Fans

Meerhoven tijdens zonsondergang.

Ik was in het skateparkje in Meerhoven. Marc was er ook. Hij had z’n skatesurf (of surfskate) meegenomen. Dat is een skateboard waarbij je de voorste trucks, dus dat metalen geval waar je wieltjes aan hangen, kunt draaien. Het is scary shit waar ik één keer op heb gereden en toen snel weer vanaf ben gestapt. Ik was veel te bang dat ik pardoes niet meer zou weten hoe ik op m’n skateboard moet staan. Marc durft alles. Hij gaat belachelijk vaak onderuit, maar dat deert ‘m niet. Ik zou willen dat ik die mentaliteit had. Hij reed op z’n skatesurf van een ramp af en met enkel inleunen raakte hij de coping, de bovenste rand, van de quarter.
Nice,’ knikte ik, terwijl ik oefende op m’n manuals en m’n ollies.

Op de verhoging keek vanuit een hoekje een jochie van een jaar of tien nieuwsgierig toe. Een expatkind, zo vermoedde ik, want Meerhoven barst van de expats en de voertaal in het parkje is geregeld Engels, Turks, iets Slavisch of een Indiase taal waarvan ik de naam niet eens weet. Ik meende ‘m eerder Engels te hebben horen praten. Hij oefende op een trucje waarbij je je board op de zijkant zet. Eerst ga je met het voorste deel van je voeten op de wieltjes staan en dan geef je het board een wip terwijl je springt. Het board valt op z’n wieltjes en jij landt op de bovenkant van het deck. Ik heb het geleerd toen ik een paar maanden bezig was, maar heb het sindsdien niet meer gedaan. Het is een vrij nutteloos trucje en ook nog es doodeng.

Marc riep iets naar ‘m en ik zei tegen Marc dat het jochie Engels is.
‘Ik spreek Nederlands,’ zei het jongetje, een beetje verontwaardigd.
‘O sorry,’ zei ik, en ik gaf ‘m tips voor het trucje. Ik heb het zelf dan niet meer geoefend, ik weet wel hóe het moet. Hij ging een paar keer hard onderuit en toen ik daarvan schrok, zei hij schouderophalend: ‘Geeft niet, ik val heel vaak.’
Een prima houding.

Marc ging naar huis en ik reed nog wat rond. Het is fijn om tot zonsondergang door te gaan. Het is lekker rustig, met weinig stepjes die in de weg rijden. Trucjes boeien me niet. Veel liever rij ik rond, hard vooral. Ik wil snelheid maken, hoog in de quarters komen, als het even kan de coping aantikken, voor de lol een manual tussendoor (toch een trucje). Alleen de ollie wil na een jaar dag-in dag-uit oefenen nog steeds niet lukken. Het maakt me wanhopig. Twee jaar bezig en nog steeds kan ik niet fatsoenlijk olliën. Prutser.

Als ik m’n rondje door het park in Meerhoven rij, neem ik ook aan de zijkant een stukje van een bank mee. Dat ziet er spectaculairder uit dan het is. Je rijdt erin, leunt op je tenen en daardoor rij je weer makkelijk van de bank af.

Het jongetje dat ik eerder wat tips had gegeven keek nieuwsgierig toe hoe ik het deed. Ik zag dat hij het ook wilde proberen maar niet echt durfde.
‘Dat kan jij ook,’ zei ik. Ik deed voor hoe je je board in de bank stuurt, en hoe je die er daarna weer vanaf rijdt. Hij probeerde het, maar had niet voldoende snelheid.
‘Het lukt beter als je eerst van die hoge ramp af rijdt. Je hebt snelheid nodig,’ legde ik uit.

‘Kijk nou wie we daar hebben, Guido!,’ klonk het ineens. Terwijl ik het jochie uitleg gaf, waren een oud-collega en haar dochter het park in komen rijden. Ow help, bekenden.
‘Dat is Guido, een collega van me,’ zei ze tegen haar dochter van een jaar of acht. ‘Die kan heel goed skaten.’
No pressure, dacht ik.
‘Laat ‘m maar es zien wat je kan,’ zei ze tegen haar dochter, en ze haalde een skateboard tevoorschijn. Het meisje sputterde tegen en vertelde dat ze liever op haar pennyboard reed. Ik keek naar haar skateboard dat er nogal gehavend uitzag, en begreep haar wel. Het meisje keek begeerlijk naar m’n board.
‘Wil je op die van mij rijden?,’ vroeg ik.
Ze knikte: ‘Mag dat?’
‘Natuurlijk mag dat,’ antwoordde ik.
Ik doe niet zo moeilijk als anderen op m’n board willen rijden. Krassen en deuken komen er toch wel in. Had ie maar geen skateboard moeten worden.

Ze reed rond op m’n board en snelde zonder angst van de hoogste ramp af. Ondertussen praatte ik met m’n collega bij over het werk. Ze was m’n leidinggevende toen ik weer eens in een persoonlijke crisis zat, dus ik vond het fijn te kunnen vertellen dat het nu beter met me gaat, ondanks alle coronashit. Af en toe kwam haar dochter met het board onder haar arm terug om er een minuut later weer verlekkerd naar te kijken en verlegen te vragen of ze nog een keertje mocht. Ik ging op mijn beurt een keer op het board van het meisje staan. Het deck was niet hol, maar stond bol. Uit de tail was een stuk hout verdwenen. Het was niet het worst board on the internet, dit exemplaar had tenminste nog een nose en een tail, maar het scheelde niet veel.

‘Mja,’ zei ik weifelend en ik zocht naar diplomatieke woorden. ‘Het is een bijzonder board.’
‘O ja,’ beaamde m’n collega, ‘het is niks.’
Haar dochter reed nog een laatste keer rond op m’n board.
‘Weet je, je bent echt cool als je je board bij de truck vastpakt,’ zei ik toen ze het board aan me teruggaf.
Daarna vertrokken ze.

Terwijl het langzaam donker begon te worden, reed ik nog een paar rondjes. Het ging best lekker, ondanks de snijdende kou die zich van het parkje meester had gemaakt. Ik kan niet wachten tot Area 51 weer opengaat, corona en weder dienende in januari.

Toen ik op de verhoging stond, zag ik dat het jochie het trucje met de bank onder de knie had gekregen. Hij riep me vanuit de andere kant van het skatepark trots toe: ‘Ik kan het!’
‘Goed man,’ riep ik terug en stak in de avondschemering een duim op.

Toen ik een uur later thuis was, kreeg ik een berichtje van m’n oud-collega: ‘Je hebt er een fan bij. Ze heeft het nergens anders meer over gehad dan over jou.’

Posted in Eindhoven, Skateboarden | Tagged , , , | Comments Off on Fans

Troll

Vanaf deze zomer hou ik om de twee weken op zaterdagavond de chat bij van The Global Online Quiz. Het is niet heel spannend, wel ontzettend leuk. Vooral omdat ‘global quiz’ echt wereldwijd is, vandaar dat ik de deelnemers standaard vraag waar ze vandaan komen. Ik ben gek op geografie. Ik vertel dat ik ooit in het land op vakantie ben geweest, of probeer ze in de eigen taal welkom te heten, iets dat verbazingwekkend goed lukt. Google Translate is your best friend.

De lijst landen van waar we deelnemers uit hebben is inmiddels behoorlijk lang: Engeland, Zweden, Noorwegen, India, Filipijnen, Italië, Malta (waar we om mij onduidelijke redenen heel populair zijn), IJsland, Canada, Verenigde Staten, Mexico, Australië, Zuid-Afrika, Polen, Zweden, Tsjechië, Slowakije, Israël, Kroatië, Denemarken, Zimbabwe, Frankrijk, Panama, Colombia, Noorwegen, België, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Uruguay, Brazilië en Antarctica.

Ja, Antarctica. Vanaf de eerste editie van de quiz speelt een team vanaf de Zuidpool mee. Althans, ze spelen mee vanaf ‘Troll Station’. Ik vond dat een goede grap: jaja, lekker aan het ‘trollen’. Ik draai al meer dan twintig jaar mee op sociale media, mij hou je niet voor de gek. Ik informeerde voor de grap hoe het weer daar was, of hoe het met de pinguïns ging. Elke keer kreeg ik bloedserieus antwoord (helder, maar koud, pinguïns zaten niet in de buurt, wel zuidpooljagers). Leuk, ze hielden de grap goed vol.

Een van de features van de quiz is dat teams foto’s kunnen insturen via Whatsapp. Die foto’s laten we dan tijdens de quiz zien. Afgelopen zaterdag vroeg Edwin, bij wie de foto’s binnenkomen: ‘Heb jij een team uit Antarctica op de chat?’
Ik lachte: ‘Ja, ik heb een team uit “Antarctica” op de chat, maar dat is niet echt.’
‘Ze spelen vanuit Troll Station, Queen Maud Land,’ vertelde hij.
‘Er is een Queen Maud Land op Antarctica,’ zei ik. Ineens begon ik te twijfelen.
‘Nou,’ zei hij, ‘ik heb hier een team van vijf spelers met een kaart aan de muur. Volgens mij is dat de kaart van Antarctica.’
Ik liep naar de computer van m’n collega.
‘No way,’ riep ik verbaasd uit. Op de achtergrond hing inderdaad een kaart van Antarctica. Ik zocht op m’n eigen computer: Queen Maud Land is het Noorse deel van de Zuidpool.
‘Ik vraag of ze nog een foto kunnen maken van het uitzicht,’ ging Edwin verder.
Even later kwam een foto binnen die ze vanuit hun onderzoeksstation hadden gemaakt: kraakhelder weer (Antarctica is het droogste continent, in wezen is het een woestijn) en heel veel sneeuw.
‘Ze spelen mee via een satellietverbinding,’ vertelde Edwin.

Ik zocht op Wikipedia en verrek, Troll Station bestaat écht. Het is één van twaalf Noorse onderzoeksstations in Queen Maud Land, waarvan de helft het hele jaar door is bemand.

En van dat selecte groepje quizzen vijf mensen met ons mee.

Posted in Aardrijkskunde, Quizzen | Tagged , , | Comments Off on Troll

Roadtrip

Het fijne van Spotify is dat bijna alles erop staat. Lees je over een band en wil je horen hoe zo’n band klinkt? Geef Spotify een zwiep en je hoort het vanzelf. Er is veel muziek, té veel, maar dat geeft ook de kans om originele playlists samen te stellen.

Zou ik een playlist kunnen maken met vijftig bands uit vijftig verschillende Amerikaanse staten? Bands dus, geen singer-songwriters, wat alles een stuk makkelijker zou hebben gemaakt. Zelfs rappers was eenvoudiger geweest (wist je dat Wiz Khalifa uit North Dakota komt?). Ik ben uitgegaan van de staat waarin ze zijn opgericht, wat het allemaal nog net iets lastiger maakt. In een uitgestrekt land als de VS is het gebruikelijk dat bands naar een stad trekken waar de afzetmarkt iets groter is: Los Angeles, New York, Nashville, Austin. Dat geldt ook voor muzikanten, die soms afkomstig zijn uit de meest afgelegen oorden, maar elkaar ontmoeten in de grote stad.

Ik ging uit het hoofd al na welke acts ik zou kunnen gebruiken. Natuurlijk, Nirvana komt uit Seattle in Washington, Calexico komt uit Arizona. Dat ZZ Top uit Texas komt wekt ook geen verbazing (La Grange gaat over een roemrucht bordeel in die staat) evenals The Killers die uit Las Vegas afkomstig zijn. Built to Spill komt uit Boise, Idaho (zoiets vergeet je niet licht) en Portugal. The Man is opgericht in Alaska. 3 Doors Down komt uit Mississippi, wat wel te horen is aan de rechttoe-rechtaan boerenkoolmetworstrock. De relirock van Evanescence komt uit Arkansas. Op het laatste moment besefte ik dat The Connells, van het prachtige ’74-’75, uit North Carolina afkomstig is, waardoor Superchunk uit de lijst verdween.

Soms kwam ik voor verrassingen te staan. Ik dacht dat The Shins uit Oregon kwamen, maar ze bleken te zijn opgericht in New Mexico. Bij Oregon kon ik vervolgens voor The Dandy Warhols kiezen. Geen slechte ruil. Fun fact: Lynyrd Skynyrd, die als grootste hit Sweet Home Alabama hebben, komt uit Florida. Weet je wie wél uit Alabama komen? Alabama Shakes. Om verwarring te voorkomen heb ik van Lynyrd Skynyrd daarom het onbekendere, maar o zo mooie Simple Man in de playlist gezet. Kansas komt trouwens echt uit Kansas.

In Californië had ik honderden bands om uit te kiezen, dus het werden de Eagles met Hotel California. Soms moet je niet te moeilijk doen. Een geografische referentie in bandnaam of songtitel is sowieso een pre. Ook bij New York was het puzzelen. Kies ik voor The Velvet Underground, de Ramones, Blondie of The Strokes? Het werden de Ramones.

Bij sommige staten was het heel lastig. North Dakota bijvoorbeeld, waar de enige rockband die ik kon vinden de lo-fi band Secret Cities was. Wat overigens niet gek is; er woont geen hond, en dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor het aantal plekken waar je live kunt spelen. Ook Montana maakte het me moeilijk. Bij die staat kwam ik op Spotify bij acts terecht die minder dan duizend plays hebben. Geen slechte bands, wel obscuur. De keuze viel uiteindelijk op The Boy & Sister Alma, superslicke electropop die zo op de soundtrack van Drive had gekund en meer luisteraars verdient, maar afkomstig uit Helena, Montana, en dus gedoemd hun leven in obscuriteit door te brengen. Ze hebben niet eens een lemma op Wikipedia.

De volgorde is in de vorm van een roadtrip, beginnend in North Carolina, dan zigzaggend van oost naar west en weer terug van west naar oost, en eindigend in Maine. Tussendoor maken we een zwemtochtje naar Hawaï en Alaska. Enjoy the ride.

North Carolina – The Connells – ’74-’75
South Carolina – Hootie & The Blowfish – Only Wanna Be with You
Georgia – R.E.M. – The One I Love
Florida – Lynyrd Skynyrd – Simple Man
Alabama – Alabama Shakes – Hold On
Mississippi – 3 Doors Down – Here Without You
Louisiana – Neutral Milk Hotel – In the Aeroplane Over the Sea
Arkansas – Evanescence – Bring Me To Life
Tennessee – Kings of Leon – Sex On Fire
Missouri – The Ozark Mountain Daredevils – If You Wanna Get To Heaven
Kansas – Kansas – Carry on Wayward Son
Oklahoma – The Flaming Lips – She Don’t Use Jelly
Texas – ZZ Top – La Grange
New Mexico – The Shins – Phantom Limb
Colorado – The Lumineers – Ho Hey
Utah – Neon Trees – Animal
Arizona – Calexico – Crystal Frontier
Nevada – The Killers – Mr. Brightside
California – Eagles – Hotel California
Hawaii – Makaha Sons – Ka Loke
Alaska – Portugal. The Man – Feel It Still
Oregon – The Dandy Warhols – Bohemian Like You
Washington – Nirvana – Smells Like Teen Spirit
Idaho – Built To Spill – Goin’ Against Your Mind
Montana – The Boy & Sister Alma – Lizard Eyes
Wyoming – Teenage Bottlerocket – Skate or Die
Nebraska – Bright Eyes – First Day Of My Life
South Dakota – The Spill Canvas – All over You
North Dakota – Secret Cities – The Park
Minnesota – Hüsker Dü – Don’t Want to Know If You Are Lonely
Iowa – Slipknot – Psychosocial
Illinois – Wilco – Heavy Metal Drummer
Wisconsin – Bon Iver – Holocene
Michigan – The White Stripes – Seven Nation Army
Indiana – The Ataris – San Dimas High School Football Rules
Kentucky – My Morning Jacket – Just Because I Do
Ohio – The National – Bloodbuzz Ohio
West Viriginia – Karma To Burn – Fifty Seven
Viriginia – Dave Matthews Band – The Space Between
Maryland – Good Charlotte – Lifestyles of the Rich & Famous
Delaware – Boysetsfire – Rookie
New Jersey – Bon Jovi – Livin’ On A Prayer
Pennsylvania – The War On Drugs – Pain
New York – Ramones – Blitzkrieg Bop
Connecticut – MGMT – Time to Pretend
Rhode Island – Throwing Muses – Not Too Soon
Massachusetts – Pixies – Monkey Gone to Heaven
Vermont – Phish – Farmhouse
New Hampshire – The Shaggs – Philosophy of the World
Maine – The Ghost of Paul Revere – Ballad of the 20th Maine

Posted in Lijstjes, Muziek | Tagged , , , | Comments Off on Roadtrip

Biden

Toen ik in 2012 in Amerika was, maakte ik een reis langs de oostkust. Ik ging van Boston, via New York en Philadelphia naar Washington, DC. Nu Joe Biden op het punt staat de Amerikaanse presidentsverkiezingen te winnen (en man wat zal ik blij zijn als hij dat heeft gedaan, 2020 is geen best jaar, to put it mildly, maar het zou alles nog een beetje redden) denk ik terug aan die reis.

Het was rustig in DC. Het was er heet, maar vreedzamer dan nu. Een vrouw verzamelde handtekeningen voor een petitie, ik bedankte vriendelijk. Barack Obama was nog president, Joe Biden was VP en de winkel op de hoek van de straat verkocht verjaardagskaarten met als tekst ‘at your age, not even Donald Trump would ask for a birth certificate’. Mooie tijden. In downtown DC belandde ik aan de bar van de Old Ebbitt Grill. Dat is in wezen een hamburgerrestaurant (een grill, hallo), maar dan met een iets sjiekere uitstraling. De reden is de ligging, midden in DC, niet ver van het Witte Huis en het Capitool. De Old Ebbitt Grill is al jaren de hangout van de Amerikaanse politieke jetset.

Ik maakte een praatje met de barman.
‘Where are you from?,’ wilde hij weten.
‘Europe,’ antwoordde ik. Het was m’n derde week in de VS en ik wist dat voor de gemiddelde vragensteller dit antwoord moeilijk genoeg zou zijn. Daarbij, het was toch alleen maar beleefdheid. Dat gold niet voor deze barman.
‘Where in Europe?,’ vroeg hij door.
‘Netherlands,’ antwoordde ik.
‘Where in the Netherlands?,’ informeerde hij.
‘The south, Eindhoven,’ legde ik uit.
‘Ah, Eindhoven,’ lachte hij, ‘PSV!’

Needless to say, we hadden meteen een band. We praatten nog wat, small talk, waar Amerikanen net wat beter in zijn dan ik. Ik gooide af en toe een paar dollar op de bar, hij vulde m’n glas cola light bij.

‘Joe Biden is in the house,’ zei hij ineens.
‘Really?,’ zei ik.
‘Yeah,’ zei hij schouderophalend. ‘I can call him Joe. He has a fundraising, somewhere in the building.’
Daarna ging hij weer rustig verder met z’n werk.

Ik dacht na over z’n woorden. Een fundraising. Ik las ooit dat een politicus in Amerika 20 uur per week bezig is met z’n herverkiezing. Geld inzamelen. Evenementen organiseren. Vrijwilligers werven. 20 uur per week die je toch nuttiger kunt besteden. Maar dat andere zinnetje, met een achteloze arrogantie uitgesproken, fascineerde me het meest. ‘Joe Biden is in the house.’ De Amerikaanse vice-president, binnen een straal van nog geen vijftig meter bij me vandaan. De man die one heartbeat away van de machtigste man op aarde bivakkeert.

Nee, ik heb ‘m toen niet ontmoet, en dat zal ook nooit gebeuren. Toch vind ik het stoer om te kunnen zeggen dat ik ooit in hetzelfde pand was als de 46ste president van de VS.

Posted in Overig, Uncategorized | Tagged , | 1 Comment

Tussensprint

Voor de lockdown, en voordat m’n linkerknie opspeelde, liep ik drie per week een rondje hard. Ik had drie vaste routes: langs het kanaal richting Geldrop, rond de Karpendonkse Plas en over het TU-terrein. Alle rondjes waren (min of meer) vijf kilometer. Ik zou in potentie makkelijk voor een halve marathon kunnen trainen, maar dat zoek ik niet. Ik ren om fit te blijven.

Op het rondje om de Karpendonkse Plas ben ik wel eens beroemdheden tegengekomen. Henk Krol bijvoorbeeld, die daar op een zondagochtend een ommetje liep. We groetten elkaar vriendelijk. En, die vind ik leuker, Hirving Lozano. De supersnelle PSV-spits wandelde met z’n kindje op de arm, z’n vrouw naast ‘m. Het was pas toen ik ‘m voorbij liep en achterom keek dat ik zag wie het was, maar ik kan nu wel zeggen ‘dat ik Lozano ingehaald heb’.

Na een tijdje begon ik last te krijgen van m’n linkerknie. Een fysiotherapeut bij de hardloopwinkel keek ernaar en het oordeel was duidelijk. Door het skaten (ik zet af met m’n linkervoet) was m’n knie een beetje scheef gaan staan. Geen groot probleem en eenvoudig te verhelpen. Hij verwees me door naar een podotherapeut. Dat duurde allemaal wat langer dan gedacht, maar sinds een maandje of vijf loop ik weer een paar keer per week hard. Helaas haal ik niet meer de tijden die ik twee jaar terug liep; het verval lijkt te zijn ingezet.

Vrijdagochtend liep ik weer m’n rondje om de Karpendonkse Plas. Ik ren dan eerst van m’n huis naar de Berenkuil, het rondje om het meertje zelf zal hooguit twee kilometer zijn. Toen ik bij de plas aankwam, zag ik een stuk of dertig fietsen staan, plus twee mannen in trainingspakken met stopwatches. Leuk, dacht ik, misschien haal ik nog wat scholieren of studenten in.

Ik kwam geen andere hardlopers tegen, maar tegen het einde van m’n rondje zag ik over een grasveld een jonge gast mijn kant op rennen. Blijkbaar hadden deze studenten een andere route genomen, maar lag de finish bij het punt waar de fietsen stonden, en waar ik ook langs moest. Eerst dacht ik dat ik een mooi richtpunt voor de student zou zijn, dus ik voerde het tempo een beetje op. Maar hij naderde sneller dan me lief was, en toen ik een hoek omsloeg en de finish in zicht kwam, was hij wel heel dichtbij gekomen. Dat zag z’n trainer ook.

‘Haal ‘m in,’ riep hij lachend naar de jongen achter me.
Dat kon ik niet over m’n kant laten gaan. Ik heb dan niet meer de conditie van twee jaar terug, ik laat me niet inhalen door een puber. Ik keek achterom, beet op m’n tanden en zette de turbo aan. Ik bleef de jongen met gemak voor, tot hilariteit van de trainer en de andere studenten.
Terwijl ik het park uitliep, riep een studente me na: ‘Succes!’

Dat had ik nodig, want de rekening voor m’n tussensprint kreeg ik de laatste anderhalve kilomter gepresenteerd. Ik ben geen 37 meer.

Posted in Eindhoven | Tagged , | Comments Off on Tussensprint

Pro

Meerhoven. Park voor de pro’s.

Sinds een paar maanden help ik om de twee weken op zaterdag mee met The Global Online Quiz van Number 42 (ow mensen, abonneer je even op hun kanaal, ze willen graag duizend abonnees). Het kantoor zit in Plan B, en dat geeft mij de kans om voor de quiz nog even naar het skateparkje in Meerhoven te gaan, wat vanuit Tongelre toch een pleuriseind fietsen is.

Het parkje heeft een leuke helling van zo’n twee à drie meter hoog, en een paar goede banks aan de zijkant. Tegenover die helling staat nog een halfpipe van zo’n anderhalve meter hoog. Ik kan daar mijn favoriete rondje rijden: van de helling af, inleunen in de bank aan de zijkant, een hoge kickturn in de halfpipe maken (de kunst is daarbij ook nog de coping aan te tikken), en weer de helling op rijden. Dat laatste lukt nog net niet, maar ik kom in de buurt. Het is een fijn rondje, technisch niet heel lastig. Je moet, zoals zo vaak met skateboarden, vooral durven.

Afgelopen zaterdag ging ik weer naar het skateparkje. Op het vlakke stuk, onderaan de helling, klooiden drie jochies van een jaar of tien wat aan met hun skateboards. Ze reden behoedzaam rond, eentje probeerde een ollie die niet onaardig was (ik worstel nog steeds met dat trucje). Bovenaan de helling stonden een vader en moeder met een meisje op een driewieler.

Terwijl ik m’n skateboard van m’n rugtas haalde, ving ik een gesprek van de jongetjes op.
‘Wanneer ga je nu eens van die helling af?,’ vroeg eentje verveeld aan z’n vriendje.
‘Dat durf ik echt niet man,’ reageerde hij verontwaardigd. ‘Dat is iets voor pro’s.’

Ik liep de helling op en groette het stel met het kleine meisje. Toen stapte ik op m’n skateboard, reed de helling af, leunde in in de bank aan de zijkant, maakte een hoge kickturn in de halfpipe en reed de helling weer op. Halverwege de helling stalde ik m’n skateboard dwars. Daarna reed ik opnieuw van de helling af. Ik reed nog een keertje de halfpipe in en wilde afsluiten met een draai. Dat laatste lukte net niet.
‘Hmm, jammer,’ mompelde ik.

Al die tijd werd ik ademloos door drie paar ogen nagekeken. Even bleef het stil. Daarna zei één van de jochies: ‘Ik denk dat ik maar ga.’
‘Ja, ik hou er ook mee op,’ klonk het instemmend.

Posted in Eindhoven, Skateboarden | Tagged , , | 1 Comment

Achterbuurman

In mijn deel van de wijk ben ik zowat de enige met een ‘normale’ woning. Ik heb een oudere man als buurman, de andere huizen zijn bestemd voor studenten en expats. Daarnaast wordt hier en daar nog wat ge-airbnb’d. Dat is prima, ik hoef de deur niet plat te lopen bij de buren, al kan er bij de studenten geen boe of ba af. Alleen de Indiase expat kan als op commando een glimlach tevoorschijn toveren als ie weer een pakketje op komt halen dat voor hem is bestemd.

De huizen staan hier in de buurt in een scherpe hoek. Dat betekent dat ik vanaf het platdak achter m’n badkamer vrij makkelijk naar binnen kan kijken bij de andere woningen, die aan de achterkant ook een platdak hebben. Tussendoor loopt een gangetje dat zó smal is, dat je met een flinke stap zo bij de achterburen op het dak staat. Niet iedereen heeft in de gaten dat je best dicht op elkaar woont, en zo kon het gebeuren dat ik vorig jaar tijdens de hittegolf werd geconfronteerd met de aanblik van m’n poedelnaakte (en obese) Chinese achterbuurman.

Met warm weer zet ik ‘s avonds de badkamerdeur en de ramen aan de voorkant van het huis open. Dan koelt het nog een beetje af in de sauna die mijn slaapkamer ‘s zomers is. Om die deur open te houden, gebruik ik een groot patioblok als deurstop. Als ik die steen verschuif, maakt dat nogal een lawaai. Als het echt heel heet is, laat ik de deur de hele nacht openstaan, in het goede vertrouwen dat ‘s nachts niemand op het platdak stapt en binnenloopt. In de loop van de ochtend, als de temperatuur weer oploopt, doe ik de deur dicht.

Midden in de hittegolf van augustus kreeg ik een nieuwe achterbuurman. Een student, al dacht ik eerst dat het z’n vriendin was die er kwam wonen. Ze waren samen de kamer aan het inrichten.

Ik kon dat goed volgen, omdat ik soms ‘s avonds op het platdak zit. Dan luister ik muziek, kijk op m’n telefoon of staar naar de sterren. Een keer zag ik de achterbuurman op een bierkratje op z’n platdak zitten. Hij speelde met z’n telefoon. Polar t-shirt, RipNDip sokken. Een dag later droeg hij een Thrasher hoodie. Ik herken een medeskater van meters afstand. Misschien kan hij me tegen betaling van een krat bier (24 flesjes Schultenbräu, ik ben niet te flauw) eindelijk eens goed leren olliën.

Alhoewel.

Tijdens de hittegolf van vorige maand wilde ik op een ochtend de badkamerdeur dichtdoen, toen ik zag dat ook bij m’n nieuwe achterbuurman de deur openstond. Dat niet alleen, ik kon naar binnen kijken en zag ledematen uit bed hangen. En die bewogen. Kut. Wat nu? Elk geluid dat ik maakte zou me verraden, waarmee ik onder de studentenpopulatie in de buurt voortaan als pervert bekend zou staan. Maar ik wilde wel die deur dichtmaken. Ik twijfelde een paar minuten. Toen besloot ik de steen heel snel te verschuiven en de deur meteen dicht te doen.

Terwijl ik de steen verschoof, hield ik angstvallig het bed van m’n achterbuurman in de gaten.

Toen de deur in het slot viel, zag ik nog net een snelle en geschrokken beweging.

Posted in Eindhoven, Overig | Tagged , | Comments Off on Achterbuurman

Tourtoto

Ik kan niet zeggen dat ik een groot wielerliefhebber ben. Maar nu de Tour de France bezig is, zet ik toch de TV aan, al is het maar voor leuke weetjes over kasteelruïnes, bergmassieven en oude kerkjes. Of Tom Dumoulin of Bauke Mollema gaat winnen: leuk, maar het boeit me niet zo.

Dat is wel eens anders geweest. M’n moeder werkte jarenlang op de administratie bij DELA. Ze organiseerden daar elk jaar een Tourtoto en ik wilde meedoen. Ik had allicht meer succes dan met de voetbaltoto. Daar had ik één keer aan meegedaan, bij het EK van 1996. Ik vulde bloedserieus in dat Duitsland laatste zou worden in de poulefase, dus toen m’n moeder het formulier bij de organisatie inleverde, kreeg ze als reactie ‘of ik meedeed voor de poedelprijs’. Duitsland werd dat jaar Europees Kampioen, waarmee m’n carrière als gevierd voetbaltotodeelnemer al in de knop was gebroken.

Misschien lag de Tourtoto me beter. Het format was simpel: je geeft vijftien renners op. Eindigt één van je renners in een etappe in de top-10, dan krijg je daar punten voor. Daarnaast krijg je nog wat (verwaarloosbare) punten voor elke dag dat een renner uit je team in de top-3 van het algemeen klassement staat.

Het kostte een paar jaar voor ik de ideale samenstelling van m’n team doorhad: zo’n acht à negen sprinters, plus nog zes klassementsrenners voor in de bergen. Maar toen ik de code had gekraakt, deed ik serieus mee voor de dagprijs. Die was tien gulden en aangezien deelname tien gulden kostte, was m’n doel één keer de dagprijs te winnen, zodat ik financieel quitte zou spelen. Dat lukte, al moest ik regelmatig de dagprijs delen. M’n team Il Elefantino bestond voor een groot deel uit dezelfde obligate lijst sprinters die andere deelnemers ook instuurden: Cipollini, Zabel, McEwen, O’Grady, Steels, Cooke, Blijlevens.

Ik wist natuurlijk amper iets van wielrennen. Wel las ik alle voorbeschouwingen, en vlak voordat ik m’n lijstje renners moest inleveren, spelde ik ook nog de tv-gids uit. Daar stond bij elke etappe een korte toelichting van Mart Smeets of Jean Nelissen. Zij noemden daarin namen van kanshebbers voor etappewinst. Ook zij kwamen vaak niet verder dan de clichés, maar één keer noemden ze een naam die me niks zei: Jimmy Casper. Een sprinter, zo maakte ik op uit de context. Ik nam ‘m, naast de usual suspects, op in m’n team.

De eerste week van de Tour de France hield ik nauwlettend de uitslagen in de gaten. Ik verwerkte alle gegevens minutieus op een A4’tje ruitjespapier. M’n sprinters haalden netjes de top-10, zelfs die Casper pikte puntjes mee door een paar keer als negende of tiende te eindigen.

Na een paar dagen kwam m’n moeder thuis met goed nieuws: ‘Je hebt de dagprijs gewonnen.’
Ik was trots. Die trots werd nog groter toen ze een dag later opnieuw goed nieuws had: ‘Je hebt weer de dagprijs gewonnen.’
Dit ging lekker. Ik voerde zelfs het algemeen klassement aan. Het goede nieuws bleef komen, want een paar dagen later had m’n moeder weer tien gulden voor me. En geen enkele keer hoefde ik die dagprijs te delen.
‘Maar waarom win ik toch steeds?,’ vroeg ik m’n moeder. Ik hield m’n eigen score bij, maar had geen idee wat de andere deelnemers scoorden. Kon ze geen uitdraai maken van het spreadsheet met de puntenaantallen?

Ze vroeg het na bij de organisatie: ‘Ja, zeiden ze, Guido heeft alle grote sprinters. Maar hij heeft als enige die Jimmy Casper. Daar wint hij elke keer op.’

De overall titel in de Tourtoto heb ik niet gewonnen. Dat is me ook de jaren erna niet gelukt. Maar dankzij Jimmy Casper heb ik m’n inleg dubbel en dwars terugverdiend. Ik ben z’n naam nooit vergeten. Wat zou hij tegenwoordig doen?

Posted in Overig | Tagged , , | Comments Off on Tourtoto

Ganzen

Wie naar een skateparkje fietst, leeft tussen hoop en vrees. De hoop dat je het parkje helemaal voor jezelf hebt, de vrees dat je er hangjeugd aantreft die nog nooit een skateboard heeft aangeraakt of, nog erger, een wirwar van stuntstepjes die de gevaarlijke sport die je beoefent nog net iets gevaarlijker maakt. Deze avond hadden we geluk: er was niemand. Misschien was het met ruim 33 graden ook veel te heet om te skaten.

Het skateparkje in Meerhoven ligt een beetje verstopt. Aan de ene kant liggen voetbalvelden, waar deze hete zomeravond tientallen ganzen waren neergestreken. Aan de andere kanten ligt een soort omwalling, met daarachter aan twee kanten een doorgaand fietspad. Om aan te geven hoe beschut het ligt: ik wilde er vorig weekend gaan skateboarden en reed er eerst een paar keer voorbij.

Het bleef rustig in het skateparkje. We reden wat, tussendoor dronk ik uit een bidon die ik eerder die dag in de vriezer had gelegd en nu in no time ontdooide. Uit de bluetooth speaker klonk dubstep. Een groep jongeren fietste heen en weer op het pad naast het parkje. Na een tijdje kregen we gezelschap van een jochie met een stuntstepje. Hij reed een paar rondjes en ging toen verveeld in het gras met z’n telefoon liggen spelen. Lome zomeravond in fuckin’ Meerhoven. mid90s. Maar het skaten ging lekker.

Een jongen kwam via een smalle strook gras langs het voetbalveld op een scooter het skateparkje op rijden. Hij droeg een integraalhelm met donker glas. Hij zei niks, bleef op een verhoging staan en reed toen via het normale toegangspad het parkje weer uit. We keken ‘m zwijgend na. Hmf, dacht ik.

Op het voetbalveld naast het parkje verschenen twee jongens van een jaar of 18. Ze waren melig, eentje joeg de ganzen op, terwijl de ander het met z’n telefoon filmde. De ganzen renden weg. De ene jongen probeerde er eentje te vangen en toen dat niet lukte, spuugde hij op één van de vogels. Hij had de grootste pret, de ganzen niet.
‘Pak er eentje vast,’ gilde de jongen die het filmde.

Ik keek vanuit het skateparkje, achter een metershoog hek toe. Ik wilde de blik van één van de jongens vangen. Misschien komt het door die jarenlange training in de sportschool, wellicht is het gewoon m’n leeftijd, maar ik wist dat alleen m’n blik al voldoende zou zijn. Dat klopte, want toen eentje me zag kijken viel hij stil en stootte z’n kompaan aan. Hij wees naar me. Als het niet had geholpen, had ik m’n skateboard wel laten zien. Die dingen komen verdomd hard aan.

Ineens kwam de jongen op de scooter weer het parkje binnen rijden. Hij zag de jongens op het voetbalveld, stopte z’n scooter en stapte af. Z’n helm hield hij op.
‘Eej, kappen nou. Laat die ganzen met rust man,’ riep hij met een accent dat een Noord-Afrikaanse afkomst verried.
‘En wie ben jij?,’ lachte eentje zenuwachtig.
‘Laat die ganzen met rust man,’ herhaalde hij bozig.
Even viel er een ongemakkelijke stilte. Daarna stapte de jongen weer op z’n scooter en maakte aanstalten van het veldje af te rijden. De jongens op het voetbalveldje zagen dit als een bedreiging. Ze dropen af.
‘Ze gaan al weg,’ zei ik rustig.

Terwijl de jongen op de scooter wegreed, liepen de jongens verder richting de rand van het voetbalveld. Eentje liet wel nog even z’n blote kont aan me zien. Ik beantwoordde de geste door m’n middelvinger op te steken.

Ik ben gemoond in Meerhoven. Voor alles moet een eerste keer zijn.

Posted in Eindhoven, Skateboarden | Tagged , | Comments Off on Ganzen

Jeetje

Plaats delict.

Toen ik een jaar of 7 of 8 was, wilde ik een keer een vriendje bij me laten spelen. Ik moest aan m’n moeder vragen of dat mocht. Een formaliteit, maar om haar gunstig te stemmen vroeg ik vooraf aan m’n vriendje hoe oud hij m’n moeder schatte. Hij zat er zo’n zeven jaar naast, in het voordeel van m’n moeder. Dat beviel haar wel.

Als je je ego wilt laten strelen, laat kinderen dan je leeftijd schatten. In hun ogen is er weinig verschil tussen 20, 30 of 40 jaar. In mijn ogen trouwens ook; totdat ik in de spiegel kijk.

Zo dacht de middelste dochter van m’n oudste zus tot voor kort dat de man van m’n jongste zus (volgt u het nog?) ouder is dan ik. Dat is niet zo, ik ben een kleine anderhalf jaar ouder dan hij, maar vanuit m’n nichtje beredeneerd is het niet gek: m’n zwager is getrouwd, heeft twee kinderen en rijdt auto, die zit in een andere levensfase dan ik. Ik ben vrijgezel, heb geen kinderen en doe godbetert ook nog aan skateboarden. Met name dat laatste is in de ogen van m’n nichtje heel vreemd. Het hóórt niet (en laat dat het nu net zo leuk maken).

Deze ochtend was ik in het skateparkje in Middelburg aan het rijden. Ik had het park voor mezelf, tot ik gezelschap kreeg van een jochie van een jaar of 6 (ook ik ben slecht in leeftijden schatten, hij kan best een paar jaar ouder zijn geweest). Een nieuwsgierig ventje, dat me allerhande vragen stelde. Of ik al lang skate (anderhalf jaar, ik rond het naar beneden af), waarom ik met een koptelefoon op rijd (zo kan ik me beter concentreren), of ik skaten leuk vind (heel leuk).

De ongemakkelijke vraag ‘of ik goed ben’ bleef gelukkig achterwege.

‘Ik vind het niet leuk als er niemand anders is,’ merkte hij op.
‘Je hebt wel het hele park voor jezelf,’ wierp ik tegen. Dat leek me een enorm privilege. Eerder in de week had ik nog gezien hoe het parkje uit z’n voegen barstte van de stuntstepjes.
‘Met m’n vriendjes is het gezelliger,’ vond hij.
‘Misschien komen ze nog. Het is nog vroeg. Jullie hebben toch vakantie?,’ informeerde ik.

Dat bleek het geval. Die opmerking bracht hem op een idee.

‘Moet jij nog naar school?,’ wilde hij weten.
‘Nee, dat hoef ik niet meer,’ antwoordde ik.
‘Hoe oud ben jij?,’ vroeg hij.
Ah, dacht ik, nu kunnen we lachen.
‘Hoe oud dénk je dat ik ben?,’ vroeg ik.
Hij dacht kort na en zei, volledig overtuigd van z’n gelijk: ’22.’
‘Daar doe ik het voor,’ lachte ik.
‘Maar hoe oud ben je dan écht?,’ vroeg hij.
‘Ik ben 39,’ zei ik.
Het bleef even stil. Toen zei hij, met een zucht: ‘Jeetje, 39.’
Of die zucht van bewondering of ontzag was weet ik niet.
‘Jeetje. Zeg dat wel,’ beaamde ik.

Ik ben waarschijnlijk ouder dan z’n vader.

Posted in Skateboarden | Tagged , | Comments Off on Jeetje