Hypemerk

Mijn kledingstijl is vrij herkenbaar. Baggy broek (en godzijdank zijn die de laatste jaren weer in), plus een t-shirt of hoodie. Met soms een kleine variatie daarop. Je kunt ervan houden of niet, en er zijn zelfs mensen die het geen stijl vinden, maar dat ligt dan aan hen. Niet iedereen heeft verstand van streetwear. (Een vriendin vertelde me eens dat haar werkgever haar had gevraagd zich professioneler te kleden. Als iemand dat tegen mij zou zeggen, zou ik van de weeromstuit in m’n tuinbroek naar het werk gaan.)

Ook mijn favoriete merken zijn duidelijk herkenbaar: veel Carhartt, verder Obey, Dickies, Quiksilver, Vans, Stüssy. Natuurlijk, ik koop het allereerst omdat ik het leuke kleding vind. Maar er zit ook een andere gedachte achter. Het is goedgemaakt spul. Niet voor niets zijn die merken populair onder skaters. Ja, je betaalt wat meer, maar ook toen ik geen cent te makken had kocht ik wat duurdere kleding. T-shirts of broeken gaan lang mee, waardoor ik uiteindelijk goedkoper uit ben dan met de fast fashion van H&M, Zara of Primark. Ik gooi zelden iets weg dat kapot is; sommige t-shirts zijn ruim tien jaar oud, want vaal vind ik ze nog leuker.

Met Stüssy is de laatste tijd iets merkwaardigs aan de hand. Het is een hypemerk. Daar kwam ik een paar maanden terug toevallig achter toen ik op m’n nichtjes moest passen. Toen ik bij m’n zus m’n jas uittrok, kwam m’n oudste nichtje, ze stond op het punt naar haar vriendje te vertrekken, op me aflopen. Ze is 16 jaar en weet precies wat in is en wat niet.
‘Ho wacht even,’ riep ze terwijl ze om me heen liep en m’n t-shirt bekeek.
Ik bleef staan en vroeg geamuseerd: ‘Afgekeurd?’
‘Nee, goedgekeurd,’ zei ze lachend.
‘Ow gelukkig,’ antwoordde ik.

Ik droeg m’n knalgele Stüssy t-shirt, dat ik een paar jaar geleden in een skatewinkel had gekocht. Op de rug staat groot het logo van Stüssy. Ik draag het merk al jaren. Het merk gaat ook al jaren mee; ik kocht ergens rond 2000 al m’n eerste t-shirt van Stüssy bij America Today. Een shirt dat op vreemde wijze is kwijtgeraakt (het zou nu als vintage een vermogen waard zijn). Maar het merk is nog ouder dan dat; ik zag onlangs een filmpje van Chris Lowe van de Pet Shop Boys van halverwege jaren negentig. Hij draagt een petje van Stüssy.

Onbedoeld ben ik dus ineens überhip. Dat is te merken. Niet alleen aan m’n nichtje, maar ook in de skatehal waar een paar jochies met stepjes onlangs (vreemd genoeg in het Engels) naar me riepen dat ze Stüssy geweldig vonden. De reden is me niet helemaal duidelijk. Daniël Verlaan droeg het merk regelmatig in Wie Is De Mol?, maar zijn invloed lijkt me verwaarloosbaar. Ik vermoed daarom dat Stüssy een hit is op TikTok. Het gevolg is dat bij elke nieuwe drop van Stüssy de webwinkel binnen de kortste keren uitverkoopt. Als gewone sterveling kom je er niet meer tussen.

Maar je bent pas echt een hypemerk als er rijen voor je winkel staan. Zo wilde ik in New York een t-shirtje van het merk kopen (het is ondanks de hype nog steeds betaalbaar), maar stond ik ruim een half uur in een TikTokrij in Soho te wachten (toegegeven, voor het filiaal in Amsterdam staat ook zo’n rij, maar dan korter). Dat werd me bijna te gortig. Stond ik daar als 42-jarige tussen tienerjongens- en meisjes die druk bezig waren zichzelf te filmen; want waarom ook niet. Ik kreeg de neiging tegen één van die kids te roepen: ‘Gast, ik droeg al Stüssy toen jij nog niet eens was geboren.’

Ik deed het niet. Ik wachtte braaf tot ik eindelijk aan de beurt was. Toen betrad ik het heiligdom en vroeg of ze een bepaald t-shirt in de maat Large hadden, de medewerker ging het voor me halen, ik rekende af en vijf minuten later stond ik buiten. Weg uit deze gekte.

Het is best leuk om hip te zijn. Voor zolang het duurt.

This entry was posted in Mode and tagged , , . Bookmark the permalink.