waarom heeft u een basketbal en een voetbal?’
‘Omdat ik wel eens basketbal en voetbal,’ antwoordde ik. Domme vraag, dom antwoord.
‘Ook al?,’ zei ie stomverbaasd.
Ik antwoordde bevestigend.
‘Ik heb u een keer zien skateboarden met een koptelefoon op. U deed toen een flip met uw skateboard,’ zei hij. Het klonk alsof hij er zeer van onder de indruk was.
‘Ja, dat kan kloppen,’ zei ik droogjes.

Ik heb nog nooit een flip gemaakt met m’n board. Maar ik maak ‘m niet wijzer dan ie is.

Posted in Eindhoven | Tagged , , | Comments Off on Meivakantie

Minifestival

Voor The War On Drugs, want foto’s maken tijdens concerten is lame.

‘Je eigen minifestival,’ noemde een collega het.
Ik kon ‘m geen ongelijk geven. Door een samenloop van omstandigheden had ik op 22, 23 en 25 april concerten gepland staan. Op 24 april was ik jarig. Bovendien vonden alle concerten plaats in Amsterdam, dus aanvankelijk wilde ik een hotelletje boeken van 22 op 23 april, maar de hotelprijzen in de hoofdstad zijn zo bizar hoog dat treinen goedkoper is.

Het werd dus een minifestival met veel treinreizen tussendoor. Beginnende met The War On Drugs, de groep die me sinds hun doorbraakalbum Lost In The Dream uit 2014 zo dierbaar is. Omdat het dat album was dat me door een moeilijke periode sleepte, en omdat opvolger A Deeper Understanding me eveneens bij de kladden wist te grijpen. Het nieuwste album I Don’t Live Here Anymore vind ik niet geslaagd, maar ik ben een trouwe fan; ik laat The War On Drugs niet na één mindere plaat vallen.

Het optreden was fantastisch. Een uitverkochte Ziggo Dome, de grootste show ooit voor ‘eigen’ publiek voor de band rond zanger Adam Granduciel. Ik keek voor het concert naar het publiek om me heen. Met wat goede wil vond ik wat hipsters van in de dertig: truckerscap, baard, pilsje in de hand. Voor de rest zag ik veel bierbuiken in te strakke t-shirts. Vijftigplussers, soms vergezeld door een zoon of dochter, meestal niet. Ai. Ik zag m’n voorland weer, wat van Johan, het laatste concert dat ik zag voordat de coronashit losbarstte, zo’n deprimerende ervaring had gemaakt.

Toch was het fijn bij The War On Drugs. Ondanks alle bierbuiken, die het nodig vonden om tijdens het concert constant met elkaar te leuteren. Natuurlijk kwamen veel songs van dat laatste album voorbij, maar daar stonden onverwoestbare klassiekers als Red Eyes, An Ocean In Between The Waves, Pain, Strangest Thing en Under The Pressure tegenover. Zanger Granduciel is niet heel spraakzaam, maar toonde zich keer op keer onder de indruk van de uitverkochte zaal. Hij mijmerde over z’n eerste optreden in Nederland, voor veertig man in Paradiso. Deze avond speelde hij voor zestienduizend man. Er is een voor en een na Lost In The Dream.

Het contrast met The Beths, een dag later, kon niet groter zijn. In Paradiso Tolhuistuin speelde het Nieuw-Zeelandse kwartet voor een paar honderd man, de helft import-Kiwi. Ook dat was fijn, omdat het leuk is om de band überhaupt te kunnen zien. Een tournee die tot twee keer toe was uitgesteld, en ook deze tour was gedoemd: eerst was een crewlid ziek geworden waardoor een drietal Engelse shows verviel en achter de laatste shows van de huidige tour werd geplakt, daarna viel het voorprogramma uit omdat hun bestelbusje stuk was. Een paar dagen na het optreden in Amsterdam las ik op hun Instagram dat de tweede gitarist corona had opgelopen, en dat ze die laatste inhaalshows in Engeland dan maar noodgedwongen met z’n drieën speelden: ‘It will be interesting’.

Arme Beths. Het was zo leuk ze te zien, en om die aanstekelijke rockliedjes (Great No One, Whatever, I’m Not Getting Excited, Future Me Hates Me, Out of Sight) live te horen. Misschien wel het leukste aan The Beths is dat er absoluut geen A&R manager en stylist naar de band heeft gekeken. Zangeres Liz Stokes kletst tussen de liedjes door over vogels, de gitarist is een lange slungel met een wijkende haarlijn, de met een snor getooide bassist draagt rain or shine een te korte korte broek en de drummer is een klein opdondertje. Dat maakt ze enorm sympathiek, en graag had ik na afloop hun live-lp gekocht die ze hadden opgenomen in de Town Hall in Auckland. Een live show uit 2020: een uniek document, want dat kon in dat jaar gewoon in Nieuw-Zeeland. Die lp was uitverkocht (ook dat nog), dus onderweg naar huis bestelde ik ‘m online.

Maandagavond sloot ik m’n minifestival af met Inhaler, in een uitverkocht Paradiso. Oftewel: de band van de zoon van Bono. Vier geprivilegieerde jongetjes die elkaar kennen van een sjieke privéschool. Dat is niet aardig, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik lange tijd niet eens wist dat zanger Elijah Hewson de zoon van is. Ik vind de singles My Honest Face en It Won’t Always Be Like This gewoon heel fijn. Hun debuutplaat is ook prima. Kan de band toch ook niks aan doen dat ze op hun eerste serieuze tour meteen voor uitverkochte zalen staan, met een mix van jonge meisjes en oudere U2-fans als publiek?

Maar Inhaler is live een leuke band. Hewson klinkt niet alleen als z’n vader, hij lijkt er ook op. En dan heeft hij ook nog dezelfde podiumpersoonlijkheid. Bij iedere song doet de band iets aardigs om de aandacht van het publiek erbij te houden. Even het licht van de zaal uit doen om stiekem een plectrum cadeau te doen aan een leuk meisje vooraan bij het podium, of die oranje sombrero opzetten die ‘m uit het publiek wordt aangereikt. Twaalf songs (de tien tracks van het debuut, plus twee losse singles) in een uur tijd en toen was de koek op; om 21.30 uur stond ik weer buiten. Nog voor twaalven was ik thuis. Dat is ook wel eens fijn.

Het was een mooi minifestival, perfect om de gedachten aan weer een verjaardag te verzetten. Al heb ik wel een licht verkoudheidje opgelopen. Ik ben geen 40 meer. Gelukkig heb ik de lp van The Beths inmiddels binnen. Even een paar dagen rustig aan doen, dan ben ik op tijd fit voor het toetje: Sam Fender. Op 5 mei, weer in Amsterdam.

Posted in Muziek | Tagged , , , | 1 Comment

Tien lp’s

Sinds een jaar of vijftien verzamel ik lp’s. De oude platenspeler van m’n ouders stond op de zolder onder te stoffen, en dat vond ik zonde. Een paar vrienden draaiden al vinyl – wat toen nog geen hype was – en ik werd door ze aangestoken. Mooi, dat grote artwork. En, zoals één van m’n vrienden me toevertrouwde, bij een lp ga je er écht voor zitten. Dat laatste klopt. Je moet toch opletten om zo’n plaat na een kwartier of twintig minuten om te draaien.

De laatste jaren heb ik ontdekt dat er weinig gaat boven laat op de avond een plaatje draaien. Rond een uur of tien gaat de tv echt uit (als ie überhaupt al aan is geweest) en zoek ik een mooi album uit om de dag mee af te sluiten. Iets korts van een half uurtje, of een dubbel-lp waarmee ik tot half twaalf zoet ben. M’n verzameling bestaat uit een paar honderd lp’s: de meeste staan in een op maat gemaakte kast in de huiskamer, wat ik minder draai verblijft op de logeerkamer. Ik doe nooit iets weg. Muziek betekent veel voor me, en lp’s gaan verzameld met een persoonlijk verhaal.

Je kunt behoorlijk verdienen aan vinyl; mits je er op tijd bij bent. Wat dat betreft is het niks anders dan met bitcoin. Er zijn zelfs mensen die vinyl kopen als investering. Dat soort mensen zijn heel eng. Via-via ken ik zo iemand. Hij koopt elke Record Store Day van elke exclusieve release twee exemplaren: eentje om te draaien, de andere verdwijnt, nog in het plastic, in de kast. Over tien jaar is ie het veelvoudige waard. Of niet eens tien jaar later, want veel Record Store Day releases staan dezelfde dag nog op eBay of Discogs om voor exorbitante bedragen doorverkocht te worden.

Zelf ben ik een onhandige sloeber. Ik koop vinyl om te draaien. Een ouderwets idee, maar nog altijd beter dan de goddelozen die platen alleen gebruiken als wandversiering: muziek om naar te kijken.

Als je wilt weten wat je plaat waard is, dan is Discogs je vriend. Die vermelden per persing wat er gemiddeld voor is betaald. Er is een levendige handel, met exemplaren die soms ettelijke duizenden euro’s waard zijn. Tijdens de vergislockdown van afgelopen winter (is niet elke lockdown per definitie een vergissing?) bladerde ik door m’n verzameling: zou er iets bijzitten dat veel geld waard is? Het valt mee. Of tegen. Prijzen fluctueren constant en Discogs krijgt het verwijt dat ze nogal aan de dure kant zijn, maar er zitten toch wat exemplaren bij waarvan de prijs verdubbeld is. Dat betekent dat ik in totaal toch voor een paar duizend euro aan vinyl in m’n collectie heb staan.

Arctic Monkeys – Why’d You Only Call Me When You’re High?

Veel vinyl singles heb ik niet. De pick-up stond op m’n zolderkamertje op een kledingkast: gammel, dus als ik iets te hard op de grond stapte, sloeg de plaat over. Om een lp op te zetten moest ik op een krukje staan (en ik ben toch echt niet klein). Voor een liedje van drie minuten vond ik dat wat veel moeite. Inmiddels woon ik al jaren op mezelf en staat de pick-up op heuphoogte. Toch is m’n collectie singles nog altijd klein. Waarom ik deze van de Arctic Monkeys heb gekocht? Geen idee. De single komt van AM, misschien wel hun beste plaat, maar dat album had ik al op cd. Niettemin, ik kwam de single laatst tegen op Discogs: er wordt grif tachtig euro voor neergeteld. Ik zette ‘m weer een keertje op. Fijne song. Dat geldt ook voor b-kantje Stop the World I Wanna Get Off with You.

Isobel Campbell & Mark Lanegan – Hawk

Ik was deze plaat bijna vergeten, tot het ontijdige overlijden van Mark Lanegan eerder dit jaar. Het bracht me in gedachten terug bij de drie albums die hij samen met Isobel Campbell maakte, vol met Beauty and the Beast-duetten. Ik dacht aan het concert dat de twee samen gaven in de Effenaar, ter promotie van het laatste album in die trilogie, Hawk. Ik ging vooral voor Isobel Campbell, ooit lid van Belle and Sebastian, een groep die ik jarenlang op handen heb gedragen. Na afloop kocht ik de lp, en liet deze signeren. Spraakzaam was Lanegan niet, wat paste bij z’n imago van rauwdouwer. Exemplaren gaan tot 250 euro op Discogs. Misschien levert mijn gesigneerde exemplaar nog meer op, al is de hoes een beetje beschadigd. Lp’s op je fiets meenemen vergt wat oefening.

Fleetwood Mac – The Alternate Tusk

Fleetwood Mac heeft de afgelopen jaren al hun klassieke albums (de titelloze uit 1975, Rumours, Tusk, Mirage en Tango in the Night) opnieuw uitgebracht in ‘Deluxe’ en ‘Super Deluxe’ versies. Op de bonus-cd’s van die uitgaven staan alternatieve takes van songs (en gezien de werkwijze van de band zijn dat er veel). Gedurende vijf jaar bracht Fleetwood Mac elk jaar met Record Store Day een lp uit met een alternatieve versie van een klassiek album uit het oeuvre; inclusief alternatief artwork. Gelukkig had ik dat door en was ik er op tijd bij toen in 2017 The Alternate Tusk verscheen. Daarna volgden ook de andere ‘alternate’ versies zodat ze nu alle vijf bij me in de kast staan. Van die versies is de oudste re-release, The Alternate Tusk, het meeste waard: tot 120 euro. Koopje. Maar ja, het is ook de enige dubbel-lp uit de serie.

Gorillaz – DoYaThing

Deze 10 inch is een Record Store Day release uit 2012. Als ik heel eerlijk ben, was ik vergeten dat ik het ding in m’n bezit had. Niettemin heb ik de track indertijd veel gedraaid. De track ja, want DoYaThing is één song, een samenwerking van Gorillaz met James Murphy van LCD Soundsystem en Andre 3000. De muzikanten zijn bij de productie gesponsord door Converse, en dat zie je terug op de hoes (geen idee waarom een band gesponsord moet worden voor een Record Store Day release). Ze hebben niet eens de moeite genomen om een b-kantje op te nemen. Maar toch, ik ben blij dat ik ‘m heb. Er is al eens 150 euro voor betaald. En dat voor één liedje, ook al duurt het 13 minuten en 19 seconden. Très cool.

Mogwai – Government Commissions – BBC Sessions 1996-2003

Mogwai, dat zijn die Schotse pestkoppen die je na minutenlang bijna muisstil gitaargeneuzel ineens met een muur van orkaankracht om de oren slaan. Ik zag ze één keer live; een geweldige ervaring, al weet je wat er gaat gebeuren als de bandleden collectief de effectpedalen intrappen. Ik draai ze niet vaak, omdat ik toch gespannen ben voor wannéér die explosie gaat komen (ironisch genoeg heeft frontman Stuart Braithwaite al jaren een pacemaker). De reden dat ik Government Commissions (goede titel voor een compilatie met opnames voor de BBC) kocht is een triviale: de tracklisting moest voor de vinylversie worden omgegooid. Het 18 minuten durende Like Herod neemt nu een plaatkant in beslag. Niet m’n duurste lp, maar toch nog 100 euro.

Nick Mulvey – First Mind

Ik zag Nick Mulvey op een zondagochtend in een tv-programma. Hij speelde Fever To The Form en ik was meteen verliefd. Op het liedje, en ik wilde de lp First Mind hebben. Ik moest er twee maanden voor sparen, want ik had geen cent te makken, terwijl het ding slechts 23 euro kostte. First Mind was een meesterwerk, met prachtige songs als April, Juramidam, Cucurucu, Ailsa Craig en I Don’t Want To Go Home. De opvolger, Wake Up Now, deed veel minder, wat het des te vreemder maakt dat voor First Mind zo honderd euro wordt geboden. Wat meespeelt is dat van First Mind nooit extra exemplaren zijn geperst; de oorspronkelijke voorraad is inmiddels op. Dat je er tegenwoordig 130 euro voor kunt vangen terwijl m’n financiële zorgen in de tussentijd zijn verdwenen, is ironisch.

The Strokes – Is This It

De prijs van een oude lp is afhankelijk van de populariteit van de artiest of band. Dat klinkt logisch, en ik heb het met eigen ogen zien gebeuren. Een van m’n eerste lp’s was Live 2003, een live lp van Franz Ferdinand. Een jaar of tien geleden werd er honderd euro voor geboden. Nu brengt ie slechts een fractie op. The Strokes zijn nog steeds zeer geliefd, hun in 2020 verschenen album The New Abnormal (what’s in a name) bleek verrassend succesvol en dus is ook het oude werk weer in trek. Wat ook meespeelt is dat alleen de vinyl versie van Is This It de track New York City Cops heeft. Het album kwam net na 11 september uit en de band vond de song daarom niet kies: de tracklisting van de cd werd aangepast. Dat was één van de redenen dat ik Is This It per se op vinyl wilde hebben. Wat ik er voor betaald heb weet ik niet meer, maar het zal niet meer dan 25 euro zijn geweest. Op Discogs gaan exemplaren ‘vanaf 160 euro’. Er zijn er ook voor 290 euro verkocht.

Tame Impala – Currents

Ik had weer eens een tv-quiz gewonnen. Geen exorbitant hoog bedrag, maar nadat 3200 euro in tweeën te hebben gedeeld (m’n medespeler wilde ook wat) en de kansspelbelasting eraf was, bleef toch nog een aardig bedrag over. Ik nam het er een keer van en kocht in een platenzaak in Keulen (er zit een heel mooie in de Ritterstrasse) een paar fijne lp’s. Natúúrlijk zat daar de nieuwe van Tame Impala bij, de groep die ik al volg vanaf hun debuut. Een exclusieve uitgave zo bleek, met één plaat op paars en één op geel vinyl geperst. Niks ten nadele van andere releases (Lonerism, The Slow Rush), maar nog steeds staat Currents bij mij fier overeind als de beste plaat van Tame Impala. Bleek hij bij een recente check op Discogs ook nog zo’n 110 euro waard te zijn.

Emiliana Torrini – Fisherman’s Woman

Emiliana Torrini is een IJslandse. Dat zou je niet zeggen met zo’n naam, maar ze is echt afkomstig uit Reykjavík. Sterker, toen ik haar live zag op Iceland Airwaves was ze de enige artiest op het festival die het vertikte Engels te spreken met het (internationale) publiek. Torrini had na deze lp bescheiden hitsucces met het album Me and Armini en de single Jungle Drum, maar deze singer-songwriterplaat met kleine liedjes als Sunnyroad, Lifesaver en Thinking Out Loud blijft favoriet. Het allermooiste is Torrini’s cover van Next Time Around, oorspronkelijk gezongen door Sandy Denny. Toen ik in 2013 in IJsland was, heb ik nog bij haar ouders gegeten; zij hebben een Italiaans restaurant in het centrum van de hoofdstad. Fisherman’s Woman gaat voor gemiddeld zo’n 80 euro. Aardig.

2 Many DJ’s – As Heard On Radio Soulwax Pt. 2

Lp’s worden doorgaans al niet in grote oplages geperst (tenzij de artiest Adele of Taylor Swift heet), maar Record Store Day is het summum van schaarste creëren. LP’s in gelimiteerde oplages, die soms alleen in bepaalde landen (of ‘markten’) zijn uitgebracht. Van As Heard On Radio Soulwax Pt. 2 zijn tweeduizend exemplaren geperst, waarvan 140 stuks voor Nederland. Gelukkig wist ik een exemplaar te bemachtigen. As Heard On Radio Soulwax Pt. 2 is een geweldige dubbel-lp; je kunt best stellen dat 2 Many DJ’s aka The Fuckin’ Dewaele Brothers aka Soulwax eigenhandig verantwoordelijk is voor de mash-uphype (Independent Women Part 1 van Destiny’s Child is een klassieker). Op Discogs gaan bedragen tot 250 euro.

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , , , , , , , , , | Comments Off on Tien lp’s

Taser

Tongelre heeft binnen Eindhoven een slechte reputatie. Dat is niet terecht. Het telt twee van de rijkste buurten van Nederland (het Villapark en de Karpendonk) en er zijn buurten in Eindhoven die veel erger zijn, zoals De Bennekel en Woensel-West (Hans Teeuwen zong ooit de Woensel-West Blues: ‘if you wanna get down, you gotta get down to Woensel-West’).

Toch cultiveer ik het imago. Een beetje street cred kan geen kwaad. Op sociale media refereer ik aan m’n geliefde Tongelre als ‘da ghetto’: het Compton van Eindhoven. Ik kan op verzoek smakelijke anekdotes over de Tongelrese penoze opdissen. De moorden die zijn gepleegd in het mortuarium van het ziekenhuis. De twee drugsverslaafden die een lijk in de achtertuin hadden begraven, maar waarbij de hand nog boven de grond uitstak. Ze zetten er een omgekeerd emmertje overheen. De man die zichzelf door het hoofd had geschoten op het toilet; per ongeluk, toen hij z’n broek ophees na het plassen en het doorgeladen pistool in z’n broekzak afging. De vriend van me die ooit eens over de Pagelaan (wat vanwege het pauperimago ironisch de Pageboulevard wordt genoemd) reed en achter een raam ‘welkom thuis papa’ zag hangen, en droogjes opmerkte dat hij niet dacht dat papa in Afghanistan was geweest. En vorig jaar nog, de schietpartij op de stoep voor m’n ouderlijk huis; m’n ouders waren nog maar pas verhuisd. En dat in een keurige straat.

Dit filmpje is een paar straten bij me vandaan opgenomen en heeft tot ver buiten Eindhoven een cultstatus. Dat veel betrokkenen in het filmpje (al dan niet onder verdachte omstandigheden) zijn overleden of in de gevangenis zitten draagt daar absoluut aan bij.

Maar het is prima wonen in Tongelre. Ik woon in het betere, of minder slechte, deel van de buurt Lakerlopen, met een mix van expats, jonge starters, pensionado’s, fabrieksarbeiders van de nabijgelegen DAF en studenten. Op een steenworp afstand van dat gegoede Villapark, maar met een iets minder sjieke postcode. Een krachtwijk. En echt, het is hier doorgaans heel rustig. Heel soms word ik ’s nachts wakker van rumoer in de straat. Vaak komt dat van dronken studenten die aan het klooien zijn op het voetbalveldje voor m’n huis.

Eerder deze week was het weer raak. Ik werd half ijlend van een hardnekkige verkoudheid (nee, geen corona) wakker van kabaal op straat. De wekker gaf 3.00 uur aan. Ik hoorde twee mensen ruziën, een man en een vrouw, op nog geen vijftig meter van m’n huis. Ik kon er aanvankelijk weinig wijs uit, maar omdat ik nu toch wakker was, zette ik het slaapkamerraam op een kier om mee te luisteren. Ik ben toch journalist. De timing was perfect, want de vrouw riep net: ‘Bel dan de politie!’

Kijk, dacht ik. Dit kan leuk worden.

Ik werd niet teleurgesteld. Nog geen minuut later kwam een politieauto aangescheurd. Zonder sirene, met zwaailicht, met in het kielzog nog twee politieauto’s. Uit de voorste auto stormden twee politieagenten met steekvrije vesten. Eentje droeg een stroomstootwapen. Hij riep tegen de vrouw dat ze haar wapen moest laten vallen: ‘Anders ga ik je taseren.’ De meeste actie vond plaats buiten m’n gezichtsveld, dus ik kon niet zien wat voor wapen het was. De agent waarschuwde nog een keer en schoot toen met z’n taser. Ik had een harde krijs of gil verwacht, maar zoiets theatraals zie je alleen in politieseries. In de echte wereld bleef het stil. Geen drama. De dame sputterde niet tegen en werd geboeid in de auto gestopt. De man werd gevraagd of ie aangifte wilde doen. Het duurde allemaal niet langer dan een paar minuten.

De volgende ochtend vroeg ik me af of ik me alles had ingebeeld. Het was midden in de nacht gebeurd, in het schemergebied tussen slapen en waken. De wijkagent deelde op Instagram dat hij een driedaagse cursus voor de taser volgde. In de struiken bij de plaats delict vond ik een bijl.

Never a dull moment in da ghetto.

Posted in Eindhoven | Tagged , , , | 1 Comment

Hoes

M’n oudere buurman heeft een lichte obsessie met Michelin. Die schaarse keren dat z’n voordeur opengaat en ik een glimp van de hal kan opvangen, zie ik een heus Michelinmuseum. Als ik vanuit m’n badkamer in z’n achtertuin spiek is het daar niet anders. Z’n scootmobiel, die hij een paar maanden terug heeft gekregen en hij uitgebreid aan me heeft gedemonstreerd, is ondergestickerd met Michelinstickers. (Fun fact: de mascotte van Michelin heet Bibendum.)

Ook heeft hij een klein wagentje. Het is het beste te omschrijven als een soort mini pick-uptruck. Het ding mag maximaal 45 kilometer per uur op de openbare weg. Omdat z’n garage een uitdragerij is met nouja, Michelinspullen, staat het wagentje standaard op straat. Het is z’n grote liefde en hij vertelt er geregeld enthousiast over. Mijn interesse in auto’s is 0,0 dus ik hoor de verhalen gelaten en met geveinsde interesse aan die oprecht genoeg overkomt om hem er nog eens extra lang over te laten praten.

Dinsdagmiddag was ik voor m’n huis aan het skateboarden toen de buurman op z’n scootmobiel aan kwam rijden. Hij gebaarde dat ik moest komen.
‘Buurman, ik heb een hoes voor m’n auto gekocht, veertien euro bij de Action,’ zei hij tevreden.
‘Dat is mooi,’ zei ik. Mijn belangstelling voor autohoezen is nog minder dan die voor auto’s.
Daarna begon hij het ding over z’n wagentje te leggen en maakte het provisorisch vast. Het autootje is aan de kleine kant en deze hoes was duidelijk bedoeld voor een flink groter exemplaar. Een ruime jas.
‘Blijft dat wel zitten?,’ vroeg ik aarzelend.
‘Jawel hoor,’ zei de buurman geruststellend.
‘Maar het gaat stormen,’ zei ik.
‘Nee, dat zit wel goed,’ verzekerde hij me.
Ik liet het er maar bij.

Die nacht sliep ik slecht. Niet vanwege de storm, ik vind het wel lekker om de wind rond m’n huis te horen gieren. Nee, het was de hoes om het autootje van de buurman die zo los zat dat ie voortdurend aan het klapperen was. Ik waande me terug in m’n surf shed op Vlieland, afgelopen zomer. Maar zo halverwege de nacht, rond een uur of drie, werd het ineens stil.

Een paar straten verder heeft iemand nu een gratis hoes voor z’n auto. En anders even naar de Action. Ze kosten maar veertien euro.

Posted in Eindhoven | Tagged | Comments Off on Hoes

Viraal

Ik was nog nooit viraal gegaan op Twitter. Dat is niet zo gek; ik bevind me in een vredige uithoek van het sociale medium, waar beschaafd wordt gediscussieerd over muziek, films en afgelegen eilandjes in de Pacific. Nogal niche.

Maar ik heb enkele bescheiden succesjes gehad. Een tweet met een stripje van Dirkjan werd een paar honderd keer geliket en enkele tientallen malen geretweet. Maar ja. Dat is pronken met andermans veren. Afgelopen zomer maakte ik foto’s bij Stitswerd, in het bezit van de unieke postcode 9999 ZZ, en postte die op Twitter. Ook dat bericht leverde een bescheiden rimpeling in een oceaan van tweets op. Ik was best tevreden, maar ik droomde ervan een keertje écht viraal te gaan op Twitter. Dat de parameters van het sociale medium op hol slaan. Zoiets.

Even voor de mensen die nog niet weten hoe Twitter werkt (hallo boomers): je post ultrakorte berichten, eventueel met foto of video op je tijdlijn. Daarnaast volg je mensen die eenzelfde interesse hebben. Zij hoeven jou niet terug te volgen, dit in tegenstelling tot Facebook. Zo stel je een tijdlijn samen met zaken die jij interessant vindt. Als iemand jouw bericht in z’n tijdlijn ziet, dan kan ie het liken. Als ie het heel leuk vindt, kan ie het ook retweeten. Dan lezen de volgers van die persoon het in hun tijdlijn. En als die het leuk vinden en weer retweeten, kijk, dán heb je een sneeuwbaleffect.

Ik maakte me weer es boos over het inconsequente coronabeleid van de regering. Of nee, het is wél consequent: cultuur is voor Mark Rutte een linkse hobby. Subsidieslurpers. De economie, die is heilig. Het kabinet verschuilt zich bij besluiten achter het OMT, maar het OMT zegt niet of de IKEA of het Rijksmuseum open mag, dat is een keuze van de politiek. Om Gorki te citeren: ‘De middenstand regeert het land, beter dan ooit tevoren.’

Dáárom postte ik vrijdagochtend een achteloze opmerking op Twitter, zoals ik wel vaker doe: ‘Het gekke met omicron is dat het in de IKEA minder besmettelijk is dan in het Rijksmuseum.’ Aanvankelijk gebeurde er niet veel. Een paar likes van m’n volgers. Ze kennen me inmiddels.

Ik ging rustig boodschappen doen en quizvragen bedenken voor The Global Online Quiz. Later die ochtend keek ik op Twitter. M’n tweet was ruim honderd keer geliket en een stuk of twintig keer geretweet. Er hadden wat mensen gereageerd. Grappig. Als het zo doorging, zou ie misschien 300 likes halen. Dan zou het m’n meest gelikete tweet ooit worden.

Aan het begin van de middag stond de teller op 520. Ik maakte een screenshot en stuurde het naar wat vrienden. Ik ga viraal, lachte ik. Toepasselijk ook, met een tweet over corona. Een half uur later zat ik boven de 1000. Een uur later boven de 2000. Als een sneeuwbal eenmaal aan het rollen is, komt ie moeilijk meer tot stilstand. 3000? Yep. 4000? Ja, ook. 5000? Dat haalde ik tegen middernacht. Ik postte een screenshot op Facebook met als toelichting: Dat liep een beetje uit de hand. Van de weeromstuit kreeg ik nog meer likes en retweets van mensen die me op Facebook én Twitter volgen en de tweet hadden gemist. Joop.nl riep m’n ene zinnetje uit tot Tweet van de Dag, ook daar scoorde ik een paar honderd likes.

Zaterdagochtend tikte ik 6000 likes aan. Ik kreeg een bericht van Twitter dat 149.975 mensen m’n tweet hadden gezien. Of ik een professioneel account wilde overwegen? Vrienden wezen me erop dat m’n tweet door het account Politieke Jongeren was gedeeld op Instagram: 25.000 likes. M’n tweet moet in honderden Instagram Stories zijn opgedoken, maar daar heb ik geen cijfers van. Het aantal likes op Twitter bleef oplopen. ‘s Middags overschreed ik de grens van 7000. Ik had honderden reacties. Ik las ze niet eens meer.

In de sportschool werd ik door een mij onbekende vrouw aangesproken: ‘Jij was het eerste gezicht dat ik zag toen ik vanochtend wakker werd.’ (Dat ik dat ooit nog van een vrouw zou horen.) Via Instagram ontving ik een compliment van een curator van het Rijksmuseum. Brainpower, toch Nederlandse hiphoproyalty, deelde m’n tweet in z’n stories. Fred van Leer (1,1 miljoen volgers) eveneens. Vrienden van me ontvingen appjes: ‘Is dit niet die vriend van je?’ Ik kreeg een vriendschapsverzoek via LinkedIn van iemand die m’n tweet had gezien. De teller op Twitter liep door. Af en toe kreeg ik een melding dat m’n tweet was geretweet door een account met veel volgers. Vlak daarna liep het aantal likes net even wat sneller op.

Zouden ze in de ministerraad m’n tweet hebben gezien? Het is algemeen bekend dat Rutte z’n beleid afstemt op het draagvlak onder de bevolking. Nouja, meer onder z’n eigen VVD-achterban. Regeringsbeleid op basis van de vox populi, tot u gebracht met behulp van Facebook, Twitter en Instagram.

Ik keek naar de mensen die m’n tweet hadden geliked of geretweet en zag dat ik van twee walletjes snoepte. Aan de ene kant mensen die corona één groot complot vinden, wauwelen over het WEF en de Great Reset (wat dat ook moge zijn) en ‘QR-weigeraar’ in hun naam hebben staan, aan de andere kant cultuurvorsers die het onverkoopbaar vinden dat de meubelboulevard wel open mag, maar een museum niet. De ene doorstroomlocatie is de andere niet.

Ik scrollde door de reacties (243 stuks). Daarin kwam één grap vaak terug: ‘Bij IKEA moet je het zelf in elkaar zetten.’ Ook leuk: ‘In het Rijksmuseum blijft alles hangen.’ Anderen merkten op dat omicron ook helemaal niet besmettelijk schijnt te zijn in vliegtuigen. En al waren veruit de meeste reacties positief, er zaten ook een paar wappies bij die me ‘woke’ vinden, of een ‘grachtengordeldeuger.’ Ze moesten eens weten.

Inmiddels is het zondagmiddag en de sneeuwbal lijkt tot stilstand te zijn gekomen. De teller staat op net geen 8000 likes. Daar kunnen de komende dagen nog een paar bij komen. 323.000 mensen hebben m’n bericht op Twitter gezien. Ook heb ik er zo’n honderd nieuwe volgers bij. Die ga ik de komende tijd teleurstellen als ik niet over corona of cultuur, maar over de voortgang van m’n ollies twitter.

Viraal gaan is leuk. Maar ook bizar.

Posted in Media, Politiek | Tagged , | 2 Comments

Song Top 20 2021

Was er iets positiefs te melden over 2021? Weinig. De pandemie leek voorbij en kwam weer terug. Ik bleef in de zomer maar weer een jaartje in Nederland. M’n favoriete skatepark bleef langer dicht dan verwacht. Het was net weer een paar maanden open, nu is het weer dicht. Het is trouwens geen skatepark meer, maar een bmx-park. Ik kan nog steeds niet olliën. Pubquizzen is weer verplaatst naar online. Van m’n voornemen gitaar te leren spelen is niks terechtgekomen. Als dat allemaal niet erg genoeg is, ik werd dit jaar 40 en vierde m’n tweede verjaardag op rij in lockdown. 2020 was kut, 2021 was nog kutter. Dat belooft veel goeds voor 2022.

Toch, als alles goed gaat (met de nadruk op áls), wordt 2022 het jaar waarin ik eindelijk weer wat live concerten ga bezoeken. Op het moment heb ik The War On Drugs, Inhaler, Sam Fender en Lorde op de planning staan. Corona volente, zeg ik er dan bij, want Fender zou ik begin november al live zien. Dat concert werd uitgesteld naar 12 december en werd vervolgens helemaal afgelast. Courtney Barnett had in 2021 de single Write a List of Things to Look Forward To en dat is verdomd lastig als het constant onzeker is of de dingen waar je naar uitkijkt wel echt doorgaan.

Was 2021 een goed jaar voor de popmuziek? Het uitgaansleven lag grotendeels op z’n gat, dus de meeste hits komen nog steeds tot ons via sociale media, TikTok voorop. Toch stond er verrassend veel dance in de Top 40. Het zal door de thuisfeestjes komen. De sterren die de laatste jaren de hitlijsten kleurden (Ed Sheeran, Dua Lipa, Adele, David Guetta) gingen daar rustig mee door. Maar zoek verder en je vindt pareltjes. Een comebacksingle van Stromae. Een eightiespastiche van John Mayer. Een re-release van Taylor Swift die alsnog de Nederlandse hitlijsten haalt. En dan was er ook nog Italiaanse glamrock. Veel gekker wordt het niet.

Je kunt alles weer beluisteren op Spotify.

Mocht je je neus ophalen voor ordinaire popmuziek, dan heb ik ook nog de 21 van 2021 gemaakt: mijn favoriete songs van het afgelopen jaar; met een paar hits, maar ook spul van The War On Drugs, Sam Fender, Inhaler, Courtney Barnett en Gang Of Youths. Heel fijn, al zeg ik het zelf.

20. Riton x Nightcrawlers ft. Mufasa & Hypeman – Friday (Dopamine Re-Edit)

Push The Feeling On was in 1995 een top-40-hit. Ik kan het weten, want ik volgde de hitlijsten op de voet en de videoclip stond op high rotation op MTV. Van de Nightcrawlers werd na die ene hit weinig meer vernomen maar in 2021 stond, met dank aan – hoe kan het ook anders – TikTok, een nieuwe versie van de hit in de Top 40. Al heet ie nu Friday en hebben Riton, Mufasa en Hypeman zich met de remix bemoeid. Je wordt oud als de hits uit je jeugd worden gerecycled.

19. Nathan Evans – Wellerman (220 Kid x Billen Ted remix)

‘It’s the economy stupid,’ zei Bill Clinton tijdens z’n verkiezingscampagne van 1992 tegen George Bush. Hij won. Indachtig dat succes is de vuistregel tegenwoordig ‘it’s TIkTok stupid’. Op dat platform worden de successen gescoord, zie de Schotse zanger Nathan Evans die Wellerman (een shanty) zong en vervolgens in de 220 Kid x Billen Ted Remix naar de nr. 1 positie van de Top 40 nouja, zeilde. Het succes was kort, net als de speelduur van het liedje: 1 minuut 56. TikTokhits duren niet lang. Mand.

18. Pink & Willow Sage Heart – Cover Me In Sunshine

Wie begin deze eeuw had gezegd dat van de drie grote popzangeressen van dat moment anno 2021 Pink de meest hits op haar conto zou hebben staan was hard uitgelachen. Want Britney Spears en Christina Aguilera hadden toch veel meer succes? Ruim twintig jaar later lacht Alecia Moore ze recht in hun gezicht uit. Pink scoorde met Cover Me In Sunshine haar 37ste top-40-hit, een zoetsappige ballad met dochter Willow Sage die niet van de radio te krijgen was. In het Engels hebben ze daar een mooi woord voor: staying power.

17. Mart Hoogkamer – Ik Ga Zwemmen

Nederlandstalige feestmuziek tref je zelden in de Top 40 aan, maar in 2021 was het meerdere malen raak: Bon Gepakt, Frans Duits en Ik Ga Zwemmen. Die laatste was de grootste knaller van de drie. Mart Hoogkamer laat in Ik Ga Zwemmen ‘temmen’ rijmen op ‘met me’ en ‘zwemmen’ op ‘Bacardi Lemon’. Drs. P draait zich om in z’n urn, maar dat zal de Leidse zanger worst wezen. Hij scoorde een nr. 1 hit en huilde, om Liberace te parafraseren, heel de weg naar z’n bankapp.

16. Coldplay x BTS – My Universe

Na het wel heel platte A Head Full Of Dreams zou Coldplay het serieuzer gaan aanpakken. Ze maakten het album Everyday Life (met die bloedmooie titelsong) maar raakten weer even snel verslaafd aan de snelle hits met hun album Music of the Spheres. Daarbij werden zelfs Max Martin en K-poprevelatie BTS van stal gehaald. Martin stelt nooit teleur (hij scoorde met My Universe z’n 25ste Amerikaanse nr. 1 hit als songschrijver) en My Universe is prima hapslikwegpop, maar de vraag rijst: wat wil Coldplay nou eigenlijk?

15. Afrojack & David Guetta – Hero

Ach, daar is David Guetta weer. 53 jaar oud inmiddels en nog altijd scoort hij aan de lopende band hits. Hij haalde in 2021 met tien songs minstens de Tipparade, drie daarvan haalden de top-10. Hero, een samenwerking met Afrojack was het succesvolst en bereikte net niet de eerste plaats. Daarmee komt de teller op 54 top-40-hits zonder nr. 1 hit. Guetta zal er geen seconde van wakker liggen. Waarom zou hij? Hij werd in 2021 uitgeroepen tot beste DJ ter wereld. Het zijn duistere tijden.

14. Taylor Swift – All Too Well (Taylor’s Version)

Het gebeurt niet vaak dat een tien jaar oud liedje alsnog een top-40-hit wordt, maar Taylor Swift flikte het in 2021. Ze nam haar album Red opnieuw op (iets met een conflict over de rechten op haar muziek) en dat zorgde er voor dat All Too Well, een afrekening met haar ex Jake Gyllenhaal die algemeen wordt beschouwd als haar beste song, eindelijk de aandacht kreeg die het verdient. Wat ook hielp: de tien minuten durende versie van All Too Well die Swift uitbracht. Mooiste regel: ‘And you call me up again just to break me like a promise’.

13. Ed Sheeran – Afterglow

Ed Sheeran stond eerder deze maand met vier singles tegelijkertijd in de Top 40. En dan zijn er nog mensen die denken dat de Apocalyps niet aanstaande is. Maar in januari bracht Sheeran een klein, breekbaar, met David Hodges van de Amerikaanse band Evanescence geschreven liedje uit. Het staat niet op Sheerans nieuwste album, waar de zanger getuige hits als Bad Habits en Shivers steeds gladdere popmuziek is gaan maken. Sheeran is net als de coronapandemie: bloedirritant en ook in 2021 niet weg te krijgen. Je schijnt ermee te moeten leren leven. Of zoals Stereogum schreef: ‘At first I hoped Ed Sheeran could be contained.’

12. Adele – Easy On Me

Ik had het graag anders gezien, maar ik kan in 2021 niet om Adele heen. Van haar album 30 werden zoveel exemplaren op vinyl geperst dat releases van andere artiesten naar achteren werden geschoven (‘landfill’ schamperen de platenjunks op de subreddit Vinyl, maar de verkoopcijfers liegen niet). Het is een dubbel-lp (vijf van de tracks duren zelfs langer dan zes minuten, en dat in een tijd van vluchtige spotifyhitjes). Easy On Me was de eerste single, die keurig volgens plan op nr. 1 binnenkwam en daar negen weken bleef staan. Het is paint by numbers Adele, zoals we al drie albums van haar gewend zijn. Voorspelbaar, maar waarom zou je een winnende formule veranderen?

11. Justin Wellington ft. Small Jam – Iko Iko (My Bestie)

De globalisering van de popmuziek zette in 2021 verder door. Aan nieuwe nationaliteiten in de Top 40 konden we dit jaar Papoea-Nieuw-Guinea toevoegen. Met dank aan zanger Justin Wellington. Hij scoorde een hit in samenwerking met Small Jam, een band uit de Solomoneilanden (dat in de jaren negentig onbedoeld al een hit leverde toen het kinderliedje Rorogwela werd gesampled in Sweet Lullaby van Deep Forest). Dat die hit, Iko Iko, een al bijna zestig jaar oud liedje uit New Orleans is leerde ik pas toen m’n moeder het hoorde en uitriep: ‘Die heb ik nog op single gehad.’ Ik ken Iko Iko als Nieuw-Zeelandse winkelketen met leuke snuisterijen. Dat wist m’n moeder dan weer niet.

10. Elton John & Dua Lipa – Cold Heart (Pnau Remix)

Elton John had een verrassend goed 2021. Voor een veteraan zijn doorgaans geen plekken in de hitlijsten meer weggelegd, maar met wat hulp van de jongere generatie (Dua Lipa, Ed Sheeran) wist hij een nieuw publiek te bereiken. Misschien wel het knapste aan de Pnau Remix (Pnau is de band van Nick Littlemore, één helft van het geweldige maar onderschatte Australische duo Empire Of The Sun) van Cold Heart is de hoeveelheid songs van Elton John die erin verstopt zit. Ja, Sacrifice en Rocket Man hoort iedereen wel, maar we tellen ook nog Kiss the Bride en Where’s the Shoorah?.

9. The Weeknd – Take My Breath

The Weeknd weet de waarde van een goede samenwerking. De succesvolste singles van z’n album Starboy waren geproduceerd door Daft Punk (Starboy, I Feel It Coming) en de mede door Max Martin geschreven single Blinding Lights stond wereldwijd maandenlang bovenaan de hitlijsten. Take My Breath tapt uit hetzelfde vaatje als die megahit. Het is dan ook een productie van Max Martin. Inmiddels heeft The Weeknd ook die andere Zweden, van de Swedish House Mafia, in het vizier. Hit in kwestie: Moth to a Flame. Ook prettig. Waar het succes van Drake me altijd heeft verbaasd, snap ik donders goed dat The Weeknd succes heeft. Hij heeft een neus voor steengoede songs.

8. Måneskin – Zitti e buoni

Ik zag het niet aankomen. Leuk hoor, die glamrock van Måneskin, maar glam is typisch jaren zeventig en rock is niet in de hitlijsten terug te vinden. En dan zou het jonge songfestivalpubliek een act als Måneskin naar eeuwige roem moeten televoten? Uitgesloten. Ik had het moeten zien aankomen. Heel Europa smachtte naar een fijne rockact. Een dampende band, het liefst live te aanschouwen in een donker krakershol. Dit is wat de wereld miste. De boodschap ‘hou je mond en gedraag je’, wat veel Europeanen al twee jaar braaf doen, deed de rest. En dan blijkt Zitti e buoni ook nog gewoon een heel fijne rocksong te zijn. Rock is springlevend.

7. MEAU – Dat Heb Jij Gedaan

Ik moest wennen aan Dat Heb Jij Gedaan. Ik kon het accent van Meau Hewitt moeilijk plaatsen. Is het Gronings? Zeeuws? Brabants? Ze heeft wel een harde g. En dan dat woordje ‘verzopen’, waarin ze de klemtoon verkeerd legt, waardoor ik wekenlang niet verstond wat ze zong. Over m’n ergernissen heengestapt hoorde ik een klein liedje. Over terugkijken op een stukgelopen relatie, met frustratie over wat je is overkomen (‘nu makkelijk praten had weg moeten gaan’), al schuilt er ook liefde tussen de regels door (‘maar graag had ik nog zoveel anders gedaan’). Over woorden die alles kapot maken. Over weer opkrabbelen. Het is moeilijk balanceren tussen woede en liefde, maar Meau doet het op Dat Heb Jij Gedaan. Ze komt trouwens uit ‘t Gooi.

6. Stromae – Santé

Paul Van Haver was de ultieme publiekslieveling: Belgisch, Franstalig, Rwandese roots, urban, eigenzinnig. Wat wil een hipster nog meer? Maar in 2016 zegde Stromae de muziek vaarwel. Hij had gezondheidsproblemen, werd modeontwerper en ging regisseren. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, in 2021 maakte Stromae z’n comeback met de single Santé. Een bescheiden comeback (het kwam niet verder dan 34ste plaats in de Top 40), want het liedje heeft een dermate tegendraads ritme dat zelfs de benen van Jan Kooijman ervan in de knoop raken. Maar met dat slepende tempo is avontuurlijker dan alle andere hits uit de Top 40 van 2021. Goed dat Stromae terug is.

5. Lil Nas X – Montero (Call Me By Your Name)

Ik was sceptisch. Hoe ga je de wereldhit die Lil Nas X miljardair maakte in godsnaam opvolgen? Niet, dacht ik eerst. Montero Lamar Hill kon tot in lengte van dagen rentenieren van z’n succes. Twee jaar lang bleef het stil. In 2021 was Lil Nas X terug. Met ophef. Op Montero (Call Me By Your Name) windt de rapper er geen doekjes om: hij is out and proud en iedereen mag het horen. Tel daar een videoclip bij op die bolstaat van de verwijzingen naar het satanisme en puriteins Amerika stond op de achterste benen. Daarmee ga je voorbij aan het feit dat Montero (Call Me By Your Name) een uitstekende song is, waarbij de ondertitel verwijst naar de gelijknamige film (en inspiratiebron) uit 2017.

4. Masked Wolf – Astronaut In The Ocean

Het leven leert je omgaan met tegenslagen. Je krijgt eelt op je huid om je te beschermen tegen de boze buitenwereld. Als een astronaut in z’n pak in de vijandige omgeving van de ruimte. Maar wat heb je aan die bescherming als je in de zee terecht komt? Of, meer specifiek, hoe hou je jezelf staande in tijden van een pandemie? Als alle zekerheden in je bestaan wegvallen? De Australische Harry Michael Avridis, de man die schuilgaat achter de naam Masked Wolf schreef Astronaut In The Ocean over z’n angststoornissen en depressies. Houvast vindt hij in z’n geloof. Daarmee heeft z’n song meer zeggingskracht dan alle andere hiphoptracks in de Top 40; dat waren er trouwens niet zo gek veel.

3. Silk Sonic – Leave The Door Open

2021 was geen jaar om vrolijk van te worden. Het was 2020 all over again. En als een echte sequel betaamt: slechter dan het origineel. Wat het jaar nog een beetje redde was deze dampende samenwerking tussen Bruno Mars en Anderson .Paak. Onder de noemer Silk Sonic maakten zij het door seventiesfunk geïnspireerde album An Evening With Silk Sonic waarvan drie singles de Top 40 haalden. Met afstand de beste muziek in de hitlijsten: zwoel, verleidelijk, tot in de puntjes verzorgd, met wat hulp van funkgrootheden Bootsy Collins en Thundercat. Van de singles is Leave The Door Open het allerlekkerst. Het is niet moeilijk raden wat Anderson .Paak en Mars gaan doen als die dame binnen is: ‘And you want me like I want you tonight, baby’.

2. John Mayer – Last Train Home

Een gimmick moet je perfect uitvoeren. De nieuwste plaat van John Mayer moest een yacht rock plaat worden. Denk: Christopher Cross, Steely Dan. Luxueus klinkend, met keurige arrangementen en de beste sessiemuzikanten uit de jaren tachtig; toetsenist Greg Phillinganes werkte samen met Toto, Quincy Jones en Donald Fagen, Don Was produceerde Carly Simon, Bonnie Raitt en Bob Seger. Geen verkeerde referenties. Zelfs het artwork van Sob Rock, zoals het album heet, lijkt afkomstig te zijn uit Miami Vice. Het zit akelig dicht tegen de kitsch aan, of nee, het ís kitsch, maar je moet respect hebben voor het perfectionisme waarmee Mayer te werk is gegaan. Dat is het beste te horen in de single Last Train Home. Tijdloze eightiespop, met een drumintro dat net niet te veel weg heeft van het intro van Tougher Than The Rest van The Boss. Ook geen verkeerde referentie.

1. Olivia Rodrigo – Drivers License

Ik mis dit jaar een echte nr. 1. Zo’n liedje dat het jaar tekent, zoals dat vorig jaar Soldier On van Di-rect was; al kan ik dat liedje nu niet meer horen. Als ik simpelweg naar de cijfers kijk, kan ik niet om Olivia Rodrigo heen. Ze scoorde, ogenschijnlijk uit het niets twee nr. 1 hits. Drivers License kwam op nr. 1 binnen, opvolger Good 4 U deed het net iets minder goed met binnenkomst op nr. 4. Ogenschijnlijk, want Rodrigo is al jaren bekend dankzij haar rollen in Bizaardvark (zo’n Disneyserie die in Nederland in een afgrijselijk slechte nasynchronisatie wordt uitgezonden) en High School Musical. Ze schijnt groot fan van Taylor Swift te zijn, maar groeide op met de alternatieve rockmuziek waar haar ouders naar luisterden: Green Day, Pearl Jam, No Doubt. Die referenties hoor je terug in deze singles. Good 4 U is Avril Lavigne anno 2021, Drivers Licence is een klein liedje, hoe het behalen van je rijbewijs herinneringen aan een vroegere relatie oproept. Typisch Taylor. Meer heb je soms niet nodig.

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Rotjoch

Vuurwerk is een dingetje in mijn buurt. Als de afgestoken hoeveelheid rotjes omgekeerd evenredig is aan het opleidingsniveau van de wijk dan is de gemiddeld hoogst genoten opleiding in Lakerlopen LTS zwakstroom. Het is niet eens dat alleen in de laatste maanden van het jaar vuurwerk wordt afgestoken. Heel het jaar door is de buurt een oorlogsgebied.

Zo steken een paar jochies al sinds oktober vuurwerk af op het veldje voor m’n huis. Hoe ze eraan komen weet ik niet, maar irritant is het wel. Gevaarlijk ook; die gastjes zijn veel te jong om vuurwerk af te steken. Ik weet niet eens of het spul legaal is.

Ik geef de nieuwe buren, een paar deuren verder, graag de schuld. Sinds een paar maanden woont in het studentenhuis een jong stel, al verraadt het grote aantal fietsen voor de deur dat er regelmatig veel meer mensen in het pand aanwezig zijn. Je maakt mij niet wijs dat één van die twee studeert; het stel is zo arm dat ze één hersencel met z’n tweeën moeten delen. Ze staan het grootste deel van de dag op de stoep te paffen, of wandelen mijn huis voorbij. Eerst wist ik niet wat ze dan gingen doen, maar sinds een paar weken weet ik het: ze steken vuurwerk af op de parkeerplaats bij de Praxis. Want waarom ook niet.

Eerlijk is eerlijk, de kans is groter dat het vuurwerk van de vader van één van de jochies is. Een paar jaar terug stak hij op het veldje voor m’n huis voor een vermogen aan siervuurwerk af, met op de achtergrond een spandoek om voorafgaand aan een Champions League wedstrijd Ajax (ja, echt) succes te wensen. Dit werd uiteraard allemaal gefilmd. (Het zoontje wilde ooit tegen me voetballen en vroeg welke ploeg ik was. Ik antwoordde: ‘PSV natuurlijk,’ waarop hij zei: ‘PSV, in de wc, doorspoelen en weg ermee.’ Ik won.)

Hun gedrag werd steeds irritanter, waarop een oude man aan de overkant van de straat ze bestraffend heeft toegesproken. Dat heeft geholpen.

Half november kwamen twee andere jochies uit de buurt naar het veldje gefietst. Ze stapten af en staken vuurwerk af. En dit was zeker geen legaal spul. Ik werd pissig, omdat ik ‘s avonds op het veldje wilde skateboarden en ik geen zin had om daarbij te struikelen over achtergelaten vuurwerkafval. Ik keek op van m’n werklaptop, maakte oogcontact met één van hen en riep boos: ‘Eej, kappen daarmee.’
Het jochie wees lachend op z’n telefoon, alsof ie aan wilde geven dat ie het vuurwerk alleen had afgestoken om te filmen. Ah, dacht ik, dat kan ik ook. Ik pakte mijn mobiele telefoon erbij. Alleen die beweging was voldoende. In een oogwenk betrok z’n gezicht en pakte hij z’n fiets. Z’n vriendje deed hetzelfde. Ik denk niet dat ze eerder zo hard hebben gefietst.

Een paar dagen later was hij terug, in het krat voor op z’n fiets weer een zak met vuurwerk. Hij haalde er wat knalvuurwerk af en stopte het in z’n jaszak. Ik zag het, dus hij deed alsof ie met een vriendje ging voetballen. Af en toe keek hij schielijk mijn kant op, want ik bleef ‘m in de gaten houden. Tot ie was uitgespeeld, toen nam ie wraak. Terwijl z’n vriendje aan de overkant van de straat naar huis liep, haalde hij snel het vuurwerk uit z’n jas, stak het af en gooide het op het veldje. Daarna fietste hij razendsnel weg. Al die tijd keek het rotjoch mij uitdagend aan.

Nu is ie te ver gegaan. Ik heb een melding gedaan bij de wijkagent.

Maar ik heb een nog veel beter plan. De volgende keer dat ie weer komt ‘voetballen,’ loop ik naar buiten en spreek ‘m aan: ‘Heb je vuurwerk meegenomen? Mag ik even in je tas kijken? Want als je weer wat gaat afsteken, bel ik meteen de politie.’
Dan pak ik ter plekke m’n telefoon en bel iemand: een vriend, m’n vader. Ik zie wel.

Ik heb er heel veel zin in. Maar ik heb ‘m al weken niet gezien.

Posted in Eindhoven | Tagged , | Comments Off on Rotjoch

Brief

De gemeente wil skaten bij de Catharinakerk en de Piazza verbieden. Een idioot plan, waar gelukkig ook al een petitie voor in het leven is geroepen (en daar kunnen altijd nog ondertekenaars bij). Als skater kan ik dit niet over m’n kant laten gaan. Want de gemeente heeft de mond vol van urban sports en maakt er goede sier mee tijdens bijvoorbeeld Koningsdag, maar Eindhoven beschikt niet eens over een modern, outdoor skatepark waar de skaters heen kunnen. Nee, Area 51 is geen alternatief. En ook al skate ik amper op beide spots, ik ben solidair met m’n medeskaters en schreef een brief aan de gemeenteraad. Vandaag ontving ik een bevestiging van de griffie dat m’n brief wordt meegenomen in de raadsvergadering van 14 december. Ik hoop dat het effect heeft, maar deel graag m’n bijdrage op m’n eigen blog.

De gemeente is voornemens skaten bij de Catharinakerk en de Piazza te verbieden. Graag wil ik hier op reageren.

Tijdens Koningsdag maakte Eindhoven goede sier met ‘urban sports’. De gemeente zette zichzelf neer als een moderne stad, waarin alle ruimte is voor sporten als bmx, freerunning en skaten. We zijn nog geen jaar verder en het is duidelijk dat dit slechts schijn was.

Ik ben zelf pas drie jaar geleden, op m’n 37ste, begonnen met skateboarden. Voordat Area 51 werd verbouwd skatete ik daar, plus af en toe op het Stadhuisplein. Toen de hal in maart 2020 dichtging wilde ik veel buiten skaten. Ik informeerde bij de gemeente naar een lijst met skatespots. Die was er niet. Ik ging zelf op zoek en vond twintig spots, variërend van een halfpipe of een verdwaalde bank tot grotere parken, zoals Meerhoven en Messiaenpark. Veel plekken zijn verouderd: opengebarsten asfalt, of skateobstakels die wegroesten.

In de winter werd de situatie niet beter. Op veel skatespots stonden plassen water. Het MetaForum op het TU-terrein is een prachtige skatespot: overdekt, met ideaal asfalt. Daar werd ik weggestuurd. De enige alternatieven waren het Strijps Bultje, klein en een hangplek voor zwervers, of de Piazza. Dat bij de Piazza overlast wordt ervaren is overdreven. Mijn ervaring is dat skaters niet rijden waar het druk is en juist rekening houden met anderen. We skaten daar alleen op rustige momenten.

Ik krijg de indruk dat de gemeente denkt: Area 51 is weer open, dan kunnen de skaters daar wel heen. Dat is een misvatting. Area 51 is leuk om het vak onder de knie te krijgen, maar skateboarden is een sport van de straat. Daar hoort het thuis, daar ontmoeten jongeren elkaar, leren hun grenzen verleggen, geven tips, coachen elkaar. Ze nemen zelfs de moeite om mij advies te geven hoe ik een bepaalde trick moet doen. Skaten verbindt, ook tussen generaties.

Area 51 is niet de oplossing. De 7 euro entree per dagdeel is voor mij financieel geen probleem, maar ik ben niet de doelgroep. Voor kinderen en jongeren is dat bedrag een drempel. Het minimumloon van een 15-jarige is 2 euro 94. Dat is ruim twee uur vakkenvullen voor een middagje skaten. Ook is de capaciteit van de skatehal niet onbeperkt. Area 51 laat maximaal 100 bezoekers per dagdeel toe, en dat aantal moet worden verdeeld onder bmx’ers, inlineskaters, stuntstepjes én skateboarders. Slechts een fractie van de Eindhovense skaters kan in Area 51 terecht.

Ik denk dat skaters niet de moeilijkste inwoners van de stad zijn. Het liefste hebben we niks met de overheid te maken: laat ons rijden en dan zijn we tevreden. Al vraag ik me af hoeveel raadsleden de moeite hebben genomen skaters op het Stadhuisplein te vragen wat zij graag willen. Ik heb wel een idee: een goed nieuw outdoor skatepark. Amsterdam heeft Zeeburgereiland, en grote steden als Rotterdam, Den Haag en Utrecht volgen inmiddels dat voorbeeld. Uitgerekend Eindhoven, de stad die zich zo graag profileert als stad van ‘urban sports’, laat het afweten.

Niet alleen is er geen goed modern outdoor park, de gemeente gaat nu zelfs zo ver om skaters van de straat te weren. De straat, júist waar skaten thuis hoort. Skaters willen skaten. We zijn onderdeel van het straatbeeld. Accepteer dat, en geef ons de ruimte.

Posted in Eindhoven, Skateboarden | 1 Comment